ECLI:NL:RBMNE:2025:6834
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij herziening bijstandsuitkering wegens verblijfstitel
Verzoekers zijn het niet eens met het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om de bijstandsuitkering te herzien, waarbij verzoekster geen recht meer zou hebben op bijstand wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel. Het college stelde dat verzoekster geen rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en dat verzoeker slechts recht had op 50% van de bijstandsnorm voor gehuwden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster vanaf 23 juli 2025 geen rechtmatig verblijf had zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet, waardoor het college terecht verzoekster buiten de bijstandsverlening heeft gelaten. Wel is vastgesteld dat verzoekers een schrijnende financiële situatie hebben doordat hun vaste lasten het inkomen overstijgen, wat een spoedeisend belang oplevert.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar tegen het besluit op het punt van afstemming van de uitkering op grond van artikel 18, eerste lid, van de Participatiewet een redelijke kans van slagen heeft. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en moet het college een uitkering verstrekken naar de norm voor een alleenstaande tot de beslissing op bezwaar. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan verzoekers vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het college moet een uitkering verstrekken naar de norm voor een alleenstaande totdat op bezwaar is beslist.