Eiser was van 1 februari 2020 tot 1 oktober 2024 in dienst bij gedaagde en werd langdurig ziek. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst vordert eiser achterstallig loon, reiskostenvergoeding en dertiende maand. Gedaagde erkent deels verschuldigd te zijn, maar beroept zich op verrekening van te veel betaalde bedragen.
De kantonrechter oordeelt dat eiser recht heeft op € 442,27 netto loon, € 8.607,56 bruto dertiende maand en € 378,60 netto reiskostenvergoeding. Het beroep op verrekening slaagt deels: te veel betaalde reiskosten tijdens ziekte en kledingtoeslagen mogen worden verrekend, maar te veel betaald loon tijdens ziekte en kleine maandelijkse vergissingen niet.
De wettelijke verhoging over het na verrekening resterende bedrag wordt gematigd naar 20%. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 734,08 toegewezen en wordt gedaagde veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.