ECLI:NL:RBMNE:2025:6915

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
16/032265-22; 16/200441-22 (t.t.z. gevoegd)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor betrokkenheid bij drugshandel en illegale pokeravonden

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaken tegen de verdachte, die betrokken was bij drugshandel en het organiseren van illegale pokeravonden. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor feiten die zich hebben voorgedaan in 2017, 2020 en 2022. De verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van grote hoeveelheden verdovende middelen, waaronder hennep, hasj en cocaïne, en het zonder vergunning organiseren van pokeravonden. De rechtbank baseerde haar oordeel op Encrochat-berichten, die als bewijs dienden voor de betrokkenheid van de verdachte bij de drugshandel. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De verdachte werd vrijgesproken van enkele beschuldigingen, waaronder het voorhanden hebben van een vuurwapen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en het faciliteren van illegale kansspelen. De uitspraak benadrukt de ernst van de feiten en de rol van de verdachte in de georganiseerde criminaliteit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16/032265-22; 16/200441-22 (t.t.z. gevoegd)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1964] in [geboorteplaats] ,
wonende aan het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zittingen van 24 november en 26 november 2025. De rechtbank heeft op 26 november 2025 de inhoudelijke behandeling onderbroken tot de openbare zitting van 23 december 2025. De rechtbank heeft op laatstgenoemde zitting het onderzoek enkelvoudig gesloten.
Op de zitting van 24 november en 26 november 2025 waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officieren van justitie: mr. M. Lousberg en mr. M.L. Kruit (hierna samen aangeduid als de officier van justitie);
  • de advocaat van de verdachte: mr. S. Schuurman.
De zaak van de verdachte werd gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
in de zaak met parketnummer: 16/032265-22 (na wijziging van de tenlastelegging)
feit 1
op 20 april 2022 in Soesterberg een pistool van het merk Beretta, een patroonmagazijn en munitie voorhanden heeft gehad;
feit 2
in de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, in de uitoefening van bedrijf of beroep, een grote hoeveelheid hennep of hasj heeft verkocht, verstrekt, afgeleverd en/of aanwezig heeft gehad;
feit 3
op 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, 398,60 gram en/of 8.883 gram en/of 996,17 gram hennep of hasj aanwezig heeft gehad;
feit 4
primair
in de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 in [plaats] , in het pand aan de [adres] , samen met anderen, zonder vergunning pokerwedstrijden georganiseerd heeft;
subsidiair
in genoemde periode hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest door hier zijn pand voor beschikbaar te stellen en door toe te staan dat een ruimte in het pand voor het pokeren werd gebruikt;
feit 5
op 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, 970 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;
feit 6
in de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 in Soesterberg, samen met anderen, cocaïne binnen en/of buiten het grondgebied heeft gebracht, heeft verstrekt of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad.
in de zaak met parketnummer: 16/200441-22
feit 1
op 23 mei 2017 in Zeist en/of Soesterberg 2839 gram hennep en 1515 gram hasj aanwezig heeft gehad;
feit 2
op 23 mei 2017 in Zeist 1,8 gram cocaïne en 9,42 gram GHB aanwezig heeft gehad;
feit 3
op 23 mei 2017 in Zeist voorwerpen voorhanden heeft gehad die bestemd waren voor het op grote schaal telen van hennep;
feit 4
op 23 mei 2017 in Zeist in totaal 20 scherpe patronen voorhanden heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldigingen staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gehele beschuldiging, met uitzondering van het voorhanden hebben van een vuurwapen op 20 april 2022 (feit 1 bij parketnummer 16/032265-22).
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank in de zaak met parketnummer 16/032265-22 [1]
Vrijspraak feit 1
De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de beschuldiging onder feit 1 (verboden wapenbezit). De rechtbank kan op basis van het dossier met onvoldoende mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwapen, de patroonhouder en de munitie in het pand aan de [adres] in [woonplaats] .
Samenhang feit 2 en feit 6
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij zich samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] (zijn zoon) in de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van, dan wel de handel in verdovende middelen (soft- en harddrugs).
Het bewijs ten aanzien van deze feiten rust met name op zogenaamde Encrochatberichten. De advocaat heeft met betrekking tot de voornoemde Encrochatberichten aansluiting gezocht bij het verweer dat door de advocaat van de medeverdachte naar voren is gebracht. Primair stelt de advocaat zich op het standpunt dat deze berichten dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Daartoe voert de advocaat een aantal verweren aan. Deze verweren komen in de kern op het volgende neer:
  • het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt niet. De Franse opsporingsautoriteiten zijn binnengedrongen op toestellen die zich op Nederlands grondgebied bevonden, waarna de data op die toestellen vastgelegd is. Dit hacken vond plaats op Nederlands grondgebied. Dat betekent dat het bepaalde in artikel 5.2.2. Wetboek van Strafvordering toegepast had moeten worden. Ongeacht de vraag of dit hacken plaatsvond op basis een Joint Investigation Team (hierna: JIT) of een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB).
  • Er is onrechtmatig tegenover de verdachte opgespoord. De verdachte kan dat niet laten toetsen. In Nederland niet, omdat volgens de Hoge Raad (ten onrechte) het vertrouwensbeginsel aan de orde is. In Frankrijk niet, omdat uit het arrest van het Franse Cour de Cassation blijkt dat de verdachte geen belanghebbende is bij het bewijs in rechte nietig te laten verklaren. Dit levert strijd op met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) respectievelijk artikel 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM).
  • Tot slot gaat het om het gebruik van oncontroleerbaar bewijs, zonder dat er afdoende maatregelen ter compensatie van de verdedigingsrechten worden getroffen, wat in strijd is met het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM).
Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van de door het Franse Cour de Cassation gestelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie (hierna: HvJEU). Meer subsidiair heeft de advocaat verzocht de rechtbank zelf prejudiciële vragen te laten stellen aan het Hof van Justitie.
De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank heeft bij de beoordeling van het verweer van de advocaat rekening gehouden met wat is overwogen in de arresten van de Hoge Raad van 13 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:913) en 13 februari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:192), het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 augustus 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:2301) en van de uitspraak van rechtbank Den Haag van 29 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:19549) en van de rechtbank Noord-Holland van 17 oktober 2025 (ECLI:NL:RBNHO:2025:12065) en tot slot de beslissing van de rechter-commissaris van de rechtbank Den Haag van 29 september 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:18272).
De rechtbank sluit zich aan bij wat is overwogen in de hiervoor genoemde uitspraken over de feitelijke gang van zaken in het onderzoek naar Encrochat. Hieruit volgt dat in het geval van Encrochat sprake is geweest van de inzet van een interceptietool, in een door de Franse autoriteiten uitgevoerd opsporingsonderzoek, welke tool is ingezet met toestemming van een Franse rechter en op basis van Frans recht. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, en dat het niet aan de rechtbank is om de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen van de Franse autoriteiten te toetsen. Dit is anders wanneer blijkt dat het in Frankrijk verrichte opsporingsonderzoek en het daaruit verkregen bewijs onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten is verricht.
De rechtbank is van oordeel dat het binnendringen van Nederlandse telefoons door de Franse autoriteiten geen onderzoekshandelingen opleveren waarvan gezegd kan worden dat de uitvoering hiervan (mede) onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten is gedaan. De rechtbank sluit zich aan bij en verenigt zich met wat het gerechtshof
’s-Hertogenbosch in haar arrest van 22 augustus 2025 op dit punt heeft overwogen:
“(…) de wijze van interceptie maakt niet dat de locatie van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden (ook) in Nederland is geweest dan wel hierdoor naar Nederland verplaatste, hetgeen immers zou impliceren dat die locatie ook met een gebruiker mee verplaatste als deze zich over een of meer landsgrenzen begaf. Nee, de tool is geïnstalleerd door de Franse politie en vanuit Frankrijk op de toestellen van de individuele gebruikers geïnstalleerd. De aldus verkregen data zijn vervolgens verzameld en verzonden naar de Franse autoriteiten. De inzet van de interceptietool en de vergaring vonden aldus plaats in en vanuit Frankrijk, terwijl deze omstandigheid ook niet met zich brengt dat de verantwoordelijkheid voor de inzet van de interceptietool overgaat naar of mede komt te liggen bij de autoriteiten van het land waar de gebruiker van het toestel zich op dat moment bevindt. Er is geen aanwijzing dat de Nederlandse autoriteiten de Franse autoriteiten hebben aangestuurd bij het binnendringen van de telefoons van gebruikers op Nederlands grondgebied (bijvoorbeeld door aan te sturen op het binnendringen van specifieke telefoons).”
Het vorenstaande betekent dat Nederland geen rechtsmacht heeft waar het de interceptie betreft van de gegevens op de telefoons van Nederlandse gebruikers op Nederlands grondgebied. Het vertrouwensbeginsel is dus onverkort van toepassing.
Voorts overweegt de rechtbank dat de overdracht van de door de Franse opsporingsautoriteiten verkregen data aan Nederland plaatsvond op basis van een tussen Frankrijk en Nederland gesloten JIT-overeenkomst. Dat voorafgaand aan en binnen het JIT overleggen zijn geweest tussen de Nederlandse en Franse opsporingsautoriteiten en dat er intensief is samengewerkt maakt de conclusie ten aanzien van het voorgaande niet anders.
Wat betreft de uitspraak van het Cour de Cassation en de aan het Hof van Justitie gestelde prejudiciële vragen overweegt de rechtbank dat de verdachte geen belang heeft bij een antwoord op die vragen. Zoals overwogen heeft Frankrijk de verkregen berichten op basis van de JIT-overeenkomst aan Nederland verstrekt. Dat is een wezenlijk andere situatie dan in de zaak die ten grondslag ligt aan de uitspraak van het Cour de Cassation. In die zaak heeft het Duitse Openbaar Ministerie op basis van een EOB aan de Franse autoriteiten verzocht tot overdracht van de verkregen Encrochatberichten. Zoals gezegd is dat hier niet aan de orde. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om in dit kader zelf prejudiciële vragen te stellen.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat uit het stellen van prejudiciële vragen door het Franse Cour de Cassation niet de conclusie kan worden getrokken dat sprake zou zijn van onrechtmatig handelen in Encrochatzaken. Eerder zijn er aanwijzingen te vinden voor het tegendeel in eerdere door de Cour de Cassation gedane uitspraken (vgl. het arrest van 11 oktober 2022, ECLI:FR:CCASS:2022:CR01226).
Betrouwbaarheid van de Encrochatberichten
De Hoge Raad heeft reeds geoordeeld dat uit het vertrouwensbeginsel volgt dat de van Frankrijk verkregen data in beginsel betrouwbaar zijn. Daarnaast heeft het NFI onderzoek gedaan naar de juistheid van de uit Frankrijk ontvangen berichten door deze data te vergelijken met de data van een aantal in Nederland in beslag genomen Encrochattelefoons. Bij dat onderzoek is niet gebleken van onregelmatigheden waardoor getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van de berichten. Door de verdediging is verder onvoldoende naar voren gebracht op grond waarvan getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van de verkregen gegevens. De verdediging is voorts in de gelegenheid gesteld om de Encrochat datasets op juistheid te onderzoeken.
Ontbreken rechtsbescherming
Gelet op de toepasselijkheid van het vertrouwensbeginsel is de taak van de rechtbank met betrekking tot het verkregen bewijs beperkt tot het waarborgen van de ‘overall fairness’ van de strafzaak tegen de verdachte. Dat houdt naar het oordeel van de rechtbank in dat de wijze waarop van de resultaten van de buitenlandse onderzoeken in de strafzaak gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk mag maken op het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. De rechtbank ziet in het dossier geen aanwijzingen, ook niet in de door de advocaat aangehaalde uitspraken, waaruit zou kunnen blijken dat in het Franse onderzoek sprake is geweest van een evidente schending van artikel 6 EVRM dan wel een schending van artikel 8, die zodanig ernstig is dat deze tevens een schending van artikel 6 EVRM oplevert.
Conclusie
De rechtbank ziet gezien het vorenstaande geen redenen om te twijfelen aan de rechtmatigheid dan wel betrouwbaarheid van de verkregen Encrochatberichten. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de advocaat om deze berichten van het bewijs uit te sluiten.
