ECLI:NL:RBMNE:2025:6913

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
16/249591.20
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor betrokkenheid bij drugshandel en illegale pokeravonden

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1992, die betrokken was bij drugshandel en het organiseren van illegale pokeravonden. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder het voorhanden hebben van vuurwapens en een grote hoeveelheid verdovende middelen, zoals hennep, hasj en cocaïne. De rechtbank baseerde haar oordeel op Encrochat-berichten, die als bewijs zijn gebruikt. De verdachte ontkende de beschuldigingen, maar de rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was en dat de verdachte voldoende op de hoogte was van de tenlastelegging. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en sprak de verdachte vrij van enkele onderdelen van de beschuldiging. De rechtbank overwoog dat de verdachte en zijn medeverdachte, zijn vader, een actieve rol speelden in de georganiseerde criminaliteit, waarbij ze zich bezighielden met de handel in verdovende middelen en het faciliteren van illegale pokeravonden. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn rol als vader en zijn werk in het bedrijf van zijn vrouw. De rechtbank besloot tot een straf die de overschrijding van de redelijke termijn in acht nam.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/249591-20
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] in ( [postcode 1] ) [plaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 24 november 2025. De rechtbank heeft aan het slot van de inhoudelijke behandeling het onderzoek onderbroken tot de openbare zitting van 23 december 2025. De rechtbank heeft op laatstgenoemde zitting het onderzoek enkelvoudig gesloten.
Op de zitting van 24 november 2025 waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officieren van justitie: mr. M. Lousberg en mr. M.L. Kruit (hierna tezamen aangeduid als de officier van justitie);
  • de advocaat van de verdachte: mr. B.G. Janssen.
De zaak van de verdachte werd gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan - na wijziging van de tenlastelegging - dat hij, samengevat:
feit 1
op 20 april 2022 in Soesterberg en/of te Rotterdam een pistool van het merk Walther P99, een pistool van het merk Bereta, een patroonhouder en munitie voorhanden heeft gehad;
feit 2
in de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, in de uitoefening van bedrijf of beroep, een grote hoeveelheid hennep of hasj heeft verkocht, verstrekt, afgeleverd en/of aanwezig heeft gehad;
feit 3
op 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, 398,60 gram en/of 8.883 gram en/of 996,17 gram hennep of hasj aanwezig heeft gehad;
feit 4
primair
in de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 in [plaats] , in het pand aan de [adres 2] , samen met anderen, zonder vergunning pokerwedstrijden georganiseerd heeft;
subsidiair
in genoemde periode hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest door hier zijn pand voor beschikbaar te stellen en door toe te staan dat een ruimte in het pand voor het pokeren werd gebruikt;
feit 5
op 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, 970 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;
feit 6
in de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, cocaïne binnen en/of buiten het grondgebied heeft gebracht, heeft verstrekt of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Geldigheid van de dagvaarding

3.1
Standpunt van de verdediging
De advocaat stelt dat de dagvaarding partieel nietig is voor wat betreft de feiten 2 en 3, alsmede de feiten 5 en 6 voor zover aan de verdachte in die feiten het opzettelijk aanwezig hebben van drugs wordt verweten. Het opzettelijk aanwezig hebben van het aangetroffen materiaal valt namelijk al onder de tenlastelegging van het strafbare feit waarin meerdere handelingen over een langere periode worden verweten, maar óók het opzettelijk aanwezig hebben op de dag van de invallen. De feiten 3 en 5 bevatten daarom verwijten die al onder de feiten 2 respectievelijk 6 zijn ten laste gelegd. Dat maakt de dagvaarding voor de feiten 3 en 5 nietig.
3.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de dagvaarding geldig is.
3.3
Oordeel van de rechtbank
De dagvaarding is geldig, nu deze voldoet aan de in artikel 261 Wetboek van Strafvordering gestelde vereisten. De tenlastelegging bevat een opgave van feit, tijd en plaats. Dat wat de verdachte onder de feiten 3 en 5 wordt verweten mogelijk ook onder de feiten 2 en 6 valt, neemt niet weg dat het voor de verdachte nog steeds voldoende duidelijk is wat hem wordt verweten en waartegen hij zich dient te verweren. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

