Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer was van 1985 tot 2010 in dienst bij de werkgever en had pensioenrechten opgebouwd onder een pensioenreglement uit 1991. Door het vervallen van de mogelijkheid om pensioen in te kopen binnen het gesepareerd beleggingsdepot (GBD) en een overheveling van €3,2 miljoen uit de egalisatiereserve naar een kostendepot, kon de werkgever de voorwaardelijke toeslagregeling niet nakomen.
De werknemer vorderde een schadevergoeding van €112.004,- en expertisekosten. De kantonrechter wees de incidentele vordering af en kende een beperkte schadevergoeding van €2.275,20 toe, gebaseerd op gemiste toeslagen, en een gedeeltelijke vergoeding van expertisekosten. De schade werd vastgesteld op basis van een vergelijking van de situatie met en zonder overheveling van het bedrag uit de egalisatiereserve.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever onvoldoende had onderbouwd dat de overheveling noodzakelijk was en dat zij in strijd met goed werkgeverschap had gehandeld. De schadevergoeding werd toegewezen met wettelijke rente en zonder dwangsom vanwege afhankelijkheid van medewerking van de pensioenuitvoerder. De proceskosten werden verdeeld en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €2.275,20 schadevergoeding en gedeeltelijke vergoeding van expertisekosten.