Is medeverdachte [medeverdachte 1] de gebruiker geweest van de Encrochataccounts [Encrochat account 1 medeverdachte 1] en [Encrochat account 2 medeverdachte 1] ?
De rechtbank stelt op basis van het onderzoek aan de Encrochatberichten, verstuurd door de accounts [Encrochat account 1 medeverdachte 1] en [Encrochat account 2 medeverdachte 1] , vast dat de medeverdachte [medeverdachte 1] de gebruiker geweest is van deze twee Encrochataccounts. Redengevend daarvoor vindt de rechtbank, onder meer, het bericht van 8 april 2020, waarbij door de gebruiker [Encrochat account 1 medeverdachte 1] een schermafbeelding van zijn telefoon wordt verstuurd waarop een betaalrekening op naam [medeverdachte 1] zichtbaar is, en een aantal bij- en afschrijvingen, waaronder een afschrijving naar de bankrekening op naam van de stiefzus van de medeverdachte en een bijschrijving naar de bankrekening op naam van [bedrijf 1] . Daarnaast stuurt de gebruiker [Encrochat account 1 medeverdachte 1] op 2 april 2020 aan een ander account dat die persoon ‘ook bij zijn zaak in [plaats] kan komen’, waarna de gebruiker een routebeschrijving naar het bedrijf aan de [adres] in [plaats] stuurt, op welke locatie het bedrijf van de medeverdachte gevestigd is.
Op basis van het bericht van [Encrochat account 1 medeverdachte 1] van 16 april 2020 stelt de rechtbank vast dat de gebruiker van het account [Encrochat account 1 medeverdachte 1] vanaf dat moment gebruik maakt van het Encrochataccount [Encrochat account 2 medeverdachte 1] . Dat de medeverdachte gebruiker van het account [Encrochat account 2 medeverdachte 1] is geweest, baseert de rechtbank ook op onder meer de berichten van 17, 21 en 28 april 2020 en de berichten van 1 mei 2020.
Uit de berichten van april in samenhang met de historisch verkeersgegevens van het aan de medeverdachte toegeschreven mobiele telefoonnummer ( [telefoonnummer medeverdachte 1] ) blijkt dat de mobiele telefoon van de medeverdachte op die locaties is of verbinding maakt met de zendmasten die aansluiten bij de route en/of locaties genoemd in de door gebruiker [Encrochat account 2 medeverdachte 1] verstuurde Encrochatberichten.
Uit het bericht van 1 mei 2020 om 11.07 uur blijkt dat gebruiker [Encrochat account 2 medeverdachte 1] zijn Golf kwijt wil, omdat hij de dag daarvoor in Amsterdam aangehouden is en zijn auto doorzocht is. Uit politiemutaties blijkt dat de medeverdachte op 1 mei 2020 om 00.10 in Amsterdam werd gecontroleerd als bestuurder van een witte Volkswagen Golf. Daarnaast blijkt uit de historisch zendmastgegevens van het mobiele telefoonnummer van de verdachte dat het nummer op 1 mei 2020, om 00.02 uur contact maakt met een zendmast in Amsterdam.
Is verdachte de gebruiker geweest van het Encrochataccount [Encrochat account verdachte] ?
De rechtbank stelt op basis van het onderzoek aan de Encrochatberichten, verstuurd door het account [Encrochat account verdachte] , vast dat de verdachte de gebruiker is geweest van dit Encrochataccount. Redengevend daarvoor vindt de rechtbank, onder meer, de berichten van 15 en 16 april 2020 tussen [Encrochat account verdachte] en de gebruiker [chataccount] . In die berichten verwijst de gebruiker naar zijn zoon, die de gebruikersnaam [Encrochat account 2 medeverdachte 1] heeft. De rechtbank heeft vastgesteld dat de medeverdachte (de zoon van de verdachte) de gebruiker geweest is van het Encrochataccount [Encrochat account 2 medeverdachte 1] . De enkele opmerking van de verdediging dat de bewoordingen ‘pa’ of ‘ouwe’ wel vaker als bijnamen voor een ouder persoon worden gebruikt en daarmee het account [Encrochat account verdachte] niet aan de verdachte kan worden gekoppeld volgt de rechtbank niet. Het gebruik van het woord ‘zoon’ is dermate specifiek, in combinatie met de vaststelling dat de beide gebruikers met elkaar samenwerken, dat de rechtbank buiten redelijke twijfel vaststelt dat [Encrochat account verdachte] de verdachte is. De rechtbank wijst verder nog op het bericht van 6 april 2020 tussen de beide gebruikers waaruit volgt dat verdachten weed hebben liggen in Zeist die ‘anders gaat stinken’ en al ‘aardig ruikt’.
Handel in softdrugs (feit 2)
De politie heeft de Encrochatberichten, verstuurd door de verdachte met het Encrochataccount [Encrochat account verdachte] , in de periode tussen 4 april 2020 tot en met 28 mei 2020, geanalyseerd.
De rechtbank stelt vast dat in de chatgesprekken die worden gevoerd regelmatig afkortingen of versluierd taalgebruik worden gebruikt. De politie heeft op basis van ervaring in onderzoeken naar zware georganiseerde criminaliteit en/of naslag op relevante internetsites duiding gegeven aan verschillende termen en begrippen die in de chatgesprekken zijn gebruikt. Deze duiding is in lijn met hetgeen de rechtbank ambtshalve bekend is geworden uit andere Opiumwetzaken. De rechtbank verenigt zich dan ook met die uitleg van de politie.
De rechtbank acht op basis van die berichten, in onderling verband en in samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich, als zijnde de gebruiker van het Encrochataccount [Encrochat account verdachte] , in de periode tussen 4 april 2020 en 26 mei 2020, onder andere samen met de medeverdachte, schuldig heeft gemaakt aan het verstrekken, vervoeren en het voorhanden hebben van verdovende middelen in de vorm van hennep en hasj.
Wat betreft de periode voor 4 april 2020 en na 26 mei 2020 overweegt de rechtbank het volgende. Het dossier bevat geen bewijs dat de verdachte zich voor of na deze periode eveneens schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. Vóór 4 april 2020 bevat het dossier geen Encrochatberichten die hierop wijzen. Wat betreft de periode na 26 mei 2020 overweegt de rechtbank het volgende. Het enkele feit dat op 20 april 2022, dus bijna twee jaar na het laatste belastende Encrochatbericht, bij de doorzoeking van het pand aan de [adres] in [plaats] soft- en harddrugs zijn aangetroffen rechtvaardigt niet de conclusie dat de verdachte zich dus ook in de tussenliggende periode daaraan schuldig moet hebben gemaakt. De verdachte zal voor deze perioden partieel vrijgesproken worden.
De rechtbank is daarbij, gelet op de grote hoeveelheden verhandelde softdrugs, de bewezenverklaarde periode, de hoeveelheid tegencontacten en het aantal verkooptransacties, van oordeel dat de verdachte het feit heeft gepleegd in de uitoefening van beroep of bedrijf.
Handel in cocaïne (feit 6)
De politie heeft de Encrochatberichten, verstuurd door de verdachte met het Encrochataccount [Encrochat account verdachte] , in de periode tussen 10 april 2020 tot en met 12 juni 2020, geanalyseerd.
De rechtbank stelt vast dat in de chatgesprekken die worden gevoerd regelmatig afkortingen of versluierd taalgebruik worden gebruikt. De politie heeft op basis van ervaring in onderzoeken naar zware georganiseerde criminaliteit en/of naslag op relevante internetsites duiding gegeven aan verschillende termen en begrippen die in de chatgesprekken zijn gebruikt. Deze duiding is in lijn met hetgeen de rechtbank ambtshalve bekend is geworden uit andere Opiumwetzaken. De rechtbank verenigt zich dan ook met die uitleg van de politie.
De rechtbank acht op basis van die berichten, in onderling verband en in samenhang bezien, dat de verdachte zich, als zijnde de gebruiker van het Encrochataccount [Encrochat account verdachte] , in de periode tussen 10 april 2020 tot en met 12 juni 2020, samen met anderen, schuldig gemaakt heeft aan het vervoeren, verstrekken en voorhanden hebben van cocaïne.
De rechtbank leidt dit af uit de berichten die zijn verstuurd tussen de medeverdachte en de gebruiker met de naam [gebruiker 2] tussen 11 en 16 april 2020. Daarnaast blijkt uit de berichten dat op 10 juni 2020 de medeverdachte bij de verdachte informeert of hij nog blokken nodig heeft, waarna een afbeelding van een wit blok aan de verdachte wordt gestuurd. Daarop reageert de verdachte dat hij grammen wil, waarna de medeverdachte de ‘colo’ naar hem toe laat komen.
Het dossier bevat geen bewijs dat de verdachte zich ook in de periode voor 10 april 2020 en na 12 juni 2020 schuldig gemaakt heeft aan de handel in cocaïne. Vóór 10 april 2020 bevat het dossier geen Encrochatberichten die hierop wijzen. Wat betreft de periode na 12 juni 2020 overweegt de rechtbank het volgende. Het enkele feit dat op 22 april 2022 bij de inval in het pand van de medeverdachte, aan de [adres] in [plaats] , cocaïne is aangetroffen, levert op zichzelf onvoldoende bewijs op voor de vaststelling dat de verdachte dus in de gehele tussenliggende periode van bijna twee jaar zich schuldig is blijven maken aan de handel in cocaïne. De rechtbank zal de verdachte daarom partieel vrijspreken van de periode gelegen tussen 20 maart 2020 en 10 april 2020 en de periode gelegen tussen 13 juni 2020 en 20 april 2022.
De rechtbank zal de verdachte ook partieel vrijspreken van de ten laste gelegde in- en export van cocaïne, nu het dossier hiervoor geen bewijs bevat.
Inleiding feit 3, feit 4 en feit 5
Op 20 april 2022 heeft de politie een pand aan de [adres] te [plaats] en een woning aan de [adres] in [plaats] doorzocht. In het pand aan de [adres] in [plaats] is het bedrijf van de medeverdachte gevestigd met de naam [bedrijf 2] B.V.’. Aanleiding voor de doorzoekingen was een op basis van TCI-informatie ontstane verdenking tegen de verdachte dat hij zich bezig zou houden met het organiseren van illegale pokeravonden. Bij de doorzoekingen zijn vuurwapens en verdovende middelen aangetroffen. Daarnaast is in een ruimte in het pand aan de [adres] een zogenaamde pokertafel aangetroffen. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt heeft aan het voorhanden hebben van verdovende middelen en het zonder vergunning organiseren van pokeravonden. Over het voorhanden hebben van het vuurwapen heeft de rechtbank hiervoor al geoordeeld dat de verdachte vrij moet worden gesproken van deze beschuldiging (feit 1).
Feiten 3 en 5 – voorhanden hebben hennep, hasj en cocaïne
Bij de doorzoeking van het pand is een zwarte gesealde strijkzak aangetroffen. Uit onderzoek blijkt dat in deze zak gedroogde henneptoppen zaten, met een gewicht van in totaal 996,17 gram. Deze zak is aangetroffen in ruimte 1 (opslagruimte) onder een tafel.
Verder is in ruimte 2 (kantoor), in een bureaulade, een witte plastic tas aangetroffen. In die tas zaten een aantal blokken, te weten drie hele en twee halve blokken. Uit onderzoek blijkt dat dit hasjblokken zijn, met een totaalgewicht van 398,60 gram.
Tot slot is bij de doorzoeking, in een Peugeot, in een verborgen ruimte in de kofferbak, een tas aangetroffen. In deze tas zaten 10 blokken. Uit onderzoek is gebleken dat het gaat om 9 blokken hasj, met een totaalgewicht van 8.883 gram en één blok cocaïne van 970 gram.
In de tas is verder een medicijndoosje aangetroffen, met daarop een etiket, op naam van [medeverdachte 1] , geboortedatum [1992] . Dit is de geboortedatum van de zoon van de verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] .
De advocaat stelt dat de verdachte niet wist van de aanwezigheid van de verdovende middelen in het pand en/of de Peugeot.
