ECLI:NL:CRVB:2025:992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering weigering WIA-uitkering bij ME/CVS
Appellante vordert in hoger beroep dat het UWV haar alsnog een WIA-uitkering toekent vanwege toegenomen beperkingen door ME/CVS sinds 14 september 2020. Het UWV had dit geweigerd omdat zij geen toename van beperkingen zag. De Raad benoemde een onafhankelijke medisch deskundige, emeritus hoogleraar Van der Meer, die onderzoek deed naar de gebruikte onderzoeksmethoden en de specifieke situatie van appellante.
De deskundige concludeerde dat de methoden wetenschappelijk onderbouwd zijn en dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellante, waaronder urenbeperking. De Raad volgt deze conclusie en oordeelt dat het besluit van het UWV niet deugdelijk is gemotiveerd. Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst op te stellen die aansluit bij de bevindingen van de deskundige.
De Raad benadrukt dat de medische rapporten van cardiologen Visser en Van Campen en de wetenschappelijke publicaties die zij aanleverden, evenals de aanvullende rapporten van de deskundige, overtuigend zijn. Het UWV heeft haar standpunt tijdens de zitting genuanceerd, maar onvoldoende onderbouwd betwist. De zaak wordt gesplitst en er volgt nog een definitieve uitspraak over de toekenning van de uitkering en eventuele schadevergoeding.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt opgedragen dit te herstellen.