4.Bewijs

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig gemaakt heeft de gehele beschuldiging, waarbij de officier van justitie bij sommige feiten uitgaat van een kortere periode.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten waarvan de verdachte beschuldigd wordt, met uitzondering van het in de woning in Rotterdam aangetroffen vuurwapen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank [1]
Samenhang feit 2 en feit 6
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij zich samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] (zijn vader) in de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van dan wel de handel in verdovende middelen (soft- en harddrugs).
Het bewijs ten aanzien van deze feiten rust met name op zogenaamde Encrochatberichten. De advocaat stelt zich, zoals verwoord in de door hem overgelegde pleitnota, primair op het standpunt dat deze berichten dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Daartoe voert de advocaat een aantal verweren aan. Deze verweren komen in de kern op het volgende neer:
  • het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt niet. De Franse opsporingsautoriteiten zijn binnengedrongen op toestellen die zich op Nederlands grondgebied bevonden, waarna de data op die toestellen vastgelegd is. Dit hacken vond plaats op Nederlands grondgebied. Dat betekent dat het bepaalde in artikel 5.2.2. Wetboek van Strafvordering toegepast had moeten worden. Ongeacht de vraag of dit hacken plaatsvond op basis een Joint Investigation Team (hierna: JIT) of een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB).
  • Er is onrechtmatig tegenover de verdachte opgespoord. De verdachte kan dat niet laten toetsen. In Nederland niet, omdat volgens de Hoge Raad (ten onrechte) het vertrouwens-beginsel aan de orde is. In Frankrijk niet, omdat uit het arrest van het Franse Cour de Cassation blijkt dat de verdachte geen belanghebbende is bij het bewijs in rechte nietig te laten verklaren. Dit levert strijd op met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) respectievelijk artikel 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM).
  • Tot slot gaat het om het gebruik van oncontroleerbaar bewijs, zonder dat er afdoende maatregelen ter compensatie van de verdedigingsrechten worden getroffen, wat in strijd is met het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM).
Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van de door het Franse Cour de Cassation gestelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie (hierna: HvJEU). Meer subsidiair heeft de advocaat verzocht de rechtbank zelf prejudiciële vragen te laten stellen aan het Hof van Justitie.
De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank heeft bij de beoordeling van het verweer van de advocaat rekening gehouden met wat is overwogen in de arresten van de Hoge Raad van 13 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:913) en 13 februari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:192), het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 augustus 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:2301) en van de uitspraak van rechtbank Den Haag van 29 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:19549) en van de rechtbank Noord-Holland van 17 oktober 2025 (ECLI:NL:RBNHO:2025:12065) en tot slot de beslissing van de rechter-commissaris van de rechtbank Den Haag van 29 september 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:18272).
De rechtbank sluit zich aan bij wat is overwogen in de hiervoor genoemde uitspraken over de feitelijke gang van zaken in het onderzoek naar Encrochat. Hieruit volgt dat in het geval van Encrochat sprake is geweest van de inzet van een interceptietool, in een door de Franse autoriteiten uitgevoerd opsporingsonderzoek, welke tool is ingezet met toestemming van een Franse rechter en op basis van Frans recht. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, en dat het niet aan de rechtbank is om de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen van de Franse autoriteiten te toetsen. Dit is anders wanneer blijkt dat het in Frankrijk verrichte opsporingsonderzoek en het daaruit verkregen bewijs onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten is verricht.
De rechtbank is van oordeel dat het binnendringen van Nederlandse telefoons door de Franse autoriteiten geen onderzoekshandelingen opleveren waarvan gezegd kan worden dat de uitvoering hiervan (mede) onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten is gedaan. De rechtbank sluit zich aan bij en verenigt zich met wat het gerechtshof
’s-Hertogenbosch in haar arrest van 22 augustus 2025 op dit punt heeft overwogen:
“(…) de wijze van interceptie maakt niet dat de locatie van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden (ook) in Nederland is geweest dan wel hierdoor naar Nederland verplaatste, hetgeen immers zou impliceren dat die locatie ook met een gebruiker mee verplaatste als deze zich over een of meer landsgrenzen begaf. Nee, de tool is geïnstalleerd door de Franse politie en vanuit Frankrijk op de toestellen van de individuele gebruikers geïnstalleerd. De aldus verkregen data zijn vervolgens verzameld en verzonden naar de Franse autoriteiten. De inzet van de interceptietool en de vergaring vonden aldus plaats in en vanuit Frankrijk, terwijl deze omstandigheid ook niet met zich brengt dat de verantwoordelijkheid voor de inzet van de interceptietool overgaat naar of mede komt te liggen bij de autoriteiten van het land waar de gebruiker van het toestel zich op dat moment bevindt. Er is geen aanwijzing dat de Nederlandse autoriteiten de Franse autoriteiten hebben aangestuurd bij het binnendringen van de telefoons van gebruikers op Nederlands grondgebied (bijvoorbeeld door aan te sturen op het binnendringen van specifieke telefoons).”
Het vorenstaande betekent dat Nederland geen rechtsmacht heeft waar het de interceptie betreft van de gegevens op de telefoons van Nederlandse gebruikers op Nederlands grondgebied. Het vertrouwensbeginsel is dus onverkort van toepassing.
Voorts overweegt de rechtbank dat de overdracht van de door de Franse opsporings-autoriteiten verkregen data aan Nederland plaatsvond op basis van een tussen Frankrijk en Nederland gesloten JIT-overeenkomst. Dat voorafgaand aan en binnen het JIT overleggen zijn geweest tussen de Nederlandse en Franse opsporingsautoriteiten en dat er intensief is samengewerkt maakt de conclusie ten aanzien van het voorgaande niet anders.
Wat betreft de uitspraak van het Cour de Cassation en de aan het Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen overweegt de rechtbank dat de verdachte geen belang heeft bij een antwoord op die vragen. Zoals overwogen heeft Frankrijk de verkregen berichten op basis van de JIT-overeenkomst aan Nederland verstrekt. Dat is een wezenlijk andere situatie dan in de zaak die ten grondslag ligt aan de uitspraak van het Cour de Cassation. In die zaak heeft het Duitse Openbaar Ministerie op basis van een EOB aan de Franse autoriteiten verzocht tot overdracht van de verkregen encrochatberichten. Zoals gezegd is dat hier niet aan de orde. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om in dit kader zelf prejudiciële vragen te stellen.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat uit het stellen van prejudiciële vragen door het Franse Cour de Cassation niet de conclusie kan worden getrokken dat sprake zou zijn van onrechtmatig handelen in Encrochatzaken. Eerder zijn er aanwijzingen te vinden voor het tegendeel in eerdere door de Cour de Cassation gedane uitspraken (vgl. het arrest van 11 oktober 2022, ECLI:FR:CCASS:2022:CR01226).
Betrouwbaarheid van de Encrochatberichten
De Hoge Raad heeft reeds geoordeeld dat uit het vertrouwensbeginsel volgt dat de van Frankrijk verkregen data in beginsel betrouwbaar zijn. Daarnaast heeft het NFI-onderzoek gedaan naar de juistheid van de uit Frankrijk ontvangen berichten door deze data te vergelijken met de data van een aantal in Nederland in beslag genomen Encrochattelefoons. Bij dat onderzoek is niet gebleken van onregelmatigheden waardoor getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van de berichten. Door de verdediging is verder onvoldoende naar voren gebracht op grond waarvan getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van de verkregen gegevens. De verdediging is voorts in de gelegenheid gesteld om de Encrochat datasets op juistheid te onderzoeken.
Ontbreken rechtsbescherming
Gelet op de toepasselijkheid van het vertrouwensbeginsel is de taak van de rechtbank met betrekking tot het verkregen bewijs beperkt tot het waarborgen van de ‘overall fairness’ van de strafzaak tegen de verdachte. Dat houdt naar het oordeel van de rechtbank in dat de wijze waarop van de resultaten van de buitenlandse onderzoeken in de strafzaak gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk mag maken op het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. De rechtbank ziet in het dossier geen aanwijzingen, ook niet in de door de advocaat aangehaalde uitspraken, waaruit zou kunnen blijken dat in het Franse onderzoek sprake is geweest van een evidente schending van artikel 6 EVRM dan wel een schending van artikel 8, die zodanig ernstig is dat deze tevens een schending van artikel 6 EVRM oplevert.
Conclusie
De rechtbank ziet gezien het vorenstaande geen redenen om te twijfelen aan de rechtmatigheid dan wel betrouwbaarheid van de verkregen Encrochatberichten. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de advocaat om deze berichten van het bewijs uit te sluiten.
Is verdachte de gebruiker geweest van de Encrochataccounts [accountnaam] en [accountnaam] ?
De rechtbank stelt op basis van het onderzoek aan de Encrochatberichten, verstuurd door de accounts [accountnaam] en [accountnaam] , vast dat de verdachte de gebruiker geweest is van deze twee Encrochataccounts. Redengevend daarvoor vindt de rechtbank, onder meer, het bericht van 8 april 2020, waarbij door de gebruiker [accountnaam] een schermafbeelding van zijn telefoon wordt verstuurd waarop een betaalrekening op naam [verdachte] zichtbaar is, en een aantal bij- en afschrijvingen, waaronder een afschrijving naar de bankrekening op naam van de stiefzus van de verdachte en een bijschrijving naar de bankrekening op naam van [bedrijf 1] . Daarnaast stuurt de gebruiker [accountnaam] op 2 april 2020 aan een ander account dat die persoon ‘ook bij zijn zaak in [plaats] kan komen’, waarna de gebruiker een routebeschrijving naar het bedrijf aan de [adres 2] in [plaats] stuurt, op welke locatie het bedrijf van de verdachte gevestigd is.
Op basis van het bericht van [accountnaam] van 16 april 2020 stelt de rechtbank vast dat de gebruiker van het account [accountnaam] vanaf dat moment gebruik maakt van het Encrochataccount [accountnaam] . Dat de verdachte gebruiker van het account [accountnaam] is geweest, baseert de rechtbank ook op onder meer de berichten van 17, 21 en 28 april 2020 en de berichten van 1 mei 2020.
Uit de berichten van april in samenhang met de historisch verkeersgegevens van het aan de verdachte toegeschreven mobiele telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) blijkt dat de mobiele telefoon van de verdachte op die locaties is of verbinding maakt met de zendmasten die aansluiten bij de route en/of locaties genoemd in de door gebruiker [accountnaam] verstuurde Encrochatberichten.
Uit het bericht van 1 mei 2020 om 11.07 uur blijkt dat gebruiker [accountnaam] zijn Golf kwijt wil, omdat hij de dag daarvoor in Amsterdam aangehouden is en zijn auto doorzocht is. Uit politiemutaties blijkt dat de verdachte op 1 mei 2020 om 00.10 in Amsterdam werd gecontroleerd als bestuurder van een witte Volkswagen Golf. Daarnaast blijkt uit de historisch zendmastgegevens van het mobiele telefoonnummer van de verdachte dat het nummer op 1 mei 2020, om 00.02 uur contact maakt met een zendmast in Amsterdam.
Is de medeverdachte [medeverdachte 1] de gebruiker geweest van het Encrochataccount [accountnaam] ?
De rechtbank stelt op basis van het onderzoek aan de Encrochatberichten, verstuurd door het account [accountnaam] , vast dat de medeverdachte de gebruiker is geweest van dit Encrochataccount. Redengevend daarvoor vindt de rechtbank, onder meer, de berichten van 15 en 16 april 2020 tussen [accountnaam] en de gebruiker [gebruikersnaam] . In die berichten verwijst de gebruiker naar zijn zoon, die de gebruikersnaam [accountnaam] heeft. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte (de zoon van de medeverdachte) de gebruiker geweest is van het Encrochataccount [accountnaam] .
Handel in softdrugs (feit 2)
De politie heeft de Encrochatberichten, verstuurd door de verdachte met de Encrochataccounts [accountnaam] en [accountnaam] , in de periode tussen 28 maart 2020 tot en met 12 juni 2020, geanalyseerd.
De rechtbank stelt vast dat in de chatgesprekken die worden gevoerd regelmatig afkortingen of versluierd taalgebruik worden gebruikt. De politie heeft op basis van ervaring in onderzoeken naar zware georganiseerde criminaliteit en/of naslag op relevante internetsites duiding gegeven aan verschillende termen en begrippen die in de chatgesprekken zijn gebruikt. Deze duiding is in lijn met hetgeen de rechtbank ambtshalve bekend is geworden uit andere Opiumwetzaken. De rechtbank verenigt zich dan ook met die uitleg van de politie.
De rechtbank acht op basis van die berichten, in onderling verband en in samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich, als zijnde de gebruiker van de Encrochataccounts [accountnaam] en [accountnaam] , in de periode tussen 2 april 2020 en 10 juni 2020, onder andere samen met de medeverdachte, schuldig heeft gemaakt aan het verstrekken, vervoeren en het voorhanden hebben van verdovende middelen in de vorm van hennep en hasj.
Wat betreft de ten laste gelegde periode overweegt de rechtbank dat het dossier geen bewijs bevat dat de verdachte zich voor 2 april 2020 en/of na 10 juni 2020 eveneens schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. Vóór 2 april 2020 bevat het dossier geen Encrochatberichten die hierop wijzen. Wat betreft de periode na 26 mei 2020 overweegt de rechtbank het volgende. Ten eerste zijn er geen Encrochatberichten van het account [accountnaam] of [accountnaam] van de periode na 10 juni 2020. Het enkele feit dat op 20 april 2022, dus bijna twee jaar na het laatste belastende Encrochatbericht, bij de doorzoeking van het pand van de verdachte aan de [adres 2] in [plaats] soft- en harddrugs zijn aangetroffen rechtvaardigt niet de conclusie dat de verdachte zich dus ook in de tussenliggende periode daaraan schuldig moet hebben gemaakt. De verdachte zal voor deze perioden partieel vrijgesproken worden.
De rechtbank is daarbij, gelet op de grote hoeveelheden verhandelde softdrugs, de bewezen-verklaarde periode, de hoeveelheid tegencontacten en het aantal verkooptransacties, van oordeel dat de verdachte het feit heeft gepleegd in de uitoefening van beroep of bedrijf.
Handel in cocaïne (feit 6)
De politie heeft de Encrochatberichten, verstuurd door de verdachte met de Encrochataccounts [accountnaam] en [accountnaam] , in de periode tussen 28 maart 2020 tot en met 12 juni 2020, geanalyseerd.
De rechtbank stelt vast dat in de chatgesprekken die worden gevoerd regelmatig afkortingen of versluierd taalgebruik worden gebruikt. De politie heeft op basis van ervaring in onderzoeken naar zware georganiseerde criminaliteit en/of naslag op relevante internetsites duiding gegeven aan verschillende termen en begrippen die in de chatgesprekken zijn gebruikt. Deze duiding is in lijn met hetgeen de rechtbank ambtshalve bekend is geworden uit andere Opiumwetzaken. De rechtbank verenigt zich dan ook met die uitleg van de politie.
De rechtbank acht op basis van die berichten, in onderling verband en in samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich, als zijnde gebruiker van de Encrochataccounts [accountnaam] en [accountnaam] , in de periode tussen 11 april 2020 en
10 juni 2020, samen met anderen, schuldig gemaakt heeft aan het vervoeren, verstrekken en voorhanden hebben van cocaïne.
De rechtbank leidt dit onder meer af uit de berichten verstuurd tussen de verdachte en de gebruiker met de naam [gebruikersnaam] tussen 11 en 16 april 2020. Uit die berichten blijkt dat de verdachte op 11 april 2020 met Encrochatgebruiker [gebruikersnaam] communiceert over blokken waarvoor 27.5 -27.250 voor betaald moet worden. Uit die berichten blijkt verder dat deze [gebruikersnaam] eerst een voorbeeld wil, waarna door [accountnaam] 1 blok wordt afgeleverd. In de berichten daarna wordt gesproken over het voorbeeld dat op 11 april is geleverd, maar dat is afgekeurd vanwege de geur.
Op 16 april 2020 stuurt [accountnaam] berichten aan Encrochatgebruiker [gebruikersnaam] waarin staat dat ‘die kilo van gisteren niet goed was’ en dat deze moet worden omgeruild want het transport gaat vandaag.
Op 10 juni 2020 wordt gebruiker [accountnaam] gevraagd of hij blokken nodig heeft, boli toppers, waarbij een afbeelding van een wit blok wordt verstuurd. Aansluitend informeert [accountnaam] bij de medeverdachte [accountnaam] of ‘die grote wat met boli kan’. Gebruiker [accountnaam] wil 50 gram en de week daarna 100. De 50 is voor henzelf en voor die 100 krijgt hij 33, wat 550 winst is. Via encrochatgebruiker [gebruikersnaam] laat [accountnaam] vervolgens 50 gram colo naar hem toe komen.
Het dossier bevat geen bewijs dat de verdachte zich ook in de periode voor 11 juni 2020 en na 20 april 2022 schuldig gemaakt heeft aan de handel in cocaïne. Vóór 11 juni 2020 bevat het dossier geen Encrochatberichten die hierop wijzen. Er zijn eveneens geen Encrochatberichten van het account [accountnaam] of [accountnaam] van de periode na 12 juni 2020. Het enkele feit dat op 22 april 2022 bij de inval in het pand van de verdachte verdovende middelen zijn aangetroffen, levert op zichzelf onvoldoende bewijs op voor de vaststelling dat de verdachte dus in de gehele tussenliggende periode van bijna twee jaar zich schuldig is blijven maken aan de handel in cocaïne. De rechtbank zal de verdachte daarom partieel vrijspreken van de periode gelegen tussen 20 maart 2020 en 10 april 2020 en de periode gelegen tussen 11 juni 2020 en 20 april 2022.
De rechtbank zal de verdachte ook partieel vrijspreken van de ten laste gelegde in- en export van verdovende middelen, nu het dossier hiervoor geen bewijs bevat.
Inleiding feit 1, feit 3, feit 4 en feit 5
Op 20 april 2022 heeft de politie een pand aan de [adres 2] te [plaats] en een woning aan de [adres 3] in [plaats] doorzocht. In het pand aan de [adres 2] in [plaats] is het bedrijf van de verdachte gevestigd met de naam ‘ [bedrijf 2] B.V.’. Aanleiding voor de doorzoekingen was een op basis van TCI-informatie ontstane verdenking tegen de verdachte dat hij zich bezig zou houden met het organiseren van illegale pokeravonden. Bij de doorzoekingen zijn vuurwapens en verdovende middelen aangetroffen. Daarnaast is in een ruimte in het pand aan de [adres 2] een zogenaamde pokertafel aangetroffen. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt heeft aan het voorhanden hebben van aangetroffen vuurwapens, verdovende middelen en het zonder vergunning organiseren van pokeravonden.
Feit 1 – voorhanden hebben vuurwapens
Vuurwapen Rotterdam
De verdachte bekent bij de inhoudelijke behandeling dat hij op 20 april 2022 te Rotterdam een vuurwapen (met patroonmagazijn) van het merk Walther, model P99, kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad. Ook bekent de verdachte dat hij de in het wapen aangetroffen munitie, zijnde patronen van het merk Luger, kaliber 9x19mm, voorhanden heeft gehad. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dit onderdeel van de beschuldiging gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen in het vonnis. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 november 2025;
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2022, genummerd PL0900-2020292259-56, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 370 en volgende, van het proces-verbaal met nummer 2020292259.PF.
Vuurwapen, patroonmagazijn en munitie [plaats]
Bij de doorzoeking van het pand aan de [adres 2] in [plaats] is, onder meer, een vuurwapen (met munitie), een los patroonmagazijn en een los patroon aangetroffen. Het vuurwapen, met daarnaast het patroonmagazijn, lagen op een systeemplafond, van een open ruimte op de eerste etage. Uit onderzoek blijkt dat het gaat om een vuurwapen, pistool, merk Beretta, model 9000S, kaliber 9mm Para. Het aangetroffen patroonmagazijn is van het merk Walther, model P99, kaliber 9x19mm. De patronen in het patroonmagazijn betreffen scherpe patronen van het merk Luger, kaliber 9x19mm. Het patroon, aangetroffen in een bureaulade op de eerste verdieping, betreft een scherp patroon kaliber 9mm Carb. Volgens de politie zijn de hiervoor genoemde patronen bestemd of geschikt om een projectiel door middel van het vuurwapen van het merk Beretta en elk ander scherp schietend vuurwapen kaliber 9x19mm af te schieten. Daarnaast kunnen de hiervoor genoemde patronen geladen worden in het los aangetroffen patroonmagazijn.
De raadsman van de verdachte stelt dat het vuurwapen, het losse patroonmagazijn en het losse patroon niet van de verdachte zijn en dat verdachte ook niet wist dat deze voorwerpen in zijn pand lagen. Volgens de verdachte is het goed mogelijk dat toen de politie het pand binnenviel deze voorwerpen door een van de andere aanwezigen op dat moment op die plekken neergelegd zijn.
De rechtbank overweegt dat voor een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van vuurwapens en/of munitie vereist is dat de verdachte een wapen en/of munitie bewust aanwezig heeft gehad. Die bewustheid hoeft zich niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Verder is voor de bewezenverklaring van dat voorhanden hebben nodig dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken.
Het wapen, het patroonmagazijn en de munitie zijn aangetroffen in het door de verdachte gehuurde pand. In het pand is het autobedrijf van de verdachte gevestigd. Het bedrijf van de verdachte is al jarenlang huurder van het pand. De verdachte was dagelijks aanwezig in het pand en de verdachte was ook in het pand aanwezig toen de politie het pand op 20 april 2022 binnenviel. Het vuurwapen en het patroonmagazijn lagen op een voor verdachte toegankelijke plek, namelijk boven op een plafondplaat in een open ruimte op de eerste verdieping van het pand. Verder is in ruimte 2 (kantoorruimte) boven een plafondplaat opnameapparatuur voor camerabeelden aangetroffen. Dat duidt erop dat de ruimten boven de plafondplaten kennelijk vaker door de verdachte als opslag werden gebruikt
Verder is er naast de Beretta een patroonmagazijn aangetroffen dat past bij het vuurwapen dat op 20 april 2022 in Rotterdam is aangetroffen en waarvan de verdachte bekent dat het wapen van hem is. Tot slot worden door het aan de verdachte gekoppelde Encrochataccount verschillende berichten gestuurd waaruit blijkt dat de verdachte ten tijde van het versturen van die berichten de beschikking had over een vuurwapen en dat hij op zoek is naar ‘meerdere 9 mm’s’.
De rechtbank acht het onaannemelijk dat het vuurwapen, het patroonmagazijn en het losse patroon in de haast op die verschillende plekken zijn neergelegd door een van de aanwezigen toen de politie het pand op 20 april 2022 met veel geweld binnenviel.
De rechtbank is op grond van voornoemde feiten en omstandigheden ervan overtuigd dat de verdachte wetenschap had, althans dat het niet anders kan zijn dat de verdachte bewust was van de aanwezigheid van het vuurwapen, het patroonmagazijn en het losse patroon in zijn pand en dat de verdachte hierover kon beschikken.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 20 april 2022 een vuurwapen van het merk Beretta, een patroonmagazijn en meerdere patronen voorhanden heeft gehad. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte het wapen en het patroonmagazijn samen met een ander voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal hem daarom van het medeplegen vrijspreken.
Feiten 3 en 5 – voorhanden hebben hennep, hasj en cocaïne
Bij de doorzoeking van het pand is een zwarte gesealde strijkzak aangetroffen. Uit onderzoek blijkt dat in deze zak gedroogde henneptoppen zaten, met een gewicht van in totaal 996,17 gram. Deze zak is aangetroffen in ruimte 1 (opslagruimte) onder een tafel.
Verder is in ruimte 2 (kantoor), in een bureaulade, een witte plastic tas aangetroffen. In die tas zat een aantal blokken, te weten drie hele en twee halve blokken. Uit onderzoek blijkt dat dit hasj blokken zijn, met een totaalgewicht van 398,60 gram.
Tot slot is bij de doorzoeking, in een Peugeot, in een verborgen ruimte in de kofferbak, een tas aangetroffen. In deze tas zaten 10 blokken. Uit onderzoek is gebleken dat het gaat om 9 blokken hasj, met een totaalgewicht van 8.883 gram en één blok cocaïne van 970 gram.
In de tas is verder een medicijndoosje aangetroffen, met daarop een etiket, op naam van [medeverdachte 1] (medeverdachte), geboortedatum [geboortedatum] 1992 (de geboortedatum van verdachte).
De raadsman van de verdachte stelt dat de aangetroffen verdovende middelen niet van de verdachte zijn en dat de verdachte ook niet wist van de aanwezigheid van die verdovende middelen. Dat geldt ook voor de in de verborgen ruimte aangetroffen verdovende middelen. Volgens de verdachte is het goed mogelijk dat toen de politie het pand binnenviel de verdovende middelen door een van de andere aanwezigen onder de tafel en/of in de bureaulade zijn gelegd. Voor het medicijndoosje geldt dat ditbij het openbreken van de verborgen ruimte mogelijk in de tas terecht is gekomen.
De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Voor de bewezenverklaring van 'aanwezig hebben' is nodig dat de verdachte feitelijke macht over het verdovende middel en/of de middelen heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken. Daarvoor moet de verdachte op z'n minst de aanmerkelijke kans bewust hebben aanvaard dat het middel en/of de middelen in zijn machtssfeer aanwezig is of zijn geweest.
Een deel van de verdovende middelen is aangetroffen in het pand van de verdachte. Zowel de verdachte als de medeverdachte hebben verklaard dat zij bijna dagelijks in het pand aanwezig waren. De zwarte gesealde zak en de witte plastic tas lagen op voor de verdachte(n toegankelijke plekken. De witte plastic tas lag in een bureaulade in een ruimte die als kantoor werd gebruikt. Verder zijn op het bureau en in verschillende bureauladen diverse telefoons en kentekenbewijzen aangetroffen. Daarnaast zijn in een stellingkast in de garage van het pand meerdere nog niet gebruikte strijkzakken gevonden, soortgelijk aan die waarin de gedroogde henneptoppen zaten.
De rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat op 20 april 2022 de verdovende middelen, toen de politie met veel geweld het pand binnenviel, door een van de andere aanwezigen op de genoemde plekken zijn achtergelaten. De verdediging wekt die suggestie, terwijl daar door niemand over is verklaard. Ook is er niet verklaard over het naar binnen brengen van grote pakketten of tassen door gasten waar de drugs in had kunnen zitten. Het is verder onwaarschijnlijk dat een gast op de benedenverdieping in de stellingkast in de garage – waar de politie binnenviel – soortgelijke lege, nog niet gebruikte, strijkzakken in alle haast heeft weggelegd. De verdachten geven hierover ook geen aannemelijke verklaring.
Verdachte had een bedrijf dat zich bezighield met de in- en verkoop van auto’s. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de verdachte (als ook de medeverdachte) meer verstand heeft van auto’s dan de gemiddelde Nederlander. De Peugeot, met daarin de verborgen ruimte, staat sinds 6 oktober 2021 op naam van het bedrijf van de verdachte. De auto is door de medeverdachte aangeschaft. Uit de Whatsappgesprekken tussen verdachte en medeverdachte blijkt dat na aankoop van de Peugeot reparatiewerkzaamheden aan de Peugeot zijn verricht en dat zowel de verdachte als de medeverdachte allebei gebruik maakten van de Peugeot. Verder lag in de tas in de verborgen ruimte een medicijndoosje, dat kennelijk kort na aanschaf van de auto, aan de verdachte is verstrekt. Deze kan niet in de tas zijn gevallen bij het openen van de verborgen ruimte door de politie zoals door de verdediging is gesuggereerd. Uit het dossier blijkt namelijk dat de verborgen ruimte niet door de politie is opengebroken, maar dat de ruimte is geopend via een zogenaamde 12 volt omleiding. Om de ruimte te kunnen openen moet het voertuig aan staan en 12 volt op het slot worden geactiveerd, de klep gaat vervolgens via de gasveer open, waarna de klep verder handmatig te openen is. Deze op professionele wijze ingebouwde verborgen ruimte moet ook door de verdachten zijn gezien als gelet op hun verklaring zij de auto hebben aangekocht van iemand uit het criminele circuit. De verdachten hadden immers jarenlange ervaring met de handel in auto’s. De rechtbank gelooft daarom de verklaring van de verdachte(n) niet. Tot slot weegt de rechtbank voor de verdere overtuiging mee dat uit de Encrochatberichten blijkt dat de verdachte en de medeverdachte zich in 2020 bezig hebben gehouden met de handel in verdovende middelen en toen ook hennep, hasj en cocaïne voorhanden hebben gehad (feit 3). Op grond van het voorgaande is ook wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte op 20 april 2022, samen met een ander, 970 gram cocaïne voorhanden heeft gehad (feit 5).
De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte op 20 april 2022, samen met een ander, een hoeveelheid van 996,17 gramhenneptoppen en 9.281,60 gram hasj voorhanden heeft gehad.
Feit 4 – organisatie illegale pokeravonden
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op 20 april 2022 bij de doorzoeking van het pand aan de [adres 2] , in een ruimte op de eerste verdieping, een pokertafel is aangetroffen. Het betrof een ovale tafel, verdeeld in 9 vakken, met een gedeelte waarin geldfiches geplaatst konden worden. Op de tafel lagen in de verschillende vakken fiches en speelkaarten. De aangetroffen situatie is door de politie beoordeeld. Uit die beoordeling blijkt dat de wijze waarop de beschreven kaarten, fiches en dealerbutton op de aangetroffen pokertafel lagen, overeenkomt met de wijze waarop het spel poker gespeeld wordt. Uit de wijze waarop de fiches aan de rand van het spelersvak bij de spelersplaatsen waren geplaatst, maakt de politie op dat kort voor het binnentreden nog acht spelers aan het pokerspel deelnamen en dat er sprake was van een vaste dealer die achter de fichebak zat. Tot slot wordt door de in het pand aanwezigen personen bevestigd dat er die avond gepokerd werd, waarbij door de aanwezigen ook verklaard wordt dat sprake was van een buy-in en een aan de organisatie te betalen vergoeding. De rechtbank gaat voorbij aan de veel later door de aanwezigen afgelegde verklaringen bij de rechter-commissaris waarbij zij hun eerdere verklaring in veel gevallen nuanceren en zeggen dat er slechts sprake zou zijn van ‘tientjeswerk’. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de eerdere verklaringen die kort na de inval zijn afgelegd. De aanwezigen werden toen als verdachten gehoord, hebben (ook voor zichzelf) belastend verklaard en geven vrijwel allemaal aan dat zij wel wisten dat deze pokeravonden niet waren toegestaan. Ook valt op dat velen in de eerdere verklaring niet willen noemen wie de organisator was van de pokeravonden omdat zij die persoon ‘niet in de problemen wilden brengen’.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 3 maart 1998 (ECLI:NL:HR:1998:ZD0952) geoordeeld dat poker als een kansspel aangemerkt moet worden. Voor het aanbieden van poker is uitsluitend een vergunning verleend aan Holland Casino. Het pand van de verdachte is geen vestiging van Holland Casino. De rechtbank acht op grond hiervan overtuigend bewezen dat er op 20 april 2022 sprake was van het zonder vergunning organiseren van een kansspel.
De rechtbank leidt uit de politiemutaties en de verklaringen van de aanwezigen af dat vanaf 4 oktober 2018 tot 20 april 2022 zonder vergunning pokeravonden in het pand van de medeverdachte en later verdachte georganiseerd werden. Nadat het bedrijf van de medeverdachte opgeheven werd in 2019 heeft de verdachte namelijk zijn bedrijf in het pand voortgezet. Uit de politiemutaties blijkt dat er vanaf 4 oktober 2018 op verschillende data door de politie geconstateerd is dat op de woensdagavond bij het pand van de verdachte verschillende personen aanwezig zijn. Het gaat om personen, afkomstig uit heel Nederland, met politiemutaties die zien op overtreding op de Wet op de kansspelen en/of illegaal gokken. Ook de aanwezigen zelf verklaren dat zij al geruime tijd, in sommige gevallen, al jaren in het pand van de verdachte deelnemen aan pokeravonden op de woensdag.
Resteert de vraag op welke wijze de verdachte betrokken geweest is bij het organiseren van deze pokeravonden.
De medeverdachte was tot medio oktober 2019 de huurder van het pand. In oktober 2019 is het bedrijf van de medeverdachte opgeheven. De medeverdachte heeft verklaard dat hij op verzoek van de organisator van het pokertoernooi ( [A] ) het door hem gehuurde pand aan de [adres 2] aan de organisator ter beschikking heeft gesteld. De medeverdachte heeft ook verklaard dat hij destijds geholpen heeft de op 20 april 2022 aangetroffen pokertafel naar boven te tillen. Na oktober 2019 was het bedrijf van de verdachte op de [adres 2] gevestigd. Ook hebben de medeverdachte en later de verdachte een betreffende ruimte in het pand geschikt gemaakt en langdurig ter beschikking gesteld aan de organisator van de pokeravonden. Daarnaast blijkt uit de chatberichten tussen de medeverdachte en de verdachte dat zij deelnamen aan de pokeravonden en dat zij elkaar op de hoogte hielden van het verloop van de avonden.
De rechtbank is van oordeel dat, hoewel niet blijkt dat de verdachte en/of de medeverdachte de pokeravonden georganiseerd hebben, het zonder hun bijdrage, in de vorm van het langdurige ter beschikking stellen van hun pand en ruimte, voor de organisatie niet mogelijk was geweest om aldaar in deze vorm op professionele wijze pokeravonden te organiseren.
De rechtbank is van oordeel dat deze bijdrage van de verdachte en de medeverdachte aan het organiseren en promoten van deze illegale pokeravonden kwalificeert als medeplegen van medeplichtigheid. Verdachten zijn samen behulpzaam geweest bij het faciliteren van de pokeravonden. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het primair ten laste gelegde medeplegen.
De rechtbank acht dan ook feit 4 subsidiair wettig en overtuigend bewezen.
4.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 20 april 2022 te Soesterberg en Rotterdam, een of meer (onderdelen van) wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een pistool, van het merk Walther, type P99 AS, kaliber 9x19mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
- een pistool, van het merk Baretta, type 9000S, kaliber 9mm Para (9x19mm) zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
- een patroonmagazijn, van het merk Walther, model P99, kaliber 9x19mm en
- munitie van categorie III te weten één of meerdere scherpe patronen van het merk Luger, kaliber 9x19mm afkomstig uit het patroonmagazijn van het pistool (merk: Walther) en
- munitie van categorie III te weten één of meerdere scherpe patronen van het kaliber 9x19mm afkomstig uit het patroonmagazijn van het pistool (Merk Walther)
voorhanden heeft gehad;
feit 2
in de periode van 2 april 2020 tot en met 10 juni 2020 te Soesterberg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf,
(telkens) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd en opzettelijk aanwezig gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj (telkens) een of meerdere (gebruikers)hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of van hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3
op 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 398,60 gram, en ongeveer 8.883 gram, van een gebruikelijk vast mengsel hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) en ongeveer 996,17 gram, hennep, zijnde hasjies en hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 4 subsidiair[A] en/of een of meer ander(en) in de periode van 4 oktober 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , in het pand gelegen aan de [adres 2] , meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, al dan niet opzettelijk gelegenheid heeft gegeven aan diverse (derde) personen aanwezig op voornoemde locatie om door middel van het (kans)spel poker – zijnde in art 4 lid 1 onder j Beschikking casinospelen 1996 aangewezen als casinospel en daarmee als kansspel -, mede te dingen naar prijzen en/of premies, terwijl de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend
bij welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in de periode van 4 oktober 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , opzettelijk behulpzaam is geweest en tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, en één of meer ander(en) opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft door aan die [A] en/of een of meer ander(en):
  • het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] beschikbaar te stellen;
  • toe te staan om één ruimte het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] in te (doen) richten, en ingericht te houden, voor het pokeren, met daarbij behorende poker-attributen, zoals een speeltafel, fiches, een dealerbutton, speelkaarten;
  • toe te staan dat deelnemers – spelers en functionele pokerdeelnemers zoals dealers - aan het pokerspel ten behoeve van het pokeren toegang hadden tot het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] ;
  • toe te staan dat in een ruimte van het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] reclame werd gemaakt voor pokeravonden via een ‘whiteboard’ met de tekst: “Elke woensdag Sattelite toernooi €10,= tot max 10:00 uur”.
feit 5
op 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal ongeveer) 970 gram cocaïne;
feit 6
in de periode van 11 april 2020 tot en met 10 juni 2020 te Soesterberg, gemeente Soest, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, (telkens) opzettelijk verstrekt en vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

5.Kwalificatie en strafbaarheid

5.1
KwalificatieDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
feit 2
medeplegen van het in de uitoefening van een beroep opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
en
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 3
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 4 subsidiair
medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet op de Kansspelen, meermalen gepleegd;
feit 5
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 6
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
5.2
Strafbaarheid feiten en verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

6.Straf

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 55 maanden, met aftrek van het voorarrest;
- een geldboete van € 6.500,00, te vervangen door 68 dagen hechtenis als de verdachte deze boete niet betaalt.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert aan dat de verdachte vader is van twee kinderen en werkzaam is in het bedrijf van zijn vrouw. De verdachte heeft zijn leven op orde en oplegging van een gevangenisstraf zal dit ernstig doorkruisen. Ook is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst en de omstandigheden van de gepleegde feiten Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal ernstige strafbare en ondermijnende feiten. In de periode tussen april 2020 en juni 2020 heeft de verdachte zich samen met de medeverdachte actief beziggehouden met de handel in softdrugs als met de handel in harddrugs. De verdachte vervulde in die periode een dubbele rol: die van koper/verkoper als die van tussenpersoon. Daarnaast heeft verdachte op 20 april 2022 twee vuurwapens voorhanden gehad en een grote hoeveelheid hennep, hasj alsook cocaïne. De verdachten bevinden zich dus al langere tijd in de wereld van de drugscriminaliteit. De rol die de verdachten lijken te hebben is die van tussenpersoon. De verdachten lijken overal een handeltje in te zien en bekommeren zich daarbij niet om het feit dat de handel in verdovende middelen strafbaar is, waarmee veel geld gemoeid is en welke een ondermijnend effect heeft op de Nederlandse samenleving. Ook gaat het vaak gepaard met veel geweld en het gebruik van vuurwapens. De rechtbank acht het aannemelijk dat de verdachte de twee vuurwapens ook om deze reden aangeschaft heeft. Tot slot is de verdachte, samen met de medeverdachte, gedurende een lange periode behulpzaam geweest bij het organiseren van illegale pokeravonden. Het illegaal organiseren van pokertoernooien betekent dat de daarvoor noodzakelijk toezicht ontbreekt, waardoor deelnemers blootstaan aan gokverslaving en de mogelijkheid ontstaat om bijvoorbeeld geld wit te wassen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 14 oktober 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder veroordeeld is voor soortgelijke feiten.
Strafkader
Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten is de rechtbank van oordeel dat alleen met oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur kan worden volstaan. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf houdt de rechtbank rekening met de periode waarbinnen de strafbare feiten zijn gepleegd, de door de verdachte vervulde rol binnen de handel in verdovende middelen. Daarnaast komt de rechtbank tot een kortere bewezenverklaarde periode voor de feiten 2 en 6. Ook heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank reden om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.
Met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn gaat de rechtbank uit van het navolgende. De verdachte is op 21 april 2022 in verzekering gesteld. De rechtbank wijst vandaag, 23 december 2025, vonnis. Daarmee is de redelijke termijn overschreden. Van bijzondere omstandigheden is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen gevangenisstraf tot gevolg moet hebben.
Als de redelijke termijn niet was overschreden zou de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk hebben opgelegd. Gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.
Ten aanzien van de voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden opheffen. De verdachte is vanaf 18 oktober 2022 uit de voorlopige hechtenis geschorst. Niet is gebleken dat de verdachte zich na die datum opnieuw schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke of nieuwe strafbare feiten. Het gevaar voor herhaling is dan ook niet meer aanwezig. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal daarom wegens gebrek aan gronden worden opgeheven.

7.In beslag genomen voorwerpen

7.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de op lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 18, 32, 53 en 49 retour kunnen aan de verdachte, de onder 16, 19 tot en met 27 zullen worden verbeurdverklaard, dat de onder 29, 38 tot en met 43 en 50 tot en met 53 genoemde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat het beslag op de onder 34 tot en met 37 genoemde voorwerpen blijft rusten ten behoeve van het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft om teruggave verzocht van de onder 34 tot en met 37 genoemde voorwerpen.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
Retour verdachte
Het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave van de hieronder in de beslissing opgenomen inbeslaggenomen voorwerpen. De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van deze voorwerpen.
Verbeurdverklaren
De rechtbank zal de hieronder in de beslissing genoemde voorwerpen (waaronder de voor het pokerspel gebruikte fiches en de Peugeot waarin de verdovende middelen zijn aangetroffen) verbeurdverklaren. Het gaat om voorwerpen (1) waarmee de bewezenverklaarde feiten zijn begaan dan wel (2) met behulp van deze voorwerpen zijn de bewezenverklaarde feiten voorbereid/begaan.
De rechtbank zal, anders dan door de officier van justitie gevorderd is, de inbeslaggenomen geldbedragen, eveneens verbeurdverklaren. De wet biedt namelijk niet de mogelijkheid om bij einduitspraak het op de geldbedragen rustende beslag te laten voortduren in het kader van het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daar komt bij dat niet blijkt dat het Openbaar Ministerie ook conservatoir beslag op de geldbedragen heeft gelegd. Wat betreft de herkomst van het geld is de rechtbank van oordeel dat het gelet op de bewezenverklaarde feiten niet anders kan zijn dan het gaat om geld, verkregen met de handel in verdovende middelen.
Onttrekken aan het verkeer
De rechtbank zal de hieronder in de beslissing genoemde voorwerpen (waaronder de twee vuurwapens, de patronen en de verdovende middelen) onttrekken aan het verkeer. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de bewezenverklaarde feiten begaan dan wel met behulp van deze voorwerpen zijn de bewezenverklaarde feiten begaan. De voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en de beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 48, 57, van het Wetboek van Strafrecht;
  • 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
  • 2, 3, 10 en 11 Opiumwet;
  • 1 en 36, eerst en derde lid, van de Wet op de Kansspelen.

9.De beslissing

De rechtbank:
-verklaart de dagvaarding geldig;
-verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder feit 4 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
-verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 subsidiair, feit 5 en feit 6 heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
  • 1 STK kaartspel (PL0900-MD32020002_718247);
  • 7 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718242);
  • 6 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718244);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718246);
  • Fiches + pak speelkaarten IN SB (PL0900-MD32020002_718248);
  • 7 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718243);
  • 9 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718249);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718241);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718245);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718240);
  • 300 EUR (PL0900-2020292259-G2979345);
  • 350 EUR (PL0900-2020292259-G2979350);
  • 290 EUR (PL0900-2020292259-G2979351);
  • 550 EUR (PL0900-2020292259 - G2979362);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
  • 1 STK ploertendoder (PL0900-MD32020002_718109);
  • 1 BLO Hashish (PL0900-2020292259-G2984337);
  • 1 STK wapen (patroonhouder) (PL0900-2020292259-2979662);
  • 1 STK wapen (kogelpatroon) (PL0900-2020292259-2979664);
  • 1 STK wapen (Walther P99) (PL0900-2020292259-2979349;
  • 1 STK patroonmagazijn (Walther) (PL0900-2020292259-G2979662);
  • 1 STK kogelpatroon (PL0900-2020292259-G2979664);
  • 1 STK pistool in foudraal (Walther) (PL0900-2020292259-G2979349);
  • 9 STK Hashish (PL0900-2020292259-G2992523);
  • 1 STK verdovende middelen (PL0900-2020292259-G2992504);
  • 1 STK verdovende middelen (PL0900-2020292259-G2979986);
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
  • 1 STK Notitieblok (PL0900-MD32020002_718239);
  • 1 STK Horloge (PL0900-2020292259-G2979346);
  • 1 STK Rechten aan toonder (MD32020002_718334);
  • 1 STK tablet (PL0900-2020292259-G2980055).
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Maas, voorzitter, mr. C.E.M. Nootenboom-Lock en mr. M.J. Terstegge, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.
mrs. Nootenboom en Terstegge zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 16.249591.20
1
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 20 april 2022 te Soesterberg en/of Rotterdam, althans in Nederland, een of meer (onderdelen van) wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een pistool, van het merk Walther, type P99 AS, kaliber 9x19mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- een pistool, van het merk Baretta, type 9000S, kaliber 9mm Para (9x19mm) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- een patroonmagazijn, van het merk Walther, model P99, kaliber 9x19mm en/of - munitie van categorie III te weten één of meerdere scherpe patronen van het merk Luger, kaliber 9x19mm afkomstig uit het patroonmagazijn van het pistool (merk: Walther) en/of
- munitie van categorie III te weten één of meerdere scherpe patronen van het kaliber 9x19mm afkomstig uit het patroonmagazijn van het pistool (Merk Walther) voorhanden heeft gehad;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 te Soesterberg, althans in de gemeente Soest,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf,
(telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en
plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj
(telkens) een of meerdere (gebruikers)hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of van hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij op of omstreeks 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 398,60 gram, en/of ongeveer 8.883 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast
mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of ongeveer 996,17 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4
primair
hij in of omstreeks 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , althans in de gemeente Soest,
in het pand gelegen aan de [adres 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk
gelegenheid heeft gegeven aan diverse (derde) personen aanwezig op voornoemde locatie om door middel van het (kans)spel poker - zijnde in art 4 lid 1 onder j Beschikking casinospelen 1996 aangewezen als casinospel en daarmee als kansspel -, mede te dingen naar prijzen en/of premies,
terwijl de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[A] en/of een of meer ander(en) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , althans in de gemeente Soest,
in het pand gelegen aan de [adres 2] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk gelegenheid heeft gegeven aan diverse (derde) personen aanwezig op voornoemde locatie om door middel van het (kans)spel poker – zijnde in art 4 lid 1 onder j Beschikking casinospelen 1996 aangewezen als casinospel en daarmee als kansspel -, mede te dingen naar prijzen en/of premies,
terwijl de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling
waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend
bij welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , althans in de gemeente Soest, in elk geval in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, en/of één of meer ander(en) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [A] en/of een of meer ander(en):
  • een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] beschikbaar te stellen;
  • toe te staan om één of meer ruimte(n) in een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] in te (doen) richten, en ingericht te houden, voor het pokeren, met daarbij behorende poker-attributen, zoals een speeltafel, fiches, een dealerbutton, speelkaarten;
  • toe te staan dat deelnemers – spelers en functionele pokerdeelnemers zoals dealers - aan het pokerspel ten behoeve van het pokeren toegang hadden tot een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] ;
  • toe te staan dat in een ruimte van een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres 2] in [plaats] reclame werd gemaakt voor pokeravonden via een ‘whiteboard’ met de tekst: “Elke woensdag Sattelite toernooi €10,= tot max 10:00 uur”.
5
hij op of omstreeks 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal ongeveer) 970 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel
vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
6
hij op of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Bijlage II: Bewijsmiddelen [2]
Pv verdenking [verdachte]
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit proces-verbaal zal de zoon ( [verdachte] ) als junior en de vader ( [medeverdachte 1] ) als senior worden aangehaald.
[medeverdachte 1] senior heeft in 1998 de eenmanszaak Handelsonderneming [bedrijf 1] opgericht. [verdachte] junior heeft op 28 november 2017 aan de politie verklaard werkzaam te zijn als autoverkoper voor zijn vader. Op 30 oktober 2018 werd door [verdachte] junior zijn eigen eenmanszaak ingeschreven bij de KvK. Dit bedrijf werd [bedrijf 1] genoemd en was gevestigd op hetzelfde adres als de onderneming van zijn vader. Drie maanden later startte [verdachte] junior een besloten vennootschap, namelijk [bedrijf 2] BV. Volgens de activiteitencode van de KvK betrof dit een handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s.
Op 20 september 2019 heeft [medeverdachte 1] senior bij de Rechtbank Midden-Nederland aangifte gedaan tot faillietverklaring. Blijkens de KvK-uittreksels werden in oktober 2019 zowel [bedrijf 1] (van junior) als de Handelsonderneming (van senior) opgeheven. [3]
Overige waarnemingen autobedrijf
In mutatie PL0900_ 2018285407 las ik dat mijn collega's op 4 oktober 2018 omstreeks 00.06 uur een Mercedes-Benz C220 v.v.k [kenteken] de doodlopende weg zagen inrijden, richting de achterzijde van het pand aan de [adres 2] . De collega's zagen twee mannen voor de loods van [verdachte] staan en spraken hen aan. Beide mannen vertelden zij hier met vrienden samen kwamen. Op een later moment kwam er nog een andere man naar buiten. Ik las dat hij vertelde dat hij een vriend was van de pandeigenaar, maar dat de eigenaar niet aanwezig was. Op het moment van controle zagen de collega's ongeveer 25 voertuigen op de parkeerplaats. Van 17 voertuigen hebben zij het kenteken genoteerd. Opvallend was dat er maar twee voertuigen op naam stonden van het autobedrijf. De overige voertuigen kwamen onder andere uit Utrecht, Den Haag en Vianen. Een aantal van de voertuigen waren leaseauto's. Volgens de collega's waren veel van deze voertuigen eerder gekoppeld aan politiemutaties met betrekking tot illegale gokpanden/wet op de kansspelen, evenals een aantal van de kentekenhouders. Een aantal van de kentekenhouders kwamen in de politiesystemen voor ter zake overtreding van de Opiumwet. [4]
In mutatie PL0900_2018321536 las ik dat mijn collega's op 8 november 2018 omstreeks 00.15 uur een Mercedes-Benz CLS350 v.v.k. [kenteken] zagen rijden over het industrieterrein in Soesterberg. De tenaamgestelde betrof [B] (geboren [geboortedatum] -1960 te [geboorteplaats] ) uit Den Haag. De collega's zijn achter dit voertuig aangereden om te zien wat een voertuig uit Den Haag 's nachts te zoeken had op een industrieterrein in Soesterberg. Zij zagen dat de bestuurder naar de achterzijde van garagebedrijf [verdachte] reed en daar naar binnen ging. Op een later moment zagen zij nog een persoon arriveren en het pand betreden. Het viel de collega’s op dat er veel luxe personenauto's stonden geparkeerd bij het pand. Opvallend genoeg hoorde geen van de 14 bevraagde voertuigen thuis in Soesterberg. De voertuigen kwamen onder andere uit Rotterdam, Den Haag, Almere, Utrecht, Ede, Zeist, Zuidplas en Bergschenhoek.
Ik las in mutatie PL0900_2019157568 dat mijn collega's op 29 mei 2019 omstreeks 23.30 uur door de doodlopende straat aan de achterzijde van [bedrijf 2] reden. Het viel hen op dat er opvallend veel voertuigen stonden geparkeerd voor het pand van [verdachte] . Na een bevraging van een aantal voertuigen kwamen de collega's erachter dat de kentekenhouders in de politiesystemen voorkwamen ter zake diverse vormen van criminaliteit, waaronder witwassen en overtreding van de Opiumwet. Geen van de 14 bij het pand aangetroffen voertuigen stond op dat moment op naam van [bedrijf 2] of [verdachte] .
De collega's hebben vervolgens nog gesproken met de bewoner van de [adres 4] en hoorden van hem dat er al jaren mensen 's avonds laat het pand in- en uitliepen. Dit zou met name op de woensdagavond plaatsvinden. [5]
Pv verdenking [medeverdachte 1]
Door het Team Criminele Inlichten (TCI) werden er een aantal processen-verbaal verstrekt omtrent de verdachte.
2020: Bij het Team Criminele Inlichtingen Eenheid Midden-Nederland is in de maand juli 2020 via één informant de navolgende informatie binnengekomen:
[verdachte] , van [bedrijf 1] in Soesterberg, organiseert pokeravonden waarbij er veel
geld wordt ingezet. Deze pokeravonden vinden plaats op de eerste verdieping, boven het bedrijf [bedrijf 1] . [6]
[verdachte] is een aantal maal gecontroleerd in voertuigen van [bedrijf 2] . Uit het politiesysteem blijkt het volgende:
02-08-2021: Senior gecontroleerd met handelskentekenplaten op naam van [bedrijf 2]
21-11-2020: [kenteken] op naam van [bedrijf 2] voor de woning van senior in de brand gestoken. (Senior doet aangifte)
11-11-2020: Senior verklaart dat hij in de zaak van zijn zoon was en afgeperst werd door 3 mannen. (Senior doet aangifte)
21-04-2020: Senior werd gecontroleerd in een bus van [bedrijf 2] en was onderweg naar Soesterberg
07-01-2020: Senior gecontroleerd in een Golf van [bedrijf 2] en verklaart een autohandel te hebben. [7]
Pv van bevindingen – identificatie encrochat [accountnaam] en [accountnaam]
Door de officier van justitie van het onderzoek 26Lemont werd bepaald, op grond van artikel 126dd Wetboek van Strafvordering, dat gegevens die tijdens het onderzoek Lemont zijn vergaard, kunnen worden gebruikt voor het strafrechtelijk onderzoek Aas, onder leiding van de officier van justitie parket Midden-Nederland. In onderzoek 26Lemont bleek het gelukt toegang te krijgen tot de server van Encrochat en werd informatie verzameld van uitgewisselde chatberichten alsmede informatie betreffende de contacten en notities van gebruikers van deze communicatiedienst.
Bevindingen encrochats [accountnaam]
In de verkregen informatie was communicatie aanwezig gevoerd via het encrochat-adres;
[accountnaam] @encrochat.com.
Als aliassen dan wel nicknames waren aan dit adres gekoppeld, [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam] . [8]
In een chat gevoerd op 8 april 2020 communiceert [accountnaam] met het account [accountnaam] @encrochat.com. Deze communicatie gaat over het verkopen en betalen van jassen. [accountnaam] bericht in deze chat dat hij voor maat L 350 heeft gehad en een andere handelaar net betaald heeft. Vervolgens stuurt [accountnaam] een schermafdruk van een telefoon. Hierop is de betaalrekening van [verdachte] zichtbaar, een bijschrijving van 350 euro van [bedrijf 3] BV, een afschrijving van 350 naar een Oranje spaarrekening, een afschrijving van 250 euro naar [C] (stiefzus [verdachte] ) en een bijschrijving van 250 euro naar [bedrijf 1] .
In een chat op 2 april 2020 gevoerd met het account [gebruikersnaam] @encrochat.com vraagt [accountnaam] of [gebruikersnaam] bij het thuis of op de zaak komt. [accountnaam] chat dat de man ook bij zijn zaak in [plaats] kan komen, daar is zijn vader aanwezig. Vervolgens vraagt [accountnaam] of [gebruikersnaam] weet waar hij zit, waarop [gebruikersnaam] ontkennend reageert. [accountnaam] chat hierop het adres [adres 2] maar je moet andere via achter. [straat] moet je in tot eind dan na binnen rijden. Me vader weet dat je komt.
Opmerking verbalisant; op de locatie [adres 2] te [plaats] is het autobedrijf van [verdachte]
gevestigd.
Later die dag (18.51 uur) chat [accountnaam] dat het ligt in [adres 1] en hij niet weet hoe laat z’n vader gaat slapen.
Opmerking verbalisant; [adres 1] te [plaats] is het adres waar [verdachte] staat ingeschreven.
[accountnaam] is [accountnaam]
Op 16 april 2020 wordt [accountnaam] 100kg poeder keta aangeboden door het encrocontact [gebruikersnaam] . Dit betreft restant van de brokken die [accountnaam] eerder heeft gekregen. [accountnaam] bericht dat hij een nieuwe mail heeft en direct hierop worden berichten met dezelfde tekst verstuurd naar het adres [accountnaam] @encrochat.com. [accountnaam] antwoordt dat hij 2x heeft weggebracht en hij het heeft afgekeurd.
Bevindingen encrochats [accountnaam]
In de verkregen informatie was communicatie aanwezig gevoerd via het encrochat-adres;
[accountnaam] @encrochat.com.
Als aliassen dan wel nicknames waren o.a. aan dit adres gekoppeld; [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] . [accountnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] .
In een chat met [accountnaam] @encrochat_com op 17 april 2020 om 08.51 uur dat het een half uur rijden is, hij gaat nu opstaan en douchen.
Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] (* [telefoonnummer] )
(de rechtbank begrijpt: [telefoonnummer] ), waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik was bij [verdachte] blijkt dit nummer op 17 april 2020 om 07.32 en om 09.10 uur verbinding te maken met een zendmast te Woudenberg. Uit deze verkeersgegevens blijkt tevens dat het nummer (* [telefoonnummer] ) vaak 's nachts in Woudenberg is. In januari 2021 verklaarde [verdachte] aan de politie dat hij al geruime tijd bij zijn zus in Woudenberg woont.
Aansluitend om 09.28 uur bericht [accountnaam] over een witte Golf, dat hij nog ff moet tanken op snelweg en verwacht op tijd te zijn. Om 09.32 maakt het nummer * [telefoonnummer] verbinding met de zendmast locatie Rijksweg A12 te Driebergen.
In een chat op 21 april 2020 om 17.20 uur bericht [accountnaam] dat hij nu naar Zeist gaat. Het telefoonnummer * [telefoonnummer] maakt op 21 april 2020 om 16.19 uur verbinding met een zendmastlocatie te Amsterdam. Aansluitend om 18.08 uur maakt het nummer * [telefoonnummer] verbinding met een zendmast te Bunnik.
In een chat op 28 april 2020 om 16.50 uur wil [accountnaam] afspreken bij tankstation zeist west.
Na de zoekvraag "tankstation zeist west" op de open bron www.qoogle.nl wordt de locatie Gulf tankstation, [adres 5] te [plaats] getoond. Deze locatie bevindt zich in de directe omgevingvan het adres [adres 1] te [plaats] , waar [verdachte] staat ingeschreven.
Het nummer * [telefoonnummer] heeft die dag verbinding met een zendmast te Utrecht (16.33) en om 18.09 met een zendmast te Zeist. [9]
Op 1 mei 2020 om 11.07 uur chat [accountnaam] met [accountnaam] @encrochat.com dat hij golf kwijt moet, er staat een melding op. Hij is gisteren in Amsterdam aangehouden en auto is doorzocht.
Uit een bvh registratie blijkt dat [verdachte] op 1 mei 2020 om 00.10 uur werd gecontroleerd als bestuurder van een witte Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] . Controle vond plaats naar aanleiding van een ANPRhit op dit kenteken. Dit voertuig werd gecontroleerd (artikel 55b Sv) omdat [verdachte] geen rijbewijs of ander ID bewijs kon tonen. In de auto werd een grote hoeveelheid dure (merk)kledingstukken gezien.
Het telefoonnummer * [telefoonnummer] maakt op 30 april 2020 om 22.02 verbinding met een zendmast te Zeist. In het daaropvolgende contact op 1 mei 2020, om 00.02 maakt dit nummer verbinding met een zendmast te Amsterdam. De Volkswagen, kenteken [kenteken] stond in de periode 17 mei 2019 tot en met 5 mei 2020 op naam van [verdachte] .
Als [accountnaam] antwoord dat [accountnaam] dan al een keer eerder aangehouden moet zijn ivm drugs, chat [accountnaam] "beetje ghb. Maar zeker 5 maanden geleden".
Uit een bvh registratie blijkt dat [verdachte] op 30 november 2019 als inzittende van een
Volkswagen Polo is gecontroleerd, terwijl hij samen met een vrouw in deze auto zat. In een tas werden bij deze controle een (kleine hoeveelheid) GHB en twee XTC pillen aangetroffen, die volgens verklaring van beiden voor eigen gebruik waren. [10]
Pv bevindingen – [accountnaam] wordt [accountnaam]
In een chat op 13 april 2020 tussen [accountnaam] en [gebruikersnaam] geeft [accountnaam] aan dat hij een nieuwe telefoon nodig heeft omdat deze verloopt. Diezelfde dag geeft [accountnaam] aan dat hij een nieuwe telefoon heeft en identificeert hij zich als "Jassen en Zeist op het mailadres [accountnaam] ".
In een chat van [medeverdachte 1] en [gebruikersnaam] op 16 april 2020 geeft [medeverdachte 1] aan dat zijn zoon een nieuwe mail heeft genaamd " [accountnaam] ". [11]
Pv bevindingen – identificatie encrochat [accountnaam] @encrochat.com
In de verkregen informatie was communicatie aanwezig gevoerd via het encrochat-adres;
[accountnaam] @encrochat.com.
Als aliassen dan wel nicknames waren aan dit adres gekoppeld: [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] , [gebruikersnaam] .
In een chat gevoerd op 6 april 2020 reageert het tegencontact [accountnaam] @encrochat.com op de vraag van [accountnaam] wie dit is; Hoi [medeverdachte 1] . [D] hier. De roepnaam van [medeverdachte 1] is [medeverdachte 1] . [12]
[accountnaam] betreft ook een contact van het encrochat adres [accountnaam] waarvan [verdachte]
(zoon [medeverdachte 1] ) is geïdentificeerd als gebruiker.
In een chat gevoerd op 3 april 2020 met contact [accountnaam] reageert [accountnaam] op de vraag wie hij is met: " [bijnaam] " en vervolgens "van auto's". Als [accountnaam] vervolgens vraagt: "jong of de oude? chat [accountnaam] " [bijnaam] ".
Op 15 en 16 april 2020 chat [accountnaam] met de gebruiker van het adres [gebruikersnaam] @encrochat. [gebruikersnaam] heeft poeder keta te koop, restanten van de brokken die hij [accountnaam] heeft gegeven. Zou om 100 kilo gaan, [accountnaam] chat hierop; "stuur even na me zoon vriend". Als [gebruikersnaam] informeert of hij zelfde mail heeft, bericht [accountnaam] ; "nee nieuwe". Kort daarop chat [gebruikersnaam] dat [accountnaam] even moet vragen of hij hem net heeft uitgenodigd (kennelijk doelend op de zoon van [accountnaam] ), Hierop bericht [accountnaam] ; " [accountnaam] ".
De gebruiker van het adres " [accountnaam] " is geïdentificeerd als [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1992. Uit gegevens van de Basis Registratie Personen blijkt dat [verdachte] als enige zoon staat beschreven van [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum] 1964. [13]
Pv bevindingen – analyse encrochats [accountnaam] en [accountnaam] - harddrugs
Aan het onderzoeksteam werden diverse PGP chats beschikbaar gesteld gevoerd via de encrochats adressen [accountnaam] @encrochat.com en [accountnaam] @encrochat.com. [14] Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats).
Op 11 april 2020 communiceert [accountnaam] met [gebruikersnaam] over blokken waar 27.5- 27.250 voor betaald moet worden. Er is genoeg van volgens [accountnaam] . Die van 27.250 komen uit zwolle en jongen uit Zeist pakt ze en die andere uit Amsterdam. Contact [gebruikersnaam] noemt 45 stuks en wil een voorbeeld (hele) geregeld hebben. [15] Contact [gebruikersnaam] zegt er 12 te kunnen verkopen en kan 27.500 betalen en na Pasen nog 33. [accountnaam] regelt een voorbeeld (1 blok) en komt dit morgen naar Utrecht brengen. Afspraak wordt gemaakt voor de volgende dag om half 3.
De volgende dag communiceert [accountnaam] met contact [accountnaam] dat hij er eerst 1 meeneemt die [accountnaam] heeft liggen. [accountnaam] kan dit om 12 uur halen. [accountnaam] chat om 10.49 uur dat hij gaat douchen en er dan aankomt. Omstreeks 11.48 uur is hij kennelijk bij een benzinepomp.
Dezelfde dag omstreeks 14.48 uur chat [accountnaam] , nadat hij om 14.30 uur een afspraak had, aan contact [gebruikersnaam] dat hij heeft afgegeven en grote onderweg is. In volgende chats gaat het verder over pap (geld), 600m over een paar weken en ice naar grote landen. Tevens worden hoeveelheden van 20 kilo genoemd en verschillende lijnen van 13, één van 33 en één van 50.
Uit de verkeersgegevens van het mobiele nummer [telefoonnummer] in gebruik bij verdachte [verdachte] blijkt dit nummer om 10.51 uur verbinding te maken met de zendmastlocatie Bosrand te Woudenberg (omgeving verblijfplaats [verdachte] ). Het mobiele nummer maakt aansluitend verbindingen met zendmastlocaties te Huis ter Heide en Zeist (11.33 uur), zendmastlocaties te Nieuwer ter Aa (12.09 uur en zendmastlocaties te Utrecht (14.23 uur).
Op 12 april 2020 vraagt [accountnaam] aan contacten wat blokken p en p kosten want hij kan veel kwijt. Als hem de prijs 27.5 wordt genoemd vraagt [accountnaam] wat het kost als ze er 45 nemen, hij heeft net eentje afgeleverd (zie alinea hierboven), maar ze willen echte colo s. Door contact [gebruikersnaam] worden afbeeldingen (witte blokken) verstuurd met de tekst per 10 27750. Als [accountnaam] er 45 neemt dan -250 27500. Uit de chat blijkt dat het voorbeeld dat op 11 april is geleverd is afgekeurd vanwege de geur. In de dagen daarna blijft [accountnaam] informeren naar een partij p en p.
Op 16 april 2020 communiceert [accountnaam] met [gebruikersnaam] dat die kilo van gisteren niet goed was, het moet omgeruild worden want het transport gaat vandaag. [accountnaam] wil een partij van 33 en kan daarvoor max. 26.750 betalen. [accountnaam] onderhandelt ook met een ander contact en vindt het jammer dat ze niet met de prijs overeen kunnen komen. Later chat [accountnaam] dat ze 26.800 betalen en dat ze vriend pakt voor 26 5 verdiend 300. Ze hebben 50 st nodig...33 en later misschien nog 20. Op 21 april 2020 vraagt [accountnaam] aan [gebruikersnaam] of er 12 mogelijk zijn, hij heeft geld. Er volgt die dag een afspraak en ontmoeting maar blijkt de partij te zacht te zijn. De volgende dag communiceren beiden weer met elkaar, [accountnaam] wil een voorbeeld en als ze er niet uit komen moet hij schakelen want hij moet vandaag leveren. [gebruikersnaam] regelt dat er 8 (harde) in Den Haag klaarliggen met stempel mm. Hij kan het aftikken en laten komen met een stashauto. Uit de berichten van [accountnaam] blijkt dat zijn vriend mee wil, daar het spul bekijken en afrekenen. [16]
Op 10 juni wordt [accountnaam] gevraagd of hij blokken nodig heeft, boli toppers en wordt daarbij een afbeelding van een wit blok verstuurd. Aansluitend informeert [accountnaam] bij zijn vader (contact [accountnaam] ) of die grote wat met boli kan. Vervolgens stuurt [accountnaam] de afbeelding naar 2 contacten en zegt dat de prijs 28 is.
Uit de hierop volgende communicatie blijkt dat vader [medeverdachte 1] 50 gram wil en volgende week 100. De 50 is voor henzelf en die 100 krijgt hij 33 voor, dat is 550 winst als het hem 27.5 kost. Via het contact [gebruikersnaam] laat [accountnaam] die 50 gram cola naar hem toe komen. Contact [gebruikersnaam] verwacht dat de prijzen de lucht in gaan, het is nu al duurder. Er wordt voorgesteld om er 50 te pakken en dan even weg te leggen.
Op 11 juni 2020 informeert [accountnaam] bij contacten of cola nu op 27.5 staat en de eventuele prijs van 10 cola. Hij ontvangt hierop afbeeldingen van witte blokken en prijs van 27. Ook wordt een afbeelding van een partij verzonden die daar transportschade voor mindere prijs kan. Door vader [medeverdachte 1] ( [accountnaam] ) wordt bericht dat hij er rond de 50 zoekt, moeten toppers zijn, hard glimmen en goed ruiken. Aansluitend wordt er nog diverse afbeeldingen verzonden met ook foto's (blokken wit) van de binnenkant. [17]
Pv bevindingen – analyse encrochats [accountnaam] - harddrugs
Aan het onderzoeksteam werden diverse PGP chats beschikbaar gesteld gevoerd via de encrochats adres [accountnaam] @encrochat.com. Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats).
Colo : Col(l)o betreft vermoedelijk cocaïne afkomstig uit Colombia
BL of Blokken : Hiermee worden in zijn algemeenheid geperste blokken cocaïne bedoeld. [18]
Samenvatting chats
Op 11 juni 2020 stuurt de gebruiker van [accountnaam] @encrochat.com onderstaande foto naar
[accountnaam] .
(opmerking rechtbank: op de foto is een wit, rechthoekig blok te zien)
Op 11 juni 2020 vraagt [accountnaam] aan [accountnaam] of ze top zijn en of ze hier gemaakt zijn. [accountnaam] antwoordt dat ze top zijn maar wel hier gemaakt.
Op 12 juni 2020 stuurt de gebruiker van [accountnaam] @encrochat.com onderstaande foto naar
[accountnaam] . Op de foto is een afdruk van CR7 te zien:
(opmerking rechtbank: op de foto is een wit, rechthoekig blok te zien, waarvan aan de rechterbovenkant een hoekje ontbreekt).
Op 12 juni 2020 stuurt de gebruiker van [gebruikersnaam] @encrochat.com dat de CR7 wat kan zijn en vraagt of hij er 1 kan pakken. [accountnaam] zegt dat [gebruikersnaam] van hem hoort en stelt dezelfde vraag aan de gebruiker van [accountnaam] @encrochats.com dat de CR7 wat kan zijn en of hij er 1 kan pakken. [gebruikersnaam] vraagt vervolgens hoeveel er zijn. Ook deze vraagt wordt door [accountnaam] doorgezet naar [accountnaam] .
In de chats werd gebruikt gemaakt van termen en afkortingen die duiden op diverse soorten drugs. Cocaïne wordt in de groothandel doorgaans verhandeld in blokken, vaak van ongeveer 1 kilo per stuk. Deze blokken zijn veelal voorzien van een handelsmerk in de vorm van een in het blok geperst logo, een zogenaamd stempel. Zoals uit de inhoud van de chats blijkt worden de blokken vaak genoemd met naam van het logo/stempel. [19]
Pv bevindingen – analyse encrochats [accountnaam] en [accountnaam] – softdrugs
Aan het onderzoeksteam werden diverse PGP chats beschikbaar gesteld gevoerd via de encrochats adressen [accountnaam] @encrochat.com en [accountnaam] @encrochat.com.
Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats). In dit proces-verbaal worden de verschillende chats beschreven die betrekking hebben op de handel, het verkopen, vervoeren en het afleveren van softdrugs danwel restproducten daarvan. Samenvattend wordt hieronder een opsomming gegeven van deze chats, die zijn onderverdeeld in verschillende soorten drug/grondstoffen.
Hennepsoorten
Er zijn diverse soorten hennep. In dit proces-verbaal worden de soorten vermeld, welke in de
encrochat zijn benoemd.
AM = de afkorting van Amnesia. Amnesia (wiet) is een populaire wietsoort. [20]
In een chat, tussen 2 april 2020 en 4 april 2020, wordt er door verschillende gebruikers
gecommuniceerd over de verkoop van Nederlandse top AM. Men er heeft er 30 en vraagt er 44 voor. (noot verbalisant: vermoedelijk bedoeld men 30 kilo en moet 4400 euro per kilo kosten.) Er wordt 1 kilo als sample afgeleverd bij het autobedrijf van [verdachte] . In de chat wordt ook de aanrij route omschreven. Uit de chat blijkt dat de sample daadwerkelijk is geleverd bij het bedrijf. [21]
In een chat op 12 mei 2020, wordt er door verschillende gebruikers gecommuniceerd over 4 AM. [accountnaam] heeft een halve kilo als sample. Uit een test blijkt dit te gaan om PP in plaats van AM. De prijs was te duur en het product werd teruggeven.
In een chat op 12 mei 2020, wordt er door verschillende gebruikers gecommuniceerd over 4 AM. [accountnaam] heeft een halve kilo als sample. Uit een test blijkt dit te gaan om PP in plaats van AM. De prijs was te duur en het product werd teruggeven.
PP staat voor PowerPlant. Power Plant is een van de meest bekende soorten wiet.
Op 23 mei 2020 biedt [accountnaam] 10 kilo Spaanse lemon kush PP aan voor 33. Hij biedt dit onder andere aan encrochat gebruikers [accountnaam] en [accountnaam] . Uit de chat blijkt dat de zak verkocht is. [22]
Pv bevindingen – analyse encrochat [accountnaam] – softdrugs
Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats). In dit proces-verbaal worden de verschillende chats beschreven die betrekking hebben op de handel, het verkopen, vervoeren en het afleveren van softdrugs danwel restproducten daarvan. Samenvattend wordt hieronder een opsomming gegeven van deze chats, die zijn onderverdeeld in verschillende soorten drug/grondstoffen. [23]
Hennepsoorten
Er zijn diverse soorten hennep. In dit proces-verbaal worden de soorten vermeld, welke in de
encrochat zijn benoemd.
AM
AM is de afkorting van Amnesia:
Amnesia (wiet) - een populaire wietsoort.
Op 14 mei 2020 zegt de gebruiker van [accountnaam] tegen [accountnaam] dat hij gewone AM nodig heeft, steady. [accountnaam] gaat vragen. Even later zegt [accountnaam] hij 5 kilo AM voor 4500. [accountnaam] vraagt of hij een kg kan zien. Ze spreken de volgende dag af in [plaats] [adres 6] , om 15.00 uur. [accountnaam] vraagt om er een puntje tussen te houden als hij biedt.
26 mei zegt [accountnaam] dat hij al weg is, dat hij een andere koper heeft, die vlotter is. [accountnaam] zegt dat [accountnaam] moet laten weten als hij heeft. Moet t wel hollands en zonder gruis zijn en echt am en geen spaans of pp. [accountnaam] zegt dat hij zich meldt of die [gebruikersnaam] .
PP
PP staat voor PowerPlant. Power Plant is een van de meest bekende soorten wiet.
In een chat op 4 april 2020 bericht de gebruiker van [accountnaam] dat hij (derde persoon)
alleen 6 mooi shop pp heeft liggen voor 4. [accountnaam] vraagt aan de gebruiker van [accountnaam] of hij wat kan met 6 shop pp. Hij moet 4 geven en moet zelf ook wat hebben. [accountnaam] zegt dat hij 5 april hoort of er meer is. [24] [accountnaam] zegt dat hij (derde persoon) er meer nodig heeft. [accountnaam] vraagt om foto's, maar [accountnaam] kan geen foto’s maken met zijn camera. [accountnaam] kan ook meenemen en naar [accountnaam] toekomen. [accountnaam] zegt dat hij (derde persoon) zijn zoon op pad moet sturen. [accountnaam] zegt tegen [accountnaam] dat hij als het goed is maandag mindere krijgt. [accountnaam] kan misschien pp kwijt aan neus. [accountnaam] kan voorbeeld bij shop pakken voor 15 stuks. Op 12 mei 2020 is er een chat tussen [accountnaam] en [accountnaam] waarin [accountnaam] zegt dat het PP is. [accountnaam] zegt dat dat mooi kut is.
Op 6 april 2020 vraagt [accountnaam] aan [accountnaam] of hij de pp nog wil zien. [accountnaam] zegt dat men vol zit op het moment. [accountnaam] vraagt om foto's. [accountnaam] zegt dat hij er over een kwartier is.
[accountnaam] meldt aan [accountnaam] dat hij die jongen heeft gezien ( [accountnaam] ?), die gaat kijken in de stess en laat morgen weten hoe en wat. [accountnaam] zegt tegen [accountnaam] dat hij wel handel heeft, die pp voor 3950, 6 stuks. [accountnaam] zegt tegen [accountnaam] dat hij een pp meeneemt. [accountnaam] zegt tegen [accountnaam] dat hij een voorbeeld heeft en hij vindt het een topper. Ruikt goed die p. [accountnaam] vraagt een foto. [accountnaam] zegt dat zijn zoon een foto.
[accountnaam] vraagt aan [accountnaam] of die halve er ook bij zit van die 35 mindere. [accountnaam] zegt tegen [accountnaam] een halve van pp. En die andere is maar 420 gram.
Moet hij 35 voor geven.
[accountnaam] zegt tegen [accountnaam] dat hij die mensen gebeld heeft en dat ze alleen amnesia/haze willen. [accountnaam] zegt tegen [accountnaam] dat hij het maar naar neus moet brengen en dat hij die pp dicht moet maken anders gaat het stinken. Hij moet sowieso naar Zeist. [accountnaam] vraagt aan [accountnaam] of hij de doos kan pakken en dicht strijken. Hij haalt het met een kwartier op.
[accountnaam] stuurt onderstaande foto's naar [accountnaam] en zegt dat [accountnaam] een afspraak met zijn zoon moet maken.
(opmerking rechtbank: op de twee foto’s zijn verschillende henneptoppen te zien). [25]
HAZE
(Amnesia) Haze
Op 11 april 2020 vraagt de gebruiker van [accountnaam] aan de gebruiker van [accountnaam] of ze nog mindere zoeken, want er is wat binnen. [accountnaam] zegt dan dat ze haze willen en geen PP. [accountnaam] zegt dat ze dit hebben en dat hij er wel even heen rijdt. [accountnaam] zegt dat hij een voorbeeld mee moet nemen. [accountnaam] zegt dat hij een voorbeeld heeft. [accountnaam] vraagt naar de prijs. [accountnaam] zegt 5 voor 36. [26]
Pv bevindingen – tap analyse gesprekken * [telefoonnummer]
Sinds 11 april 2022 tot en met 20 april 2022 werden alle gesprekken en berichten van telefoonnummer [telefoonnummer]
(de rechtbank begrijpt: [telefoonnummer] )opgenomen en afgeluisterd.
Uit de beluisterde gesprekken blijkt dat de gebruiker van * [telefoonnummer] [medeverdachte 1] (sr) is. In een aantal gesprekken wordt de gebruiker van * [telefoonnummer] ook [medeverdachte 1] genoemd. Tevens blijkt uit mast analyse dat ‘s nachts een telefoonmast in de omgeving van de [adres 1] (woonadres sr.) in [plaats] werd aangestraald
De meeste gesprekken die gevoerd werden op * [telefoonnummer] hadden betrekking op autohandel. Ook bleek dat gedurende dag, tussen 09.00 uur en 17.00 uur dagelijks een telefoonmast in de omgeving van de [adres 2] (adres [bedrijf 2] ) te [plaats] werd aangestraald. [27]
Pv doorzoeking - [adres 2] te [plaats]
Op 20 april 2022 om 21.35 uur trad de politie binnen op de [adres 2] , [plaats] . De politie hield hier vervolgens de volgende personen aan op verdenking van overtreding van artikel 2 onder B OW juncto 47 lid 1 Sr juncto 10 lid 4 OW.
[medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1964,
[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992. [28]
Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
Aantal
Goed
Vindplaats
1
Strijkzak met vermoedelijk hennep ongeveer 1 kilo
Ruimte 1 / opslagruimte - onder tafel
1
Vuurwapen met los magazijn met munitie
Ruimte 1 / opslagruimte - boven plafondplaat
4
Blokken hashish totaal ongeveer 400 gram
Ruimte 2 / kantoor - in bureaulade
1
Patroon
Ruimte 2 / kantoor - in bureaulade
2
Recorders camerabeelden
Ruimte 2 / kantoor – boven plafondplaat
10
Strijkzakken
Garage / opslagruimte - stellingkast [29]
Pv forensisch onderzoek – vuurwapen en munitie [adres 2] te [plaats]
Op 21 april 2022 om 02:10 uur kwam ik aan op de [adres 2] te [plaats] . [30]
Door [E] werd mij het vuurwapen getoond. Ik zag dat het lag op een systeemplafond plaat in de open opslagruimte aan de linkerzijde. Door mij werd het vuurwapen van de plafondplaat gehaald. Ik zag dat het vuurwapen geladen was.
Verder werd door mij een los patroonmagazijn aangetroffen op de systeemplafondplaat.
Op dat moment gaf een collega van de zoekploeg door dat er een los patroon was aangetroffen in een bureaulade in het kantoorgedeelte.
De volgende sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:
Goednumrner : PL0900-2022110250-2979388
SIN : AAPE5271NL
Object : Munitie (Kogelpatroon)
Aantal : 1 stuks
Bijzonderheden : Bureaulade kantoor 1e etage
Goednumrner : PL0900-2022110250-2979391
SIN : AAPE5267NL
Object : Vuurwapen (Pistool)
Aantal : 1 stuks
Merk/type : Baretta
Bijzonderheden : Aangetroffen achter systeemplafond
Goednummer : PL0900-2022110250-2979393
SIN : AAPE5269NL
Object : Vuurwapen (Patroonhouder)
Aantal : 1 stuks
Merk/type : Walther P99
Bijzonderheden : Naast vuurwapen aangetroffen, incl patronen [31]
Goednummer : PL0900-2022110250-2979394
SIN : AAPE5268NL
Object : Munitie (kogelpatroon)
Aantal/eenheid : 1 stuks
Bijzonderheden : Onbekend aantal patronen in walther p99 patroonmagazijn aang
Goednummer : PL0900-2022110250-2979395
SIN : AAPE5272NL
Object : Vuurwapen (Patroonhouder)
Aantal/eenheid : 1
Bijzonderheden : In vuurwapen aangetroffen, incl patronen
Goednummer : PL0900-2022110250-2979397
SIN : AAPE5270NL
Object : Munitie (Kogelpatroon)
Aantal/eenheid : 1 stuks
Bijzonderheden : In patroonmagazijn vwpn, onbekend aantal patronen [32]
Pv bevindingen – onderzoek wapens en munitie [adres 2]
Naar aanleiding van de onder dit proces aangetroffen- en in beslag genomen voorwerpen, is door mij, in het kader van de Wet wapens en munitie, een nader onderzoek aan deze voorwerpen ingesteld, waarbij het onderstaande werd bevonden.
Omschrijving voorwerpen.
1.
Goednummers : PL0900-2022110250-2979391 (pistool) en
: PL0900-2022110250-2979395 (patroonmagazijn)
SIN : AAPE5267NL (pistool) en
: AAPE5272NL (patroonmagazijn)
Wapen : vuurwapen, pistool
Categorie : III sub I
Indien dit vuurwapen onbevoegd voorhanden wordt gehouden
Verbodsartikel : Artikel 26 lid 1 WWM
Strafartikel : Artikel 55 lid 3a WWM
Bovengenoemd voorwerp is een vuurwapen, pistool, merk Beretta, model 9000S, kaliber 9mm Para (=9xl9mm). Het wapennummer van dit pistool is verwijderd. [33]
Dit pistool is een voorwerp dat bestemd is om projectielen of stoffen door een loop af te schieten. De werking van dit pistool berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. Dit vuurwapen valt niet onder categorie II sub 2, 3 of 6 van de Wet wapens en munitie. Dit semi-automatische vuurwapen beschikt over een single- en double action afvuursysteem.
2.
Goednummer : PL0900-2022110250-2979393
SIN : AAPE5269NL
Wapen : onderdeel pistool (patroonmagazijn)
Categorie : III sub I
Indien dit onderdeel onbevoegd voorhanden wordt gehouden.
Verbodsartikel : Artikel 26 lid 1 WWM
Strafartikel : Artikel 55 lid 3a WWM, gelet op artikel 3 lid 1 WWM
Bovenvermeld voorwerp is een patroonmagazijn kaliber 9x19mm, merk Walther, model P99,
zijnde een wezenlijk en specifiek onderdeel van een wapen als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapen en munitie.
Derhalve is dit patroonmagazijn een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie III onder 1e van de wet wapens en munitie, mede gelet op het gestelde in artikel 1 onder 3° en artikel 3 lid l van de Wet wapens en munitie.
Gelet op bovenstaande worden onderdelen, een patroonmagazijn, in de Wet wapens en munitie, gelijk gesteld met een vuurwapen. Het voorhanden hebben is strafbaar gesteld in artikel 26 lid 1 en 55 lid 3 onder a van het Wet wapens en munitie. [34]
3.
Goednummers : PL0900-2022110250-2979397 (a)
: PL0900-2022110250-2979394 (b)
: PL0900-2022110250-2979388 (c)
SIN : AAPE5270NL (a), AAPE5268NL (b) en AAPE5271NL (c)
Munitie : 15 scherpe patronen
Categorie : III
Indien de patronen onbevoegd voorhanden worden gehouden:
Verbodsartikel : Artikel 26 lid 1 WWM
Strafartikel : Artikel 55 lid 1 WWM
a. 9 scherpe patronen kaliber 9mm Luger (=9mm Para, = 9xl9mm), merken G.F.L. (Sx), Geco (2x), PMC (1x) en S&B (lx), afkomstig uit het patroonmagazijn van het onder 1 omschreven vuurwapen (foto's 7 en 8).
b. 5 scherpe patronen kaliber 9mm Luger (= 9xl9mm), merk Geco, afkomstig uit het onder 2 omschreven patroonmagazijn (foto's 9 en 10).
c. 1 scherp patroon kaliber 9mm Carb (=9xl9mm), merk IMI (foto's 11 en 12).
De hierboven omschreven patronen zijn munitie bestemd of geschikt om een projectiel door middel van het onder 1 omschreven vuurwapen en elk ander scherpschietend vuurwapen kaliber 9xl9mm af te schieten. Tevens kunnen deze patronen in het onder 2 omschreven patroonmagazijn worden geladen.
Derhalve zijn deze patronen munitie in de zin van artikel 1 aanhef onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie. [35]
Pv bevindingen – overeenkomsten vuurwapen en patroonhouder
Op het systeemplafond in een ruimte die kennelijk werd gebruikt als opslagkamer van [bedrijf 2] aan de [adres 2] te [plaats] werd een vuurwapen van het merk Baretta met patroonhouder en een losse patroonhouder behorende bij een Walther P99 aangetroffen. In beide patroonhouders waren patronen aanwezig.
In een kast in de ouderslaapkamer van de woning aan de [adres 3] te [plaats] werd een vuurwapen inclusief patroonhouder met patronen in een foedraal aangetroffen. Dit wapen betrof een Walther P99.
In deze is niet uit te sluiten, dat de aangetroffen Walther P99 patroonhouder aan de [adres 2] te [plaats] de tweede patroonhouder betreft van het aangetroffen vuurwapen Walther P99 aan de [adres 3] te [plaats] . [36]
Pv bevindingen – analyse encrochats vuurwapens
In dit proces-verbaal worden de verschillende chats beschreven die betrekking hebben op de handel, het verkopen, leveren van vuurwapens. Samenvattend wordt hieronder een opsomming
gegeven van deze chats.
Chat tussen [accountnaam] en [accountnaam]
Op 2 mei 2020 vraagt [accountnaam] aan [accountnaam] of hij aan een handwapen kan komen.
[accountnaam] wil het vandaag nog, zsm nodig. [accountnaam] vraagt of [accountnaam] het kan regelen. [accountnaam] zegt dat hij er zelf een heeft, maar deze niet weg kan doen. [37]
Pv bevindingen – aantreffen hennep [adres 2] te [plaats]
Op 20 april 2022 werd autobedrijf [bedrijf 2] , gelegen aan de [adres 2] te [plaats] , doorzocht. Gedurende deze doorzoeking werd een zwarte gesealde gevulde zak aangetroffen. Ik zag dat de zwarte seal zak voorzien was van een zwarte toplaag en zilverkleurige aluminiumfolie binnenlaag. [38] Ik zag dat er tijdens de doorzoeking ook 10 soort gelijkende lege zwart gesealde zakken waren aangetroffen. Ik zag dat de binnen zijde van aluminium was en dat deze niet dicht geseald waren. Ik zag dat in de zak een doorzichtige sealbag zat. Ik zag dat deze zak gevuld was met gedroogde henneptoppen. [39]
Ik onderzocht de door mij aangetroffen henneptop middels determinatie ter vaststelling van de plantensoort. Ik zag aan de kleur, de vorm en de stand van de bladeren op de stengel van de geselecteerde henneptop dat deze de uiterlijke kenmerken hadden van hennepplanten. Tevens rook ik, dat de geur van de aangetroffen henneptoppen, overeenkwam met de kenmerkende geur van hennepplanten. Daarnaast nam ik een monster van resten welke ik aantrof. Ten behoeve van de drugsidentificatie werd tevens gebruik gemaakt van een door de politie Utrecht voorgeschreven drugstestkit van de fabrikant M.M.C. International BV. Ik zag dat tijdens het testen een duidelijke kleurreactie optrad. Deze reactie gaf een positieve indicatie op de aanwezigheid van hennep. Uit de determinatie en de drugstest mag gesteld worden, dat de inbeslaggenomen planten hennepplanten waren van het geslacht Cannabis. Deze plantensoort staat vermeld op lijst Il onderdeel b van de Opiumwet.
Vervolgens heb ik de inhoud van de doorzichtige sealbag op een geijkte tafelweegschaal van het merk Kern met serienummer [nummer] gewogen. Na weging zonder verpakking zag ik dat het totaal nettogewicht van 996,17 gram was aan henneptoppen. [40]
Pv bevindingen – aantreffen hasj [adres 2] te [plaats]
Op 20 april 2022 werd autobedrijf [bedrijf 2] , gelegen aan de [adres 2] te [plaats] , doorzocht. Gedurende deze doorzoeking werd een witte plastic tas aangetroffen met daar in een aantal blokken. [41] Na het openmaken van de witte plastic tas rook ik een penetrante hennep lucht. Ik zag dat er 3 hele blokken en twee halve blokken in de plastic zak zaten. Ik onderzocht de aangetroffen hasjblokken ter vaststelling van de plantensoort.
Ik zag aan de kleur en de vorm dat deze de uiterlijke kenmerken hadden met blokken hasjiesh. Tevens rook ik, dat de geur van de aangetroffen hasjiesh blokken, overeenkwam met de kenmerkende geur van hennepplanten. Daarnaast nam ik een monster van resten welke ik aantrof. Ten behoeve van de drugsidentificatie werd tevens gebruik gemaakt van een door de politie Utrecht voorgeschreven drugstestkit van de fabrikant M.M.C. International BV. [42]
Ik zag dat tijdens het testen een duidelijke kleurreactie optrad. Deze reactie gaf een positieve indicatie op de aanwezigheid van hennep. Uit de determinatie en de drugstest mag gesteld worden, dat de inbeslaggenomen hasjiesh blokken de hars van hennepplanten waren van het geslacht Cannabis. Deze plantensoort staat vermeld op lijst II onderdeel b van de Opiumwet.
Vervolgens heb ik de inhoud van de hasjiesh blokken op een geijkte tafelweegschaal van het merk Kern met serienummer [nummer] gewogen. Na weging zonder verpakking zag ik dat het totaal nettogewicht van 398.60 gram was. [43]
Pv onderzoek verdovende middelen
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
Goednummer : PL0900-2020292259-2992523
SIN : AAOQ1383NL
Aantal : 9
Omschrijving : Blokken met bruine substantie
Goednummer : PL0900-2020292259-2992504
SIN : AAOQ1382NL
Aantal : 1
Omschrijving : Blok met witte substantie [44]
Waarnemingen en bevindingen
Goednummer : PL0900-2020292259-2992523
SIN : AAOQ1383NL
Relatie met SIN : AAOV8107NL
Gewicht netto : 8883 gram
Monster A
Spoornummer : PL0900-2020292259-177470
SIN : AAOV8107NL
Relatie met SIN : AAOQ1383NL
Bijzonderheden : indicatie cannabis [45]
Goednummer : PL0900-2020292259-2992504
SIN : AAOQ1382NL
Relatie met SIN : AAPD2799NL
Gewicht netto : 970 gram
Monster B
Spoornummer : PL0900-2020292259-177471
SIN : AAPD2799NL
Relatie met SIN : AAOQ1382NL
Bijzonderheden: indicatie voor cocaïne [46]
Rapport Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) 19 mei 2022
Zaaknummer: 2022.05.19.054 (aanvraag 001)
AAPD2799NL blok, wit, uit 970 gram bevat cocaïne.
Pv bevindingen – verborgen ruimte Peugeot [kenteken]
Op 20 april 2022 werd door mij, tijdens een doorzoeking op de [adres 2] te [plaats] een
Peugeot 308 voorzien van kenteken [kenteken] in beslag genomen. De Peugeot 308 staat sinds 6 oktober 2021 op naam van [bedrijf 2] BV, gelegen aan de [adres 2] te [plaats] .
Ik hoorde van [F] dat hij een verborgen ruimte had aangetroffen in de kofferbak van de Peugeot. Ik hoorde dat hij in de verborgen ruimte een tas had aangetroffen met daarin 10 blokken en doosje medicijnen met een etiket op naam van [medeverdachte 1] .
[Opmerking rechtbank: op het etiket staat verder de datum van 14-10-2021 en de geboortedatum [geboortedatum] -1992.]
Op verzoek heeft [F] alle 10 de blokken op inhoud getest op verdovende middelen. Ik
hoorde dat de substantie van de 9 blokken positief getest waren op Hasj. Ik hoorde dat de
substantie van 1 blok positief getest was op cocaïne. [47]
Pv bevindingen – gebruik Peugeot [kenteken]
Op 20 april 2022 werden tijdens een doorzoeking op de [adres 2] te [plaats] drie mobiele telefoons in beslag genomen. Ik onderzocht van deze drie telefoons de Samsung S9. Op de eerste etage werd in het kantoorgedeelte op het bureau een Samsung Galaxy S9 aangetroffen en in beslag genomen.
Door mijn collega [G] werd er onderzoek gedaan naar wie de eigenaar is van de Samsung S9. Hij verklaart het volgende: "Ik zag dat bij de device user: " [medeverdachte 1] " stond. Ik zag dat op de telefoon Whatsapp stond met als user ID nummer [telefoonnummer] . Ik zag dat onder telefoonnummer [telefoonnummer] stond [medeverdachte 1] Prive. Ik zag dat het IMEI nummer van de S9 nummer [IMEInummer] was."
Uit de tap is gebleken dat de S9 met genoemde Imei-nummer voorzien was van een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] . Genoemd telefoonnummer is in gebruik bij [medeverdachte 1] (sr).
In dit proces-verbaal wil ik, naar aanleiding van de verborgen ruimte met inhoud die in het voertuig gevonden is, het gebruik van dit voertuig aantonen. Het gaat hierbij om het volgende voertuig: Peugeot 308 voorzien van kenteken: [kenteken] . [48]
Ik zag dat het voertuig sinds 06 oktober 2021 op naam staat van [bedrijf 2] , wat gelieerd kan worden aan [medeverdachte 1] sr. en jr. Ik heb hierbij gekeken naar de aanwezige chats in het toestel. Ik zag onderstaande gegevens in de telefoon aan die relevant zijn voor het onderzoek:
Gesprek 1:
Op 16 oktober 2021 omstreeks 12:25 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [medeverdachte 1] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr. Ik zag dat [verdachte] jr. de Peugeot gaat halen samen met ene [H] .
Gesprek 2:
Op 21 november 2021 omstreeks 20:45 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [medeverdachte 1] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr. Ik zag dat [verdachte] . jr aan [medeverdachte 1] sr. vraagt of de waterpomp van de Peugeot gemaakt kan worden. [49]
Gesprek 3:
Op 29 januari 2022 omstreeks 11:30 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [medeverdachte 1] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr. Ik zag [verdachte] jr. aan [medeverdachte 1] sr. vraagt of zijn Peugeot die dag gemaakt kan worden. [medeverdachte 1] sr. antwoordt hier op dat dat maandag gaat gebeuren.
Gesprek 4:
Op 11 februari 2022 omstreeks 16:10 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [medeverdachte 1] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr.
Ik zag [verdachte] jr. opmerkt dat de sleutel van de Peugeot in de zak van [medeverdachte 1] sr. zit. [50]
De verklaring van verdachte [medeverdachte 1] , afgelegd ter terechtzitting van 24 november 2025
Ik was dagelijks in het pand aan de [adres 2] te [plaats] aanwezig. Ik was daar om mijn zoon te helpen. De Peugeot met kenteken [kenteken] heb ik gekocht voor de zaak.
Over het pokeren
Ik ken [A] al heel lang. Hij wilde iets organiseren. De in het pand aangetroffen pokertafel heb ik destijds samen met [A] naar boven getild en in de ruimte gezet.
Pv bevindingen – beoordeling overtreding Wet op de kansspelen
Op 20 april 2022 omstreeks 21:35 uur hebben wij ondersteuning verleend aan de politie Midden Nederland bij een strafrechtelijk onderzoek op het adres [adres 2] [plaats] . Doel van dit proces-verbaal is om op te beoordelen of er ter plaatse sprake is van
overtreding van de Wet op de kansspelen (Hierna: Wok).
4 Onderzoek
Na binnenkomst zag ik dat er achter in het pand een trap naar boven gesitueerd was. Middels deze trap betrad ik de hoger gelegen ruimtes. Het bovengedeelte bestond uit drie verschillende ruimtes. Ik betrad de eerste ruimte (hierna: ruimte 1). Ik zag dat er in deze ruimte aan de linkerzijde na binnenkomst een zogenaamde pokertafel stond en dat er tegenover de ingang een bar was gesitueerd. Ik zag dat er één man aan de pokertafel zat en dat er twee mannen aan de bar en nog eens twee mannen op een stoel, aan de linkerzijde vanaf de ingang naast de bar zaten. Tevens zag ik dat er één vrouw achter de bar stond. Aan de linkerzijde achter de bar was een doorgang naar een tweede ruimte (hierna: ruimte 2) welke was ingericht als kantoor. Ik zag na binnenkomst van ruimte 2, dat er aan de rechterzijde een bureau met daarop een computerscherm stond en aan de linkerzijde zag ik een bank tegen de wand staan. Op een stoel achter het bureau zat een vrouw en op de bank aan de linkerzijde zaten twee mannen. Aan de rechter achterzijde van ruimte 2 was een doorgang naar een halletje waar een trap naar beneden was gesitueerd. In het halletje tegenover ruimte 2 was een doorgang naar een derde ruimte (hierna: ruimte 3) die werd gebruikt als opslag.
Ruimte 1
Wij verbalisanten hebben ons onderzoek gericht op ruimte 1 alwaar de pokertafel stond. [51]
Wij zagen dat:
  • er op de tafel negen genummerde spelersplaatsen waren;
  • er aan deze tafel kennelijk een spel met kaarten werd gespeeld:
  • bij drie spelersplaatsen twee speelkaarten gesloten lagen, deze kaarten waren op dat moment niet zichtbaar voor de andere spelers;
  • er in de tafel een zogenaamde fichebak met daarin verschillende kleuren fiches en een
tweetal doosjes van kaartendecks lagen;
één van de doosjes van kaartendecks leeg was;
  • er meerdere gesloten speelkaarten in het midden van de tafel lagen;
  • er tussen spelersplaats 1 en 2 twee notitieblokjes lagen.
  • op de tafel een zogenaamde dealer button lag. Een dealer button geeft de plaats van de
dealer aan bij een roulerende dealer of de positie van de small blind (links naast de dealerbutton) en de big blind (links naast de spelersplaats met de small blind) bij een
vaste dealer. De small en de big blind zijn verplichte inzetten bij poker. [52]
4.2
Ruimte 2
In ruimte 2 hebben wij op een kabelgoot tegen de wand een whiteboard aangetroffen. Op dit whiteboard stond de volgende tekst:
"Elke woensdag Satellite toernooi €10,= Tot max 10.00 uur!!!"
Een satellite toernooi is een toernooi waarmee je je kan plaatsen voor een toernooi met een
grotere buy-in.
5 Beoordeling poker
Het is ons ambtshalve bekend dat de wijze waarop de in paragraaf 4 beschreven kaarten, fiches en dealerbutton op de aangetroffen pokertafel lagen, overeenkomt met de wijze waarop het spel poker wordt gespeeld. Aan de hand van de wijze waarop de hiervoor beschreven fiches op de rand van het spelersvlak bij de spelersplaatsen waren geplaatst, maken wij op dat er kort voor ons moment van binnentreden nog acht spelers aan het pokerspel deelnamen en dat er sprake was van een vaste dealer die achter de fichebak zat.
Door de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit is op basis van artikel 27 h van de Wok en het besluit casinospelen 1996 uitsluitend een vergunning voor het aanbieden van casinospelen (waaronder poker) verleend aan Holland Casino. De in dit verslag beschreven locatie is geen vestiging van Holland Casino.. [53]
Pv bevindingen – onderzoek Samsung S9
Op woensdag 20 april 2022 werden tijdens een doorzoeking op de [adres 2] te [plaats] drie mobiele telefoons in beslag genomen. Op de eerste etage werd in het kantoor gedeelte op het bureau een Samsung Galaxy S9 aangetroffen en in beslag genomen.
Onderzoek:
Ik zag onderstaande gegevens in de telefoon aan die relevant zijn voor het onderzoek:
Gesprek 1:
Op 15 september 2021 omstreeks 22:15 uur vond bovenstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] .
15 september 2021 was op een woensdag. Ik zag dat het gesprek gaat over het gokken op die avond, hoeveel personen er nog aanwezig zijn en dat er achter word gegokt. Ik zag het volgende gesprek:
- [medeverdachte 1] sr.: Nou hoe loop die
- [verdachte] jr.: achter ben gestopt
- [medeverdachte 1] sr.: Is iedereen klaar
- [verdachte] jr.: nee 5 man denk jan zo weg gaat
- [medeverdachte 1] sr.: Klote tafel
- [medeverdachte 1] sr.: [bijnaam] zeker al weg (zo werd een van de aangetroffen pokeraars genoemd)
- [verdachte] jr.: ja allang wij ook nu weg
- [medeverdachte 1] sr.: Ok
Gesprek 2:
Op 20 oktober 2021 omstreeks 20:30 uur vond bovenstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [medeverdachte 1] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr.
20 oktober 2021 was op een woensdag. Ik zag dat het gesprek gaat over gokken op die avond, ik zag dat er 'iets' onder tafel aangepakt moet worden. [54]
Gesprek 3:
Op 27 januari 2022 omstreeks 17:45 uur vond bovenstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [medeverdachte 1] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr.
27 januari 2022 was op een donderdag. Er word echter gesproken over 'gister'. Ik zag dat er wordt gesproken over het volgende:
- Ze hebben met twee man gezeten.
- Stond meer dan 120 k op tafel.
- Gisteren liep het uit de hand. [55]
Pv verhoor verdachte [medeverdachte 2]
Op 21 april 2022 verhoorde ik op de locatie [adres 7] , [postcode 2] [plaats] de verdachte:
Achternaam : [medeverdachte 2]
Voornamen : [medeverdachte 2]
Geboren : [geboortedatum] 1958
Je bent aangehouden, omdat jij bent aangetroffen als deelnemer aan een verboden kansspel. [56]
V: Wat voor soort kansspelen doe je?
A: Alleen pokeren.
V: Waar doe je dat?
A: Alleen op deze locatie. [57]
(de rechtbank begrijpt aan de [adres 2] te [plaats] )
V: Hoe ben je te weten gekomen dat er op deze avond op de [adres 2] in [plaats]
een kansspel werd georganiseerd?
A: Dat is elke woensdag.
V: Wat voor soort pokerspel/toernooi betrof het? (Rebuy, Freeze Out, Semi Freeze Out)
A: Vaak een rebuy
V: Wat zijn de kosten voor een re-buy?
A: Als je een toernooi van 50 doet, dan verdubbel je.
V: Hoeveel re-buys mogen er bij dit spel/toernooi worden gedaan?
A: 1
V: Is er bij de cashgames sprake van een fee of vergoeding voor de organisatie?
A: Ja., 20% of 25% van de inzet. We krijgen ook eten en drinken van de organisatie.
V: Op welke wijze kan er bij de cashgames worden ingezet? (Bijv. met geld, waardefiches, puntenfiches, etc.)
A: Waardefiches [58]
V: Heeft de organisator een goede reputatie in de pokerwereld?
A: hij doet het netjes maar in de pokerwereld weet ik niet. Hij pokert wel graag. [A] is de organisator. De garage is van [verdachte] . [verdachte] doet ook vaak mee maar [A] huurt de ruimte van [verdachte] . De jonge [verdachte] , zoon van de oude [medeverdachte 1] doet nooit mee.
V: Wie organiseerde deze bijeenkomst (/toernooi)?
A: [A]
V: Wordt er met een vaste dealer gespeeld?
A: Ja.
A: Indische meisje. [naam] . [59]
Pv verhoor verdachte [medeverdachte 3]
Op 21 april 2022 verhoorden wij op de locatie [adres 8] , [postcode 3] [plaats] de verdachte:
Achternaam : [medeverdachte 3]
Voornamen : [medeverdachte 3]
Geboren : [geboortedatum] 1976
Je bent aangehouden, omdat jij bent aangetroffen als deelnemer aan een verboden kansspel. [60]
V: Waar doe je dat?
A: In het casino in Utrecht of bij [verdachte] in de Garage.
V: Hoe vaak spelen ze daar ongeveer?
A: Volgens mij 1 keer in de week dacht ik.
V: Met wie doe je dat?
A: Er zijn bijna altijd dezelfde mensen.
V: Ken je die mensen bij naam?
A: Ja [naam] , [verdachte] , [naam] een Chinese jongen, [naam] de dealster, [naam] , [A] en een
andere man van wie ik de naam niet weet.
V: Welk kansspel speelde je daar?
A: Poker, Texas Hold'em
V: Betrof dit een cash game of een soort toernooi?
A: Ja een cash game
V: Moest je je inkopen?
A: Ja
V: Voor wat voor bedrag? [61]
A: 50 100 net wat je wilt.
V: Hoe en aan wie moet deze entry-fee betaald worden?
A: Aan [A] , Cash of voor sommige jongens schrijft hij het ook op.
V: Op welke wijze kan er bij de cashgames worden ingezet? (Bijv. met geld,
waardfiches, puntenfiches, etc.)
A: Met Fiches, de Fiches vertegenwoordigen een waarde het staat op de fiche wat de
waarde is. 100 is het maximale wat er op staat, die vertegenwoordigd dan 100 euro.
V: Wie organiseerde deze bijeenkomst (/toernooi)?
A: [A]
V: Wordt er met een vaste dealer gespeeld?
A: Ja, die jonge dame [naam] . Die is er meestal. [62]

Voetnoten

1.Vanwege de omvang van het dossier zijn de bewijsmiddelen ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis opgenomen in bijlage II, die aan dit vonnis is gehecht. De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben.
3.Pagina 38.
4.Pagina 44.
5.Pagina 43.
6.Pagina 59.
7.Pagina 61.
8.Pagina 107.
9.Pagina 108.
10.Pagina 109.
11.Pagina 450.
12.Pagina 110.
13.Pagina 111.
14.Pagina 131.
15.Pagina 132.
16.Pagina 133.
17.Pagina 134.
18.Pagina 158.
19.Pagina 160.
20.Pagina 148.
21.Pagina 149.
22.Pagina 150.
23.Pagina 165.
24.Pagina 166.
25.Pagina 167.
26.Pagina 168.
27.Pagina 169
28.Pagina 67.
29.Pagina 68.
30.Pagina 98.
31.Pagina 99.
32.Pagina 100.
33.Pagina 360.
34.Pagina 361.
35.Pagina 362.
36.Pagina 103.
37.Pagina 105.
38.Pagina 80.
39.Pagina 81.
40.Pagina 82.
41.Pagina 83.
42.Pagina 84.
43.Pagina 85.
44.Pagina 290.
45.Pagina 291.
46.Pagina 292.
47.Pagina 245.
48.Pagina 287.
49.Pagina 288.
50.Pagina 289.
51.Pagina 342.
52.Pagina 343.
53.Pagina 345.
54.Pagina 302.
55.Pagina 303.
56.Pagina 200.
57.Pagina 202.
58.Pagina 203.
59.Pagina 204.
60.Pagina 206.
61.Pagina 209..
62.Pagina 210.