De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Voor de bewezenverklaring van 'aanwezig hebben' is nodig dat de verdachte feitelijke macht over het verdovende middel en/of de middelen heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken. Daarvoor moet de verdachte op z'n minst de aanmerkelijke kans bewust hebben aanvaard dat het middel en/of de middelen in zijn machtssfeer aanwezig is of zijn geweest.
Een deel van de verdovende middelen is aangetroffen in het pand van de medeverdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij bijna dagelijks in het pand van de medeverdachte aanwezig was. Hij hielp mee in het bedrijf van de medeverdachte. De zwarte gesealde zak en de witte plastic tas lagen op voor de verdachten toegankelijke plekken. De witte plastic tas lag in een bureaulade in een ruimte die als kantoor werd gebruikt. Verder zijn op het bureau en in verschillende bureauladen diverse telefoons en kentekenbewijzen aangetroffen. Daarnaast zijn in een stellingkast in de garage van het pand meerdere nog niet gebruikte strijkzakken gevonden, soortgelijk aan die waarin de gedroogde henneptoppen zaten.
De rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat op 20 april 2022 de verdovende middelen, toen de politie met veel geweld het pand binnenviel, door een van de andere aanwezigen op de genoemde plekken zijn achtergelaten. De verdediging wekt die suggestie, terwijl daar door niemand over is verklaard. Ook is er niet verklaard over het naar binnen brengen van grote pakketten of tassen door gasten waar de drugs in had kunnen zitten. Het is verder onwaarschijnlijk dat een gast op de benedenverdieping in de stellingkast in de garage – waar de politie binnenviel – soortgelijke lege, nog niet gebruikte, strijkzakken in alle haast heeft weggelegd. De verdachten geven hierover ook geen aannemelijke verklaring.
De medeverdachte had een bedrijf dat zich bezighield met de in- en verkoop van auto’s. De verdachte zelf heeft net als de medeverdachte jarenlang een eigen bedrijf gehad. Ook dit bedrijf hield zich bezig met de in- en verkoop van auto’s. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat zowel de verdachte als de medeverdachte meer verstand hebben van auto’s dan de gemiddelde Nederlander. De Peugeot, met daarin de verborgen ruimte, staat sinds 6 oktober 2021 op naam van het bedrijf van de medeverdachte. De verdachte heeft verklaard dat hij de Peugeot in oktober 2021 heeft gekocht. Uit de Whatsappgesprekken tussen verdachte en medeverdachte blijkt dat na aankoop van de Peugeot reparatiewerkzaamheden aan de Peugeot zijn verricht en dat zowel de verdachte als de medeverdachte allebei gebruik maakten van de Peugeot. Verder lag in de tas in de verborgen ruimte een medicijndoosje, dat kennelijk kort na aanschaf van de auto, aan de medeverdachte is verstrekt. Deze kan niet in de tas zijn gevallen bij het openen van de verborgen ruimte door de politie zoals door de verdediging is gesuggereerd. Uit het dossier blijkt namelijk dat de verborgen ruimte niet door de politie is opengebroken, maar dat de ruimte is geopend via een zogenaamde 12 volt omleiding. Om de ruimte te kunnen openen moet het voertuig aan staan en 12 volt op het slot worden geactiveerd, de klep gaat vervolgens via de gasveer open, waarna de klep verder handmatig te openen is. Deze op professionele wijze ingebouwde verborgen ruimte moet ook door de verdachten zijn gezien als gelet op hun verklaring zij de auto hebben aangekocht van iemand uit het criminele circuit. De verdachten hadden immers jarenlange ervaring met de handel in auto’s. De rechtbank gelooft daarom de verklaring van de verdachte(n) niet.
Tot slot weegt de rechtbank voor de verdere overtuiging mee dat uit de Encrochatberichten blijkt de verdachte en de medeverdachte zich in 2020 samen bezig hebben gehouden met de handel in verdovende middelen en toen ook hennep, hasj en cocaïne voorhanden hebben gehad.
De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte op 20 april 2022, samen met een ander, een hoeveelheid van 996,17 gram, henneptoppen en 9.281,60 gram hasj voorhanden heeft gehad (feit 3). Op grond van het voorgaande is ook wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte op 20 april 2022, samen met een ander, 970 gram cocaïne voorhanden heeft gehad (feit 5).
Feit 4 – organisatie illegale pokeravonden
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op 20 april 2022 bij de doorzoeking van het pand aan de [adres] , in een ruimte op de eerste verdieping, een pokertafel is aangetroffen. Het betrof een ovale tafel, verdeeld in 9 vakken, met een gedeelte waarin geldfiches geplaatst konden worden. Op de tafel lagen in de verschillende vakken fiches en speelkaarten. De aangetroffen situatie is door de politie beoordeeld. Uit die beoordeling blijkt dat de wijze waarop de beschreven kaarten, fiches en dealerbutton op de aangetroffen pokertafel lagen, overeenkomt met de wijze waarop het spel poker gespeeld wordt. Uit de wijze waarop de fiches aan de rand van het spelersvak bij de spelersplaatsen waren geplaatst, maakt de politie op dat kort voor het binnentreden nog acht spelers aan het pokerspel deelnamen en dat er sprake was van een vaste dealer die achter de fichebak zat. Tot slot wordt door de in het pand aanwezigen personen bevestigd dat er die avond gepokerd werd, waarbij door de aanwezigen ook verklaard wordt dat sprake was van een buy-in en een aan de organisatie te betalen vergoeding. De rechtbank gaat voorbij aan de veel later door de aanwezigen afgelegde verklaringen bij de rechter-commissaris waarbij zij hun eerdere verklaring in veel gevallen nuanceren en zeggen dat er slechts sprake zou zijn van ‘tientjeswerk’. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de eerdere verklaringen die kort na de inval zijn afgelegd. De aanwezigen werden toen als verdachten gehoord, hebben (ook voor zichzelf) belastend verklaard en geven vrijwel allemaal aan dat zij wel wisten dat deze pokeravonden niet waren toegestaan. Ook valt op dat velen in de eerdere verklaring niet willen noemen wie de organisator was van de pokeravonden omdat zij die persoon ‘niet in de problemen wilden brengen’.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 3 maart 1998 (ECLI:NL:HR:1998:ZD0952) geoordeeld dat poker als een kansspel aangemerkt moet worden. Voor het aanbieden van poker is uitsluitend een vergunning verleend aan Holland Casino. Het pand van de (mede)verdachte is geen vestiging van Holland Casino. De rechtbank acht op grond hiervan overtuigend bewezen dat er op 20 april 2022 sprake was van het zonder vergunning organiseren van een kansspel.
De rechtbank leidt uit de politiemutaties en de verklaringen van de aanwezigen af dat vanaf 4 oktober 2018 tot 20 april 2022 zonder vergunning pokeravonden in het pand van de verdachte en later medeverdachte georganiseerd werden. Nadat het bedrijf van de verdachte opgeheven werd in 2019 heeft de medeverdachte namelijk zijn bedrijf in het pand voortgezet. Uit de politiemutaties blijkt dat er vanaf 4 oktober 2018 op verschillende data door de politie geconstateerd is dat op de woensdagavond bij het pand van de verdachte verschillende personen aanwezig zijn. Het gaat om personen, afkomstig uit heel Nederland, met politiemutaties die zien op overtreding op de Wet op de kansspelen en/of illegaal gokken. Ook de aanwezigen zelf verklaren dat zij al geruime tijd, in sommige gevallen, al jaren in het pand van de verdachte deelnemen aan pokeravonden op de woensdag.
Resteert de vraag op welke wijze de verdachte betrokken geweest is bij het organiseren van deze pokeravonden.
De verdachte was tot medio oktober 2019 de huurder van het pand. In oktober 2019 is het bedrijf van de verdachte opgeheven. De verdachte heeft verklaard dat hij op verzoek van de organisator van het pokertoernooi ( [A] ) het door hem gehuurde pand aan de [adres] aan de organisator ter beschikking heeft gesteld. De verdachte heeft ook verklaard dat hij destijds geholpen heeft de op 20 april 2022 aangetroffen pokertafel naar boven te tillen. Na oktober 2019 was het bedrijf van de medeverdachte op de [adres] gevestigd. Ook hebben de verdachte en later de medeverdachte de betreffende ruimte in het pand geschikt gemaakt en langdurig ter beschikking gesteld aan de organisator van de pokeravonden. Daarnaast blijkt uit de chatberichten tussen de verdachte en de medeverdachte dat zij deelnamen aan de pokeravonden en dat zij elkaar op de hoogte hielden van het verloop van die avonden.
De rechtbank is van oordeel dat, hoewel niet blijkt dat de verdachte en/of de medeverdachte de pokeravonden georganiseerd hebben, het zonder hun bijdrage, in de vorm van het langdurig ter beschikking stellen van hun pand en ruimte, voor de organisator niet mogelijk was geweest om aldaar in deze vorm op professionele wijze pokeravonden te organiseren.
De rechtbank is van oordeel dat deze bijdrage van de verdachte en de medeverdachte aan het organiseren en promoten van deze illegale pokeravonden kwalificeert als medeplegen van medeplichtigheid. Verdachten zijn samen behulpzaam geweest bij het faciliteren van de pokeravonden. De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het primair ten laste gelegde medeplegen.
De rechtbank acht feit 4 subsidiair wettig en overtuigend bewezen.
3.4.
Oordeel van de rechtbank in de zaak met parketnummer 16/200441-22 [2]
Inleiding
Naar aanleiding van (TCI-)informatie en andere bevindingen heeft de politie op 23 mei 2017 vier verschillende panden doorzocht, te weten: een garage aan de [adres] in [plaats] , de woning van de verdachte aan de [adres] in [woonplaats] , een garage/loods aan de [adres] in [plaats] en een woning aan de [adres] in [woonplaats] . In het pand aan de [adres] was het toenmalige garagebedrijf van de verdachte gevestigd.
Feit 2 – voorhanden hebben cocaïne en GHB
De verdachte bekent bij de inhoudelijke behandeling dat hij op 23 mei 2017 in Zeist een hoeveelheid van 1,8 gram cocaïne en een hoeveelheid van 9,42 gram 4-hydroxyboterzuur (GHB) voorhanden heeft gehad. Door of namens de verdachte is niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank de inhoud van de bewijsmiddelen niet in het vonnis op te nemen. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 november 2025;
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 26 juni 2017, genummerd PL0900-2017087282-25, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 146 tot en met 152, van het proces-verbaal met nummer: BVH PL0900/2017 – 087282 (Onderzoek 09 BEET 17);
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 9 juni 2017, genummerd PL0900-201708/282-11, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 256 tot en met 260, van het proces-verbaal met nummer: BVH PL0900/2017 – 087282 (Onderzoek 09 BEET 17).
Feit 4 – voorhanden hebben munitie
De verdachte bekent bij de inhoudelijke behandeling dat hij op 23 mei 2017 in Zeist in totaal 15 scherpe patronen voorhanden heeft gehad. Door of namens de verdachte is niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank de inhoud van de bewijsmiddelen niet in het vonnis op te nemen. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 november 2025;
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 9 juni 2017, genummerd PL0900-2017087282-10, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina’s 253 en 254, van het proces-verbaal met nummer: BVH PL0900/2017 – 087282 (Onderzoek 09 BEET 17).
Feit 1 en feit 3 – voorhanden hebben hennep/hasj en goederen voor hennepteelt
Bedrijfspand [adres] in [plaats]
In het pand aan de [adres] in [plaats] is bij de doorzoeking, in de kofferbak van een personenauto (kenteken [kenteken] ), een kartonnen doos aangetroffen. De personenauto stond in de loods van het bedrijf van de verdachte, samen met andere auto’s. De auto staat sinds 17 oktober 2016 op naam van de verdachte. In de kartonnen doos zat een plastic zak met daarin gedroogde henneptoppen, met een gewicht van 420 gram. Het bedrijf van de verdachte, te weten Handelsonderneming [bedrijf 1] , was sinds september 2016 de huurder van het bedrijfspand.
