Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel,
2.de vennootschap onder firma [gedaagde sub 2 VOF] ,
[gedaagden 2 t/m 5],
[gedaagden 2 t/m 5],
B.V. [gedaagden 2 t/m 5],
6.de naamloze vennootschap Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van [eiser] met 43 producties,
- de conclusie van antwoord van Bpf Detailhandel met 3 producties,
- de conclusie van antwoord van [gedaagden 2 t/m 5] met 3 producties,
- de conclusie van antwoord van Achmea met producties A tot en met F,
- de oproep van de rechtbank voor de zitting van 7 maart 2025,
- de e-mail van de rechtbank van 7 maart 2025 waarin wordt ingestemd met aanhouding en partijen wordt verzocht vooruitlopend op een nieuwe mondelinge behandeling aktes te nemen over de in de e-mail genoemde aandachtspunten,
- de akte van [eiser] met productie 44,
- de akte van Bpf Detailhandel met productie 4,
- de akte van [gedaagden 2 t/m 5] met producties 4 en 5 en een op 12 juni 2025 nagezonden rapport Pensioenschade,
- de akte van Achmea met producties G, H en I.
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van de zaak
4.De beoordeling
Kamerstukken II2005/06, 30 413, nr. 3, p. 63)