ECLI:NL:RBMNE:2025:6685
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als [functie] bij een bedrijf, ontving sinds 2020 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het Uwv in november 2023 concludeerde een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering per 20 maart 2024 werd beëindigd.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv handhaafde de beëindiging na heronderzoek. Eiseres stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, mede op basis van een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, waarin werd gemotiveerd waarom een spreekuurcontact niet noodzakelijk was.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres omdat zij onvoldoende medische onderbouwing leverde voor haar aanvullende beperkingen en omdat externe factoren zoals gezinstaken niet tot arbeidsbeperkingen mogen leiden. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde het Uwv tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht, maar wees het beroep verder af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering is ongegrond verklaard en het Uwv moet het griffierecht vergoeden.