Garage/loods [adres] in [plaats]
Bij de doorzoeking van de loods aan [adres] in [plaats] is in ruimte 5 een roze koffer, met daarin twee plastic tassen aangetroffen. In de tassen zat een bruine plak hennep, met een gewicht van 929 gram en twee plakken hasj, met een gewicht van 1515 gram. Daarnaast lagen in ruimte 2 hennep gerelateerde voorwerpen (zoals een koolstoffilter, een op het koolstoffilter aangesloten lucht aan-/afzuigsysteem, een weegschaal met hennepresten, een zak met hennepgruis en diverse knipschaartjes. In de ruimte stond een bureau, waarop onder andere de weegschaal en de knipschaartjes stonden. In deze ruimte stond ook een kartonnen doos, met daarop een label geplakt. Op het label stond de naam ‘ [B] ’, adres [adres] in [woonplaats] , met datum 26 januari 2017. [B] is de dochter van de verdachte. Ook in de andere ruimten in de garage stonden aan hennep gerelateerde voorwerpen. Het bedrijf van de verdachte, Handelsonderneming [bedrijf 1] , huurde met ingang van januari 2014 de garage/loods aan de [straat] . De maandelijkse huurtermijnen en energiekosten werden door het bedrijf van de verdachte betaald.
De verdachte ontkent dat de in het bedrijfspand aan de [adres] en de in de garage aan de [adres] gevonden hennep en hasj van hem zijn en/of dat hij wist van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Dit geldt ook voor de in de ruimten aangetroffen aan hennep gerelateerde voorwerpen. Volgens de verdachte zijn de verdovende middelen van medeverdachte [medeverdachte 2] , aan wie hij een gedeelte van de garage onderverhuurde.
De rechtbank overweegt als volgt.
Voor de bewezenverklaring van 'aanwezig hebben' is nodig dat de verdachte feitelijke macht over het verdovende middel en/of middelen heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken. Daarvoor moet de verdachte op z'n minst de aanmerkelijke kans bewust hebben aanvaard dat het middel en/of middelen in zijn machtssfeer aanwezig is/zijn geweest. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden.
Bedrijfspand [adres] te [plaats]
De auto, met daarin de verdovende middelen, staat op naam van het bedrijf van de verdachte en stond geparkeerd in het aan de verdachte toebehorende bedrijfspand. De verdachte kon dus over de verdovende middelen beschikken. De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft weersproken dat de in de auto gevonden verdovende middelen van hem zijn. De rechtbank volgt die verklaring, aangezien de medeverdachte een concrete verklaring aflegt en zichzelf op andere punten belast. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 23 mei 2017 de 420 gram hennep voorhanden heeft gehad.
Garage/loods [adres]
De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 23 mei 2017 de in de loods aangetroffen 929 gram hennep en 1.515 gram hasj aanwezig heeft gehad en dat hij voorwerpen voorhanden gehad heeft, bestemd voor de teelt van hennep.
De verdachte was ten tijde van de inval de huurder van de loods. Dat de verdachte de loods nog steeds in gebruik had leidt de rechtbank af uit de in de loods aangetroffen pakket op naam van de dochter van de verdachte, met afleveradres [adres] te [plaats] . Daarnaast blijkt uit de observaties dat de verdachte op 20 april 2017 nog bij de loods is geweest. Over de tap komt op die datum een gesprek van de verdachte met een anoniem gebleven persoon dat hij nu wat ruimte heeft in de schuur en in de loods. Het gesprek gaat verder over 135 apparaten, waarover de verdachte heeft verklaard dat het ging om wietstekjes. Tot slot weerspreekt de medeverdachte [medeverdachte 2] dat hij de feitelijk huurder was van het deel van de loods waarin de hennep en hennep gerelateerde goederen zijn aangetroffen. Wat betreft de in de loods aangetroffen voorwerpen heeft de medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard dat de verdachte wist van de aanwezigheid van die voorwerpen. De voorwerpen zouden weliswaar niet van de verdachte zijn, maar hij zou op enig moment zich belazerd hebben gevoeld toen hij wist dat die voorwerpen in zijn loods stonden. Desondanks heeft de verdachte deze spullen in zijn loods laten staan.
In de beschuldiging van feit 1 is ook nog een hoeveelheid van 1.480 gram henneptoppen meegenomen in de berekening. De verdachte heeft de aanwezigheid van deze henneptoppen in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] bekend, waardoor ook het bezit van deze hoeveelheid hennep kan worden bewezen. Het bezit van henneptoppen past bij de hennep gerelateerde goederen die in de loods zijn aangetroffen, daar werd immers een hennepknipperij opgerold.
Gelet op deze omstandigheden, in samenhang met de hoeveelheid op de [adres] aangetroffen verdovende middelen, kon de verdachte naar het oordeel van de rechtbank beschikken over de in de loods aangetroffen verdovende middelen en had de verdachte ook wetenschap van de aanwezigheid daarvan.
Wat betreft de in de loods aangetroffen hennepgerelateerde goederen geldt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte deze voorwerpen voorhanden heeft gehad, nu deze zijn aangetroffen in zijn loods en de verdachte wist van de aanwezigheid daarvan. Daarnaast is de rechtbank ervan overtuigd dat de verdachte ook wist dat deze goederen gebruikt konden worden voor de hennepteelt.
De rechtbank acht feit 1 en feit 3 wettig en overtuigend bewezen, met de opmerking dat de rechtbank voor feit 1 uitgaat van een hoeveelheid van in totaal 2829 gram hennep/hasj. Het verschil van 10 gram met de grammen genoemd in de beschuldiging is in een optelfout.
3.5.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in de zaak met parketnummer: 16/032265-22
feit 2
in de periode van 4 april 2020 tot en met 26 mei 2020 te Soesterberg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en verstrekt en vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj (telkens) een of meerdere (gebruikers)hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of van hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3
op 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 398,60 gram, en ongeveer 8.883 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) en ongeveer 996,17 gram, hennep, zijnde hasjiesj en hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 4 subsidiair
[A] en/of een of meer ander(en) in de periode van 4 oktober 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , in het pand gelegen aan de [adres] , meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, al dan niet opzettelijk gelegenheid heeft gegeven aan diverse (derde) personen aanwezig op voornoemde locatie om door middel van het (kans)spel poker – zijnde in art 4 lid 1 onder j Beschikking casinospelen 1996 aangewezen als casinospel en daarmee als kansspel –, mede te dingen naar prijzen en/of premies, terwijl de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend
bij welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in de periode van 4 oktober 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , althans in de gemeente Soest, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, en één of meer ander(en) opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft door aan die [A] en/of een of meer ander(en):
  • het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] beschikbaar te stellen;
  • toe te staan om één ruimte in het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] in te (doen) richten, en ingericht te houden, voor het pokeren, met daarbij behorende poker-attributen, zoals een speeltafel, fiches, een dealerbutton, speelkaarten;
  • toe te staan dat deelnemers – spelers en functionele pokerdeelnemers zoals dealers - aan het pokerspel ten behoeve van het pokeren toegang hadden tot het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] ;
  • toe te staan dat in een ruimte van het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] reclame werd gemaakt voor pokeravonden via een ‘whiteboard’ met de tekst: “Elke woensdag Satellite toernooi €10,= tot max 10:00 uur”.
feit 5
op 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal ongeveer) 970 gram cocaïne;
feit 6
in de periode van 10 april 2020 tot en met 12 juni 2020 te Soesterberg, gemeente Soest, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, (telkens) opzettelijk verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in de zaak met parketnummer: 16/200441-22
feit 1
op 23 mei 2017 te Zeist en/of te Soesterberg, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 2829 gram hennep en 1515 gram hasjiesj zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2
op 23 mei 2017 te Zeist, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,8 gram cocaïne, en ongeveer 9,42 gram heldere vloeistof 4-hydroxyboterzuur, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3
op 23 mei 2017 te Zeist, voorwerpen voorhanden heeft gehad, te weten
- een of meer koolstoffilters en
- een of meerdere weegschalen en
- een of meerdere knipschaartjes en
- een of meerdere luchtverversers en
- eenenvijftig, althans een of meerdere droognetten en
- een of meerdere sealbags en
- een of meerdere zeven en
- twintig althans een of meerdere transformatoren en
- een of meerdere vacuümpersen en
- negen, althans een of meerdere assimilatielampen en
- een cannacutter en
- twintig armaturen en
- vier, althans een of meerdere aan-/afzuiginstallaties en
- een of meerdere elektriciteitssnoeren en
- een schakelbord en
- een snelheidsregelaar en
- een of meerdere afzuigslangen, koppelstukken en tuinslangen en
- een dompelpomp en
- een verwarmingselement en
- een of meerdere rollen vijverfolie en
- een of meerdere flacons groeimiddelen
waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
feit 4
op 23 mei 2017 te Zeist, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 5, scherpe patronen kaliber .38 Special G.F.L. en
- 15, scherpe patronen kaliber .38 Special CBC
voorhanden heeft gehad;
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
in de zaak met parketnummer: 16/032265-22
feit 2
medeplegen van het in de uitoefening van een beroep opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
en
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 3
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 4 subsidiair
medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet op de Kansspelen, meermalen gepleegd;
feit 5
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 6
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
in de zaak met parketnummer: 16/200441-22
feit 1
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel
feit 2
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
feit 3
voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
feit 4
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
4.2
Strafbaarheid feiten en verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en/of maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 26 maanden, met aftrek van het voorarrest;
- een taakstraf voor de duur van 100 uur, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis;
- een geldboete van € 6.600,00, te vervangen door 68 dagen hechtenis als de verdachte deze boete niet betaalt.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert aan dat de redelijke termijn in allebei de zaken is overschreden. De feiten uit 2017 zijn van 8,5 jaar geleden en de overschrijding van de redelijke termijn is niet aan de verdachte te wijten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte lijdt aan PTSS, waarvoor hij wordt behandeld. Hij zit in de schuldsanering en krijgt weekgeld. Tot slot past hij op zijn kleinkinderen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst en de omstandigheden van de gepleegde feiten. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich in 2017, 2020 en 2022 schuldig gemaakt aan een aantal ernstige strafbare en ondermijnende feiten. De verdachte heeft zich in 2017 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid softdrugs en voorwerpen bestemd voor de hennepteelt. In 2020 heeft de verdachte, samen met de medeverdachte, zich actief beziggehouden met de handel in soft- en harddrugs. De verdachte vervulde in die periode de rol van koper als ook die van tussenpersoon. Daarnaast heeft de verdachte in die periode opnieuw de beschikking gehad over grote hoeveelheden softdrugs, maar ook harddrugs in de vorm van cocaïne. In 2022 wordt onder de verdachten wederom een grote hoeveelheid soft- en harddrugs aangetroffen. De verdachten bevinden zich dus al langere tijd in de wereld van de drugscriminaliteit. De rol die de verdachten lijken te hebben is die van tussenpersoon. De verdachten lijken overal een handeltje in te zien en bekommeren zich daarbij niet om het feit dat de handel in verdovende middelen strafbaar is, waarmee veel geld is gemoeid en welke gepaard gaat met ernstige en zeer zware vormen van ondermijnende criminaliteit. Tot slot is de verdachte, samen met de medeverdachte, gedurende een lange periode behulpzaam geweest bij het organiseren van illegale pokeravonden. Het illegaal organiseren van pokertoernooien betekent dat de daarvoor noodzakelijk toezicht ontbreekt, waardoor deelnemers blootstaan aan gokverslaving en de mogelijkheid ontstaat om bijvoorbeeld geld wit te wassen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte van 14 oktober 2025 blijkt dat de verdachte op 25 maart 2015 veroordeeld is voor het aanwezig hebben van softdrugs. Aan de verdachte is toen een gevangenisstraf van 75 dagen opgelegd.
Op te leggen straf
Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten is de rechtbank van oordeel dat alleen met oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur kan worden volstaan. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf houdt de rechtbank rekening met de periode waarbinnen de strafbare feiten zijn gepleegd, de door de verdachte vervulde rol binnen de handel in verdovende middelen en de omstandigheid dat de verdachte al eerder veroordeeld is voor het voorhanden hebben van verdovende middelen. Daarnaast komt de rechtbank tot een kortere bewezenverklaarde periode voor de feiten 2 en 6 en vrijspraak voor het voorhanden hebben van een vuurwapen in de zaak met parketnummer 16/032265-22. Ook heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank reden om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.
Met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn gaat de rechtbank uit van het volgende. In de zaak met parketnummer 16/032265-22 is de verdachte op 21 april 2022 in verzekering gesteld. In de zaak met parketnummer 16/200441-22 is de verdachte op 27 juni 2017 buiten heterdaad aangehouden, waarna op 28 juni 2018 het zakelijk verhoor plaatsvond. De rechtbank wijst vandaag, 23 december 2025, vonnis. Daarmee is de redelijke termijn in de beide zaken overschreden. Van bijzondere omstandigheden is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen gevangenisstraf tot gevolg moet hebben.
Als de redelijke termijn niet was overschreden zou de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk hebben opgelegd. Gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.
Ten aanzien van de voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden opheffen. De verdachte is vanaf 18 oktober 2022 uit de voorlopige hechtenis geschorst. Niet is gebleken dat de verdachte zich na die datum opnieuw schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke of nieuwe strafbare feiten. Het gevaar voor herhaling is dan ook niet meer aanwezig. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal daarom wegens gebrek aan gronden worden opgeheven.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de op lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 29 en 30 retour kunnen aan de verdachte, de onder 32, 52 en 53 zullen worden verbeurd verklaard, dat de onder 50 en nr. 1 (beslag in de zaak met parketnummer 16/200441-22, zijnde patronen) genoemde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat het beslag op de nummers 42 tot en met 49 en 51 genoemde voorwerpen blijft rusten ten behoeve van het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de inbeslaggenomen geldbedragen aan de verdachte terug te geven.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Retour verdachte
Het belang van strafvordering verzet zich niet tegen teruggave van de hieronder in de beslissing opgenomen inbeslaggenomen voorwerpen. De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van deze voorwerpen. Wat betreft de onder 52 en 53 genoemde voorwerpen (geldtelmachine) heeft de rechtbank in de zaak van de medeverdachte beslist dat deze retour aan de medeverdachte kunnen.
Verbeurdverklaren
Onder de verdachte zijn verschillende geldbedragen in beslag genomen. De rechtbank volgt de officier van justitie niet in de stelling dat deze in beslag kunnen worden gehouden ten behoeve van het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Op deze geldbedragen rust enkel klassiek (en geen conservatoir) beslag. Artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering schrijft in zo’n geval voor dat bij vonnis ook een beslissing wordt genomen op het beslag. De rechtbank zal, anders dan de verdediging heeft betoogd, de geldbedragen verbeurd verklaren. De verdachte heeft in verschillende jaren strafbare feiten begaan met betrekking tot grootschalige drugshandel, waarmee verondersteld kan worden dat de verdachte deze contante geldbedragen hiermee heeft verdiend.
De rechtbank verklaart nog meer voorwerpen verbeurd zoals hieronder in de beslissing opgenomen.
Retour rechthebbende
De rechtbank geeft het geldbedrag van € 5.000,00, welke in beslag is genomen onder [bedrijf 2] B.V. terug aan de onderneming. Daarbij komt dat een deel van de in beslag genomen voorwerpen zowel op de beslaglijst van de verdachte als de medeverdachte zijn komen te staan. Een aantal van de voorwerpen moeten terug naar medeverdachte, dat volgt uit de beslissing hieronder.
Onttrekken aan het verkeer
De rechtbank zal de hieronder in de beslissing genoemde voorwerpen (een boksbeugel en patronen) onttrekken aan het verkeer. De voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen, maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 36b, 36d, 47, 48 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
  • 2, 3, 10 en 11 Opiumwet;
  • 1 en 36, eerst en derde lid, van de Wet op de Kansspelen.

8.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart in de zaak met parketnummer
16/032265-22niet bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 4 primair heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart in de zaak met parketnummer
16/032265-22bewezen dat de verdachte de feiten 2, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;
- verklaart in de zaak met parketnummer
16/200441-22bewezen dat de verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldigingen staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
in de zaken met parketnummer 16/032265-22 en 16/200441-22
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;
in de zaak met parketnummer 16/032265-22
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
  • 1 STK Boksbeugel (PL0900-2020292259-G2980075);
  • 1 STK Munitie (PL0900-2017087282-G1972493);
  • 1 STK Ploertendoder (PL0900-MD32020002_718109);
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
  • Speelkaarten IN SB (PL0900-MD32020002_718247);
  • 7 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718242);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718246);
  • Fiches + pak speelkaarten IN SB (PL0900-MD32020002_718248);
  • 7 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718243);
  • 9 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718249);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718241);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718245);
  • 1 STK Fiche (PL0900-MD32020002_718240);
  • 1 STK Personenauto (Peugeot [kenteken] ) (PL0900-MD32020002_718036);
  • 1000 EUR (PL0900-2020292259-G2980124);
  • 1000 EUR (PL0900-2020292259-G2980137);
  • 1000 EUR (PL0900-2020292259-G2980149);
  • 200 EUR (PL0900-2020292259-G2980154);
  • 8000 EUR (PL0900-2020292259-G2980116);
  • 1000 EUR (PL0900-2020292259-G2980090);
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
  • 1 STK Geheugenkaart (transcend) (PL0900-2020292259-G2979683);
  • 1 STK Geheugenkaart (kingston) (PL0900-2020292259-G2979673);
  • 1 DS Doos (merk Rolex) (PL0900-2020292259-G2979644);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [medeverdachte 1] , van de volgende voorwerpen
  • 1 STK Administratie (PL0900-MD32020002_718239);
  • 1 STK geldtelmachine (PL0900-MD32020002_718102);
  • 1 STK geldmachine (PL0900-MD32020002_718122);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [bedrijf 2] BV, van het volgend voorwerp:
5000 EUR (PL0900-MD32020002_718112);
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Maas, voorzitter, mr. C.E.M. Nootenboom-Lock en mr. M.J. Terstegge, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.
mrs. Nootenboom en Terstegge zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 16/032265-22
feit 1
hij op of omstreeks 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een of meer (onderdelen van) wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een pistool, van het merk Baretta, type 9000S, kaliber 9mm Para (9x19mm) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- een patroonmagazijn, van het merk Walther, model P99, kaliber 9x19mm en/of
- munitie van categorie III te weten één of meerdere scherpe patronen van het merk Luger, kaliber 9x19mm afkomstig uit het patroonmagazijn van het pistool (merk: Walther)
voorhanden heeft gehad;
feit 2
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 te Soesterberg, althans in de gemeente Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf,
(telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj
(telkens) een of meerdere (gebruikers)hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of van hennep,
zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3
hij op of omstreeks 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 398,60 gram en/of ongeveer 8.883 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of ongeveer 996,17 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 4
primair
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , althans in de gemeente Soest,
in het pand gelegen aan de [adres] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk
gelegenheid heeft gegeven aan diverse (derde) personen aanwezig op voornoemde locatie om door middel van het (kans)spel poker – zijnde in art 4 lid 1 onder j Beschikking casinospelen 1996 aangewezen als casinospel en daarmee als kansspel -, mede te dingen naar prijzen en/of premies,
terwijl de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling
waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend;
subsidiair
[A] en/of een of meer ander(en) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , althans in de gemeente Soest,
in het pand gelegen aan de [adres] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk gelegenheid heeft gegeven aan diverse (derde) personen aanwezig op voornoemde locatie om door middel van het (kans)spel poker – zijnde in art 4 lid 1 onder j Beschikking casinospelen 1996 aangewezen als casinospel en daarmee als kansspel -, mede te dingen naar prijzen en/of premies,
terwijl de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling
waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen en daarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen geen vergunning was verleend
bij welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 april 2022 te [plaats] , althans in de gemeente Soest, in elk geval in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, en/of één of meer ander(en) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [A] en/of een of meer ander(en):
  • een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] beschikbaar te stellen;
  • toe te staan om één of meer ruimte(n) in een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] in te (doen) richten, en ingericht te houden, voor het pokeren, met daarbij behorende poker-attributen, zoals een speeltafel, fiches, een dealerbutton, speelkaarten;
  • toe te staan dat deelnemers – spelers en functionele pokerdeelnemers zoals dealers - aan het pokerspel ten behoeve van het pokeren toegang hadden tot een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] ;
  • toe te staan dat in een ruimte van een loods en/of het pand van het autobedrijf aan de [adres] in [plaats] reclame werd gemaakt voor pokeravonden via een ‘whiteboard’ met de tekst: “Elke woensdag Sattelite toernooi €10,= tot max 10:00 uur”.
feit 5
hij op of omstreeks 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal ongeveer) 970 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 6
hij op of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 20 april 2022 te Soesterberg, gemeente Soest, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in de zaak met parketnummer 16/200441-22
feit 1
hij op of omstreeks 23 mei 2017 te Zeist en/of te Soesterberg, althans in Nederland opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten- 2839 gram hennep en/of- 1515 gram hasjiesj zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2
hij op of omstreeks 23 mei 2017 te Zeist, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 1,8 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of- ongeveer 9,42 gram heldere vloeistof 4-hydroxyboterzuur, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur, zijnde 4-hydroxyboterzuur (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3
hij op of omstreeks 23 mei 2017 te Zeist, althans in Nederland
stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad,
te weten
- een of meer koolstoffilters en/of
- een of meerdere weegschalen en/of
- een of meerdere knipschaartjes en/of
- een of meerdere luchtverversers en/of
- eenenvijftig, althans een of meerdere droognetten en/of
- een of meerdere sealbags en/of
- een of meerdere zeven en/of
- twintig althans een of meerdere transformatoren en/of
- een of meerdere vacuümpersen en/of
- negen, althans een of meerdere assimilatielampen en/of
- een cannacutter en/of
- twintig armaturen en/of
- vier, althans een of meerdere aan-/afzuiginstallaties en/of
- een of meerdere elektriciteitssnoeren en/of
- een schakelbord en/of
- een snelheidsregelaar en/of
- een of meerdere afzuigslangen, koppelstukken en tuinslangen en/of
- een dompelpomp en/of
- een verwarmingselement en/of
- een of meerdere rollen vijverfolie en/of
- een of meerdere flacons groeimiddelen
waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
feit 4
hij op of omstreeks 23 mei 2017 te Zeist, in elk geval in Nederland munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 5, althans één of meerdere scherpe patronen kaliber .38 Special G.F.L. en/of
- 15, althans één of meerdere scherpe patronen kaliber .38 Special CBC
voorhanden heeft gehad;
De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
Bijlage II: Bewijsmiddelen [3]
Pv verdenking [medeverdachte 1]
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit proces-verbaal zal de zoon ( [medeverdachte 1] ) als junior en de vader ( [verdachte] ) als senior worden aangehaald.
[verdachte] heeft in 1998 de eenmanszaak Handelsonderneming [bedrijf 1] opgericht. [medeverdachte 1] heeft op 28 november 2017 aan de politie verklaard werkzaam te zijn als autoverkoper voor zijn vader. Op 30 oktober 2018 werd door [medeverdachte 1] zijn eigen eenmanszaak ingeschreven bij de KvK. Dit bedrijf werd [bedrijf 1] genoemd en was gevestigd op hetzelfde adres als de onderneming van zijn vader. Drie maanden later startte [medeverdachte 1] een besloten vennootschap, namelijk [bedrijf 2] BV. Volgens de activiteitencode van de KvK betrof dit een handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s.
Op 20 september 2019 heeft [verdachte] bij de Rechtbank Midden-Nederland aangifte gedaan tot faillietverklaring. Blijkens de KvK-uittreksels werden in oktober 2019 zowel [bedrijf 1] (van junior) als de Handelsonderneming (van senior) opgeheven. [4]
Overige waarnemingen autobedrijf
In mutatie PL0900_ 2018285407 las ik dat mijn collega's op 4 oktober 2018 omstreeks 00.06 uur een Mercedes-Benz C220 v.v.k [kenteken] de doodlopende weg zagen inrijden, richting de achterzijde van het pand aan de [adres] . De collega's zagen twee mannen voor de loods van [verdachte] staan en spraken hen aan. Beide mannen vertelden zij hier met vrienden samen kwamen. Op een later moment kwam er nog een andere man naar buiten. Ik las dat hij vertelde dat hij een vriend was van de pandeigenaar, maar dat de eigenaar niet aanwezig was. Op het moment van controle zagen de collega's ongeveer 25 voertuigen op de parkeerplaats. Van 17 voertuigen hebben zij het kenteken genoteerd. Opvallend was dat er maar twee voertuigen op naam stonden van het autobedrijf. De overige voertuigen kwamen onder andere uit Utrecht, Den Haag en Vianen. Een aantal van de voertuigen waren leaseauto's. Volgens de collega's waren veel van deze voertuigen eerder gekoppeld aan politiemutaties met betrekking tot illegale gokpanden/wet op de kansspelen, evenals een aantal van de kentekenhouders. Een aantal van de kentekenhouders kwamen in de politiesystemen voor ter zake overtreding van de Opiumwet. [5]
In mutatie PL0900_2018321536 las ik dat mijn collega's op 8 november 2018 omstreeks 00.15 uur een Mercedes-Benz CLS350 v.v.k. [kenteken] zagen rijden over het industrieterrein in [plaats] . De tenaamgestelde betrof [C] (geboren [1960] te [geboorteplaats] ) uit [woonplaats] . De collega's zijn achter dit voertuig aangereden om te zien wat een voertuig uit [plaats] 's nachts te zoeken had op een industrieterrein in Soesterberg. Zij zagen dat de bestuurder naar de achterzijde van garagebedrijf [bedrijf 1] reed en daar naar binnen ging. Op een later moment zagen zij nog een persoon arriveren en het pand betreden. Het viel de collega’s op dat er veel luxe personenauto's stonden geparkeerd bij het pand. Opvallend genoeg hoorde geen van de 14 bevraagde voertuigen thuis in Soesterberg. De voertuigen kwamen onder andere uit Rotterdam, Den Haag, Almere, Utrecht, Ede, Zeist, Zuidplas en Bergschenhoek.
Ik las in mutatie PL0900_2019157568 dat mijn collega's op 29 mei 2019 omstreeks 23.30 uur door de doodlopende straat aan de achterzijde van [bedrijf 2] reden. Het viel hen op dat er opvallend veel voertuigen stonden geparkeerd voor het pand van [verdachte] . Na een bevraging van een aantal voertuigen kwamen de collega's erachter dat de kentekenhouders in de politiesystemen voorkwamen ter zake diverse vormen van criminaliteit, waaronder witwassen en overtreding van de Opiumwet. Geen van de 14 bij het pand aangetroffen voertuigen stond op dat moment op naam van [bedrijf 2] of [verdachte] .
De collega's hebben vervolgens nog gesproken met de bewoner van de [adres] en hoorden van hem dat er al jaren mensen 's avonds laat het pand in- en uitliepen. Dit zou met name op de woensdagavond plaatsvinden. [6]
Pv verdenking [verdachte]
Door het Team Criminele Inlichten (TCI) werden er een aantal processen-verbaal verstrekt omtrent de verdachte.
2020: Bij het Team Criminele Inlichtingen Eenheid Midden-Nederland is in de maand juli 2020 via één informant de navolgende informatie binnengekomen:
[verdachte] , van [bedrijf 1] in [plaats] , organiseert pokeravonden waarbij er veel geld wordt ingezet. Deze pokeravonden vinden plaats op de eerste verdieping, boven het bedrijf [bedrijf 1] . [7]
[verdachte] is een aantal maal gecontroleerd in voertuigen van [bedrijf 2] . Uit het politiesysteem blijkt het volgende:
02-08-2021: Senior gecontroleerd met handelskentekenplaten op naam van [bedrijf 2]
21-11-2020: [kenteken] op naam van [bedrijf 2] voor de woning van senior in de brand gestoken. (Senior doet aangifte)
11-11-2020: Senior verklaart dat hij in de zaak van zijn zoon was en afgeperst werd door 3 mannen. (Senior doet aangifte)
21-04-2020: Senior werd gecontroleerd in een bus van [bedrijf 2] en was onderweg naar [plaats]
07-01-2020: Senior gecontroleerd in een Golf van [bedrijf 2] en verklaart een autohandel te hebben. [8]
Pv van bevindingen – identificatie encrochat [Encrochat account 1 medeverdachte 1] en [Encrochat account 2 medeverdachte 1]
Door de officier van justitie van het onderzoek 26Lemont werd bepaald, op grond van artikel 126dd Wetboek van Strafvordering, dat gegevens die tijdens het onderzoek Lemont zijn vergaard, kunnen worden gebruikt voor het strafrechtelijk onderzoek Aas, onder leiding van de officier van justitie parket Midden-Nederland. In onderzoek 26Lemont bleek het gelukt toegang te krijgen tot de server van Encrochat en werd informatie verzameld van uitgewisselde chatberichten alsmede informatie betreffende de contacten en notities van gebruikers van deze communicatiedienst.
Bevindingen encrochats [Encrochat account 1 medeverdachte 1]
In de verkregen informatie was communicatie aanwezig gevoerd via het encrochat-adres;
[Encrochat account 1 medeverdachte 1] @encrochat.com.
Als aliassen dan wel nicknames waren aan dit adres gekoppeld, [nickname medeverdachte 1] en [nickname medeverdachte 1] . [9]
In een chat gevoerd op 8 april 2020 communiceert [Encrochat account 1 medeverdachte 1] met het account [tegencontact] @encrochat.com. Deze communicatie gaat over het verkopen en betalen van jassen. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] bericht in deze chat dat hij voormaat L 350 heeft gehad en een andere handelaar net betaald heeft. Vervolgens stuurt [Encrochat account 1 medeverdachte 1] een schermafdruk van een telefoon. Hierop is de betaalrekening van [medeverdachte 1] zichtbaar, een bijschrijving van 350 euro van [bedrijf 3] BV, een afschrijving van 350 naar een Oranje spaarrekening, een afschrijving van 250 euro naar [I] (stiefzus [medeverdachte 1] ) en een bijschrijving van 250 euro naar [bedrijf 1] .
In een chat op 2 april 2020 gevoerd met het account [Encrochat account 1] @encrochat.com vraagt [Encrochat account 1 medeverdachte 1] of [Encrochat account 1] bij het huis of op de zaak komt. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] chat dat de man ook bij zijn zaak in [plaats] kan komen, daar is zijn vader aanwezig. Vervolgens vraagt [Encrochat account 1 medeverdachte 1] of [Encrochat account 1] weet waar hij zit, waarop [Encrochat account 1] ontkennend reageert. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] chat hierop het adres [adres] maar je moet andere via achter. [straat] moet je in tot eind dan na binnen rijden. Me vader weet dat je komt.
Opmerking verbalisant; op de locatie [adres] te [plaats] is het autobedrijf van [medeverdachte 1]
gevestigd.
Later die dag (18.51 uur) chat [Encrochat account 1 medeverdachte 1] dat het ligt in brugakker en hij niet weet hoe laat z’n vader gaat slapen.
Opmerking verbalisant; [adres] te [woonplaats] is het adres waar [verdachte] staat ingeschreven.
[Encrochat account 1 medeverdachte 1] is [Encrochat account 2 medeverdachte 1]
Op 16 april 2020 wordt [Encrochat account 1 medeverdachte 1] 100kg poeder keta aangeboden door het encrocontact [chataccount] . Dit betreft restant van de brokken die [Encrochat account 1 medeverdachte 1] eerder heeft gekregen. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] bericht dat hij een nieuwe mail heeft en direct hierop worden berichten met dezelfde tekst verstuurd naar het adres [Encrochat account 2 medeverdachte 1] @encrochat.com. [Encrochat account 2 medeverdachte 1] antwoordt dat hij 2x heeft weggebracht en hij het heeft afgekeurd.
Bevindingen encrochats [Encrochat account 2 medeverdachte 1]
In de verkregen informatie was communicatie aanwezig gevoerd via het encrochat-adres;
[Encrochat account 2 medeverdachte 1] @encrochat.com.
Als aliassen dan wel nicknames waren o.a. aan dit adres gekoppeld; [nickname medeverdachte 1] , [nickname medeverdachte 1] , [Encrochat account 1 medeverdachte 1] , [nickname medeverdachte 1] , [nickname medeverdachte 1] .
In een chat met [Encrochat account 2] @encrochat.com op 17 april 2020 om 08.51 uur dat het een half uur rijden is, hij gaat nu opstaan en douchen.
Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] ( [telefoonnummer medeverdachte 1] )
(de rechtbank begrijpt: [telefoonnummer medeverdachte 1] ), waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik was bij [medeverdachte 1] blijkt dit nummer op 17 april 2020 om 07.32 en om 09.10 uur verbinding te maken met een zendmast te [woonplaats] . Uit deze verkeersgegevens blijkt tevens dat het nummer ( [telefoonnummer medeverdachte 1] ) vaak 's nachts in [woonplaats] is. In januari 2021 verklaarde [medeverdachte 1] aan de politie dat hij al geruime tijd bij zijn zus in [woonplaats] woont.
Aansluitend om 09.28 uur bericht [Encrochat account 2 medeverdachte 1] over een witte Golf, dat hij nog ff moet tanken op snelweg en verwacht op tijd te zijn. Om 09.32 maakt het nummer [telefoonnummer medeverdachte 1] verbinding met de zendmast locatie Rijksweg A12 te Driebergen.
In een chat op 21 april 2020 om 17.20 uur bericht [Encrochat account 2 medeverdachte 1] dat hij nu naar Zeist gaat. Het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] maakt op 21 april 2020 om 16.19 uur verbinding met een zendmastlocatie te Amsterdam. Aansluitend om 18.08 uur maakt het nummer [telefoonnummer medeverdachte 1] verbinding met een zendmast te Bunnik.
In een chat op 28 april 2020 om 16.50 uur wil [Encrochat account 2 medeverdachte 1] afspreken bij tankstation zeist west.
Na de zoekvraag "tankstation zeist west" op de open bron www.qoogle.nl wordt de locatie Gulf tankstation, [adres] te [plaats] getoond. Deze locatie bevindt zich in de directe omgeving van het adres [adres] te [woonplaats] , waar [medeverdachte 1] staat ingeschreven.
Het nummer [telefoonnummer medeverdachte 1] heeft die dag verbinding met een zendmast te Utrecht (16.33) en om 18.09 met een zendmast te Zeist. [10]
Op 1 mei 2020 om 11.07 uur chat [Encrochat account 2 medeverdachte 1] met [contact 2] @encrochat.com dat hij golf kwijt moet, er staat een melding op. Hij is gisteren in Amsterdam aangehouden en auto is doorzocht.
Uit een bvh registratie blijkt dat [medeverdachte 1] op 1 mei 2020 om 00.10 uur werd gecontroleerd als bestuurder van een witte Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] . Controle vond plaats naar aanleiding van een ANPR hit op dit kenteken. Dit voertuig werd gecontroleerd (artikel 55b Sv) omdat [medeverdachte 1] geen rijbewijs of ander ID bewijs kon tonen. In de auto werd een grote hoeveelheid dure (merk)kledingstukken gezien.
Het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] maakt op 30 april 2020 om 22.02 verbinding met een zendmast te Zeist. In het daaropvolgende contact op 1 mei 2020, om 00.02 maakt dit nummer verbinding met een zendmast te Amsterdam. De Volkswagen, kenteken [kenteken] stond in de periode 17 mei 2019 tot en met 5 mei 2020 op naam van [medeverdachte 1] .
Als [contact 2] antwoordt dat [Encrochat account 2 medeverdachte 1] dan al een keer eerder aangehouden moet zijn ivm drugs, chat [Encrochat account 2 medeverdachte 1] "beetje ghb. Maar zeker 5 maanden geleden".
Uit een bvh registratie blijkt dat [medeverdachte 1] op 30 november 2019 als inzittende van een
Volkswagen Polo is gecontroleerd, terwijl hij samen met een vrouw in deze auto zat. In een tas werden bij deze controle een (kleine hoeveelheid) GHB en twee XTC pillen aangetroffen, die volgens verklaring van beiden voor eigen gebruik waren. [11]
Pv bevindingen – [Encrochat account 1 medeverdachte 1] wordt [Encrochat account 2 medeverdachte 1]
In een chat op 13 april 2020 tussen [Encrochat account 1 medeverdachte 1] en [gebruiker 2] geeft [Encrochat account 1 medeverdachte 1] aan dat hij een nieuwe telefoon nodig heeft omdat deze verloopt. Diezelfde dag geeft [Encrochat account 1 medeverdachte 1] aan dat hij een nieuwe telefoon heeft en identificeert hij zich als " [nickname medeverdachte 1] en [nickname medeverdachte 1] op het mailadres [Encrochat account 2 medeverdachte 1] ".
In een chat van SR en [chataccount] op 16 april 2020 geeft SR aan dat zijn zoon een nieuwe mail heeft genaamd " [Encrochat account 2 medeverdachte 1] ". [12]
Pv bevindingen – identificatie encrochat [Encrochat account verdachte] @encrochat.com
In de verkregen informatie was communicatie aanwezig gevoerd via het encrochat-adres;
[Encrochat account verdachte] @encrochat.com.
Als aliassen dan wel nicknames waren aan dit adres gekoppeld: […] , […] , […] .
In een chat gevoerd op 6 april 2020 reageert het tegencontact [tegencontact] @encrochat.com op de vraag van [Encrochat account verdachte] wie dit is; Hoi [verdachte] . [tegencontact] hier. De roepnaam van [verdachte] is [verdachte] . [13]
[tegencontact] betreft ook een contact van het encrochat adres [Encrochat account 1 medeverdachte 1] waarvan [medeverdachte 1]
(zoon [verdachte] ) is geïdentificeerd als gebruiker.
In een chat gevoerd op 3 april 2020 met contact [contact 1] reageert [Encrochat account verdachte] op de vraag wie hij is met: "Ouwe" en vervolgens " […] ". Als [contact 1] vervolgens vraagt: "jong of de oude? chat [Encrochat account verdachte] "ouwe".
Op 15 en 16 april 2020 chat [Encrochat account verdachte] met de gebruiker van het adres [chataccount] @encrochat. [chataccount] heeft poeder keta te koop, restanten van de brokken die hij [Encrochat account verdachte] heeft gegeven. Zou om 100 kilo gaan, [Encrochat account verdachte] chat hierop; "stuur even na me zoon vriend". Als [chataccount] informeert of hij zelfde mail heeft, bericht [Encrochat account verdachte] ; "nee nieuwe". Kort daarop chat [chataccount] dat [Encrochat account verdachte] even moet vragen of hij hem net heeft uitgenodigd (kennelijk doelend op de zoon van [Encrochat account verdachte] ), Hierop bericht [Encrochat account verdachte] ; " [Encrochat account 2 medeverdachte 1] ".
De gebruiker van het adres " [Encrochat account 2 medeverdachte 1] " is geïdentificeerd als [medeverdachte 1] , geboren [1992] . Uit gegevens van de Basis Registratie Personen blijkt dat [medeverdachte 1] als enige zoon staat beschreven van [verdachte] , geboren [1964] . [14]
Pv bevindingen – analyse encrochats [Encrochat account 1 medeverdachte 1] en [Encrochat account 2 medeverdachte 1] - harddrugs
Aan het onderzoeksteam werden diverse PGP chats beschikbaar gesteld gevoerd via de encrochats adressen [Encrochat account 1 medeverdachte 1] @encrochat.com en [Encrochat account 2 medeverdachte 1] @encrochat.com. [15] Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats).
Op 11 april 2020 communiceert [Encrochat account 1 medeverdachte 1] met [gebruiker 2] over blokken waar 27.5- 27.250 voor betaald moet worden. Er is genoeg van volgens [Encrochat account 1 medeverdachte 1] . Die van 27.250 komen uit zwolle en jongen uit Zeist pakt ze en die andere uit Amsterdam. Contact [gebruiker 2] noemt 45 stuks en wil een voorbeeld (hele) geregeld hebben. [16] Contact [gebruiker 2] zegt er 12 te kunnen verkopen en kan 27.500 betalen en na Pasen nog 33. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] regelt een voorbeeld (1 blok) en komt dit morgen naar Utrecht brengen. Afspraak wordt gemaakt voor de volgende dag om half 3.
De volgende dag communiceert [Encrochat account 1 medeverdachte 1] met contact [contact 2] dat hij er eerst 1 meeneemt die [contact 2] heeft liggen. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] kan dit om 12 uur halen. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] chat om 10.49 uur dat hij gaat douchen en er dan aankomt. Omstreeks 11.48 uur is hij kennelijk bij een benzinepomp.
Dezelfde dag omstreeks 14.48 uur chat [Encrochat account 1 medeverdachte 1] , nadat hij om 14.30 uur een afspraak had, aan contact [gebruiker 2] dat hij heeft afgegeven en grote onderweg is. In volgende chats gaat het verder over pap (geld), 600m over een paar weken en ice naar grote landen. Tevens worden hoeveelheden van 20 kilo genoemd en verschillende lijnen van 13, één van 33 en één van 50.
Uit de verkeersgegevens van het mobiele nummer [telefoonnummer medeverdachte 1] in gebruik bij verdachte [medeverdachte 1] blijkt dit nummer om 10.51 uur verbinding te maken met de zendmastlocatie […] te [woonplaats] (omgeving verblijfplaats [medeverdachte 1] ). Het mobiele nummer maakt aansluitend verbindingen met zendmastlocaties te Huis ter Heide en Zeist (11.33 uur), zendmastlocaties te Nieuwer ter Aa (12.09 uur en zendmastlocaties te Utrecht (14.23 uur).
Op 12 april 2020 vraagt [Encrochat account 1 medeverdachte 1] aan contacten wat blokken p en p kosten want hij kan veel kwijt. Als hem de prijs 27.5 wordt genoemd vraagt [Encrochat account 1 medeverdachte 1] wat het kost als ze er 45 nemen, hij heeft net eentje afgeleverd (zie alinea hierboven), maar ze willen echte colos. Door contact [contact 3] worden afbeeldingen (witte blokken) verstuurd met de tekst per 10 27750. Als [Encrochat account 1 medeverdachte 1] er 45 neemt dan -250 27500. Uit de chat blijkt dat het voorbeeld dat op 11 april is geleverd is afgekeurd vanwege de geur. In de dagen daarna blijft [Encrochat account 2 medeverdachte 1] informeren naar een partij p en p.
Op 16 april 2020 communiceert [Encrochat account 2 medeverdachte 1] met [contact 4] dat die kilo van gisteren niet goed was, het moet omgeruild worden want het transport gaat vandaag. [Encrochat account 2 medeverdachte 1] wil een partij van 33 en kan daarvoor max. 26.750 betalen. [Encrochat account 2 medeverdachte 1] onderhandelt ook met een ander contact en vindt het jammer dat ze niet met de prijs overeen kunnen komen. Later chat [Encrochat account 2 medeverdachte 1] dat ze 26.800 betalen en dat ze vriend pakt voor 26 5 verdiend 300. Ze hebben 50 st nodig...33 en later misschien nog 20. Op 21 april 2020 vraagt [Encrochat account 2 medeverdachte 1] aan [contact 4] of er 12 mogelijk zijn, hij heeft geld. Er volgt die dag een afspraak en ontmoeting maar blijkt de partij te zacht te zijn. De volgende dag communiceren beiden weer met elkaar, [Encrochat account 2 medeverdachte 1] wil een voorbeeld en als ze er niet uit komen moet hij schakelen want hij moet vandaag leveren. [contact 4] regelt dat er 8 (harde) in Den Haag klaarliggen met stempel mm. Hij kan het aftikken en laten komen met een stashauto. Uit de berichten van [Encrochat account 2 medeverdachte 1] blijkt dat zijn vriend mee wil, daar het spul bekijken en afrekenen. [17]
Op 10 juni wordt [Encrochat account 2 medeverdachte 1] gevraagd of hij blokken nodig heeft, boli toppers en wordt daarbij een afbeelding van een wit blok verstuurd. Aansluitend informeert [Encrochat account 2 medeverdachte 1] bij zijn vader (contact [Encrochat account verdachte] ) of die grote wat met boli kan. Vervolgens stuurt [Encrochat account 2 medeverdachte 1] de afbeelding naar 2 contacten en zegt dat de prijs 28 is.
Uit de hierop volgende communicatie blijkt dat vader [verdachte] 50 gram wil en volgende week 100. De 50 is voor henzelf en die 100 krijgt hij 33 voor, dat is 550 winst als het hem 27.5 kost. Via het contact [Encrochat account 1] laat [Encrochat account 2 medeverdachte 1] die 50 gram cola naar hem toe komen. Contact [gebruiker 1] verwacht dat de prijzen de lucht in gaan, het is nu al duurder. Er wordt voorgesteld om er 50 te pakken en dan even weg te leggen.
Op 11 juni 2020 informeert [Encrochat account 2 medeverdachte 1] bij contacten of cola nu op 27.5 staat en de eventuele prijs van 10 cola. Hij ontvangt hierop afbeeldingen van witte blokken en prijs van 27. Ook wordt een afbeelding van een partij verzonden die daar transportschade voor mindere prijs kan. Door vader [verdachte] ( [Encrochat account verdachte] ) wordt bericht dat hij er rond de 50 zoekt, moeten toppers zijn, hard glimmen en goed ruiken. Aansluitend wordt er nog diverse afbeeldingen verzonden met ook foto's (blokken wit) van de binnenkant. [18]
Pv bevindingen – analyse encrochats [Encrochat account verdachte] - harddrugs
Aan het onderzoeksteam werden diverse PGP chats beschikbaar gesteld gevoerd via de encrochats adres [Encrochat account verdachte] @encrochat.com. Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats).
Colo : Col(l)o betreft vermoedelijk cocaïne afkomstig uit Colombia
BL of Blokken : Hiermee worden in zijn algemeenheid geperste blokken cocaïne bedoeld. [19]
Samenvatting chats
Op 11 juni 2020 stuurt de gebruiker van [Encrochat account 2 medeverdachte 1] @encrochat.com onderstaande foto naar
[Encrochat account verdachte] .
(opmerking rechtbank: op de foto is een wit, rechthoekig blok te zien)
Op 11 juni 2020 vraagt [Encrochat account verdachte] aan [Encrochat account 2 medeverdachte 1] of ze top zijn en of ze hier gemaakt zijn. [Encrochat account 2 medeverdachte 1] antwoordt dat ze top zijn maar wel hier gemaakt.
Op 12 juni 2020 stuurt de gebruiker van [Encrochat account 2 medeverdachte 1] @encrochat.com onderstaande foto naar
[Encrochat account verdachte] . Op de foto is een afdruk van CR7 te zien:
(opmerking rechtbank: op de foto is een wit, rechthoekig blok te zien met afdruk CR7, waarvan aan de rechterbovenkant een hoekje ontbreekt).
Op 12 juni 2020 stuurt de gebruiker van [gebruiker 1] @encrochat.com dat de CR7 wat kan zijn en vraagt of hij er 1 kan pakken. [Encrochat account verdachte] zegt dat [gebruiker 1] van hem hoort en stelt dezelfde vraag aan de gebruiker van [Encrochat account 2 medeverdachte 1] @encrochats.com dat de CR7 wat kan zijn en of hij er 1 kan pakken. [gebruiker 1] vraagt vervolgens hoeveel er zijn. Ook deze vraagt wordt door [Encrochat account verdachte] doorgezet naar [Encrochat account 2 medeverdachte 1] .
In de chats werd gebruikt gemaakt van termen en afkortingen die duiden op diverse soorten drugs. Cocaïne wordt in de groothandel doorgaans verhandeld in blokken, vaak van ongeveer 1 kilo per stuk. Deze blokken zijn veelal voorzien van een handelsmerk in de vorm van een in het blok geperst logo, een zogenaamd stempel. Zoals uit de inhoud van de chats blijkt worden de blokken vaak genoemd met naam van het logo/stempel. [20]
Pv bevindingen – analyse encrochats [Encrochat account 1 medeverdachte 1] en [Encrochat account 2 medeverdachte 1] – softdrugs
Aan het onderzoeksteam werden diverse PGP chats beschikbaar gesteld gevoerd via de encrochats adressen [Encrochat account 1 medeverdachte 1] @encrochat.com en [Encrochat account 2 medeverdachte 1] @encrochat.com.
Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats). In dit proces-verbaal worden de verschillende chats beschreven die betrekking hebben op de handel, het verkopen, vervoeren en het afleveren van softdrugs danwel restproducten daarvan. Samenvattend wordt hieronder een opsomming gegeven van deze chats, die zijn onderverdeeld in verschillende soorten drug/grondstoffen.
Hennepsoorten
Er zijn diverse soorten hennep. In dit proces-verbaal worden de soorten vermeld, welke in de encrochat zijn benoemd.
AM = de afkorting van Amnesia. Amnesia (wiet) is een populaire wietsoort. [21]
In een chat, tussen 2 april 2020 en 4 april 2020, wordt er door verschillende gebruikers
gecommuniceerd over de verkoop van Nederlandse top AM. Men er heeft er 30 en vraagt er 44 voor. (noot verbalisant: vermoedelijk bedoelt men 30 kilo en moet 4400 euro per kilo kosten.) Er wordt 1 kilo als sample afgeleverd bij het autobedrijf van [verdachte] . In de chat wordt ook de aanrij route omschreven. Uit de chat blijkt dat de sample daadwerkelijk is geleverd bij het bedrijf. [22]
In een chat op 12 mei 2020, wordt er door verschillende gebruikers gecommuniceerd over 4 AM. [Encrochat account 2 medeverdachte 1] heeft een halve kilo als sample. Uit een test blijkt dit te gaan om PP in plaats van AM. De prijs was te duur en het product werd teruggeven.
In een chat op 12 mei 2020, wordt er door verschillende gebruikers gecommuniceerd over 4 AM. [Encrochat account 2 medeverdachte 1] heeft een halve kilo als sample. Uit een test blijkt dit te gaan om PP in plaats van AM. De prijs was te duur en het product werd teruggeven.
PP staat voor PowerPlant. Power Plant is een van de meest bekende soorten wiet.
Op 23 mei 2020 biedt [Encrochat account 2 medeverdachte 1] 10 kilo Spaanse lemon kush PP aan voor 33. Hij biedt dit onder andere aan encrochat gebruikers [Encrochat account 2] en [contact 2] . Uit de chat blijkt dat de zak verkocht is. [23]
Pv bevindingen – analyse encrochat [Encrochat account verdachte] – softdrugs
Door het onderzoeksteam is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de verkregen communicatie (chats). In dit proces-verbaal worden de verschillende chats beschreven die betrekking hebben op de handel, het verkopen, vervoeren en het afleveren van softdrugs danwel restproducten daarvan. Samenvattend wordt hieronder een opsomming gegeven van deze chats, die zijn onderverdeeld in verschillende soorten drug/grondstoffen. [24]
Hennepsoorten
Er zijn diverse soorten hennep. In dit proces-verbaal worden de soorten vermeld, welke in de
encrochat zijn benoemd.
AM
AM is de afkorting van Amnesia:
Amnesia (wiet) - een populaire wietsoort.
Op 14 mei 2020 zegt de gebruiker van [contact 2] tegen [Encrochat account verdachte] dat hij gewone AM nodig heeft, steady. [Encrochat account verdachte] gaat vragen. Even later zegt [Encrochat account verdachte] hij 5 kilo AM voor 4500. [contact 2] vraagt of hij een kg kan zien. Ze spreken de volgende dag af in De Meern [adres] , om 15.00 uur. [Encrochat account verdachte] vraagt om er een puntje tussen te houden als hij biedt. 26 mei zegt [Encrochat account verdachte] dat hij al weg is, dat hij een andere koper heeft, die vlotter is. [contact 2] zegt dat [Encrochat account verdachte] moet laten weten als hij heeft. Moet t wel hollands en zonder gruis zijn en echt am en geen spaans of pp. [Encrochat account verdachte] zegt dat hij zich meldt of die lange.
PP
PP staat voor PowerPlant. Power Plant is een van de meest bekende soorten wiet.
In een chat op 4 april 2020 bericht de gebruiker van [Encrochat account verdachte] dat hij (derde persoon) alleen 6 mooi shop pp heeft liggen voor 4. [Encrochat account verdachte] vraagt aan de gebruiker van [contact 2] of hij wat kan met 6 shop pp. Hij moet 4 geven en moet zelf ook wat hebben. [Encrochat account verdachte] zegt dat hij 5 april hoort of er meer is. [25] [Encrochat account 1 medeverdachte 1] zegt dat hij (derde persoon) er meer nodig heeft. [contact 2] vraagt om foto's, maar [Encrochat account verdachte] kan geen foto’s maken met zijn camera. [Encrochat account verdachte] kan ook meenemen en naar [contact 2] toekomen. [Encrochat account verdachte] zegt dat hij (derde persoon) zijn zoon op pad moet sturen. [Encrochat account verdachte] zegt tegen [Encrochat account 1 medeverdachte 1] dat hij als het goed is maandag mindere krijgt. [Encrochat account verdachte] kan misschien pp kwijt aan neus. [Encrochat account verdachte] kan voorbeeld bij shop pakken voor 15 stuks. Op 12 mei 2020 is er een chat tussen [Encrochat account verdachte] en [contact 2] waarin [contact 2] zegt dat het PP is. [Encrochat account verdachte] zegt dat dat mooi kut is.
Op 6 april 2020 Vraagt [Encrochat account verdachte] aan [contact 2] of hij de pp nog wil zien. [contact 2] zegt dat men vol zit op het moment. [contact 2] vraagt om foto's. [Encrochat account verdachte] zegt dat hij er over een kwartier is.
[Encrochat account verdachte] meldt aan [Encrochat account 1 medeverdachte 1] dat hij die jongen heeft gezien ( [contact 2] ?), die gaat kijken in de stess en laat morgen weten hoe en wat. [Encrochat account verdachte] zegt tegen [Encrochat account 1 medeverdachte 1] dat hij wel handel heeft, die pp voor 3950, 6 stuks. [Encrochat account verdachte] zegt tegen [Encrochat account 1 medeverdachte 1] dat hij een pp meeneemt. [Encrochat account verdachte] zegt tegen [contact 2] dat hij een voorbeeld heeft en hij vindt het een topper. Ruikt goed die p. [contact 2] vraagt een foto. [Encrochat account verdachte] zegt dat zijn zoon een foto.
[Encrochat account 1 medeverdachte 1] vraagt aan [Encrochat account verdachte] of die halve er ook bij zit van die 35 mindere. [Encrochat account verdachte] zegt tegen [Encrochat account 1 medeverdachte 1] een halve van pp. En die andere is maar 420 gram. Moet hij 35 voor geven.
[Encrochat account 1 medeverdachte 1] zegt tegen [Encrochat account verdachte] dat hij die mensen gebeld heeft en dat ze alleen amnesia/haze willen. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] zegt tegen [Encrochat account verdachte] dat hij het maar naar neus moet brengen en dat hij die pp dicht moet maken anders gaat het stinken. Hij moet sowieso naar Zeist. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] vraagt aan [Encrochat account verdachte] of hij de doos kan pakken en dicht strijken. Hij haalt het met een kwartier op.
[Encrochat account verdachte] stuurt onderstaande foto's naar [contact 2] en zegt dat [contact 2] een afspraak met zijn zoon moet maken.
(opmerking rechtbank: op de twee foto’s zijn verschillende henneptoppen te zien). [26]
HAZE
(Amnesia) Haze
Op 11 april 2020 vraagt de gebruiker van [Encrochat account verdachte] aan de gebruiker van [Encrochat account 1 medeverdachte 1] of ze nog mindere zoeken, want er is wat binnen. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] zegt dan dat ze haze willen en geen PP. [Encrochat account verdachte] zegt dat ze dit hebben en dat hij er wel even heen rijdt. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] zegt dat hij een voorbeeld mee moet nemen. [Encrochat account verdachte] zegt dat hij een voorbeeld heeft. [Encrochat account 1 medeverdachte 1] vraagt naar de prijs. [Encrochat account verdachte] zegt 5 voor 36. [27]
Pv bevindingen – tap analyse gesprekken [telefoonnummer verdachte]
Sinds 11 april 2022 tot en met 20 april 2022 werden alle gesprekken en berichten van telefoonnummer [telefoonnummer verdachte]
(de rechtbank begrijpt: [telefoonnummer verdachte] )opgenomen en afgeluisterd.
Uit de beluisterde gesprekken blijkt dat de gebruiker van [telefoonnummer verdachte] [verdachte] (sr) is. In een aantal gesprekken wordt de gebruiker van [telefoonnummer verdachte] ook [verdachte] genoemd. Tevens blijkt uit mast analyse dat ‘s nachts een telefoonmast in de omgeving van de [adres] (woonadres sr.) in [woonplaats] werd aangestraald.
De meeste gesprekken die gevoerd werden op [telefoonnummer verdachte] hadden betrekking op autohandel. Ook bleek dat gedurende dag, tussen 09.00 uur en 17.00 uur dagelijks een telefoonmast in de omgeving van de [adres] (adres [bedrijf 2] ) te [plaats] werd aangestraald.
Pv doorzoeking - [adres] te [plaats]
Op 20 april 2022 om 21.35 uur trad de politie binnen op de [adres] , [plaats] . De politie hield hier vervolgens de volgende personen aan op verdenking van overtreding van artikel 2 onder B OW juncto 47 lid 1 Sr juncto 10 lid 4 OW.
[verdachte] , geboren op [1964] ,
[medeverdachte 1] , geboren op [1992] . [28]
Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
Aantal
Goed
Vindplaats
1
Strijkzak met vermoedelijk hennep ongeveer 1 kilo
Ruimte 1 / opslagruimte - onder tafel
1
Vuurwapen met los magazijn met munitie
Ruimte 1 / opslagruimte - boven plafondplaat
4
Blokken hashish totaal ongeveer 400 gram
Ruimte 2 / kantoor - in bureaulade
1
Patroon
Ruimte 2 / kantoor - in bureaulade
2
Recorders camerabeelden
Ruimte 2 / kantoor – boven plafondplaat
10
Strijkzakken
Garage / opslagruimte - stellingkast [29]
Pv bevindingen – aantreffen hennep [adres] te [plaats]
Op 20 april 2022 werd autobedrijf [bedrijf 2] , gelegen aan de [adres] te [plaats] , doorzocht. Gedurende deze doorzoeking werd een zwart gesealde gevulde zak aangetroffen. Ik zag dat de zwarte seal zak voorzien was van een zwarte toplaag en zilverkleurige aluminiumfolie binnenlaag. [30] Ik zag dat er tijdens de doorzoeking ook 10 soort gelijkende lege zwart gesealde zakken waren aangetroffen. Ik zag dat de binnen zijde van aluminium was en dat deze niet dicht geseald waren. Ik zag dat in de zak een doorzichtige sealbag zat. Ik zag dat deze zak gevuld was met gedroogde henneptoppen. [31]
Ik onderzocht de door mij aangetroffen henneptop middels determinatie ter vaststelling van de plantensoort. Ik zag aan de kleur, de vorm en de stand van de bladeren op de stengel van de geselecteerde henneptop dat deze de uiterlijke kenmerken hadden van hennepplanten. Tevens rook ik, dat de geur van de aangetroffen henneptoppen, overeenkwam met de kenmerkende geur van hennepplanten. Daarnaast nam ik een monster van resten welke ik aantrof. Ten behoeve van de drugsidentificatie werd tevens gebruik gemaakt van een door de politie Utrecht voorgeschreven drugstestkit van de fabrikant [bedrijf 4] BV. Ik zag dat tijdens het testen een duidelijke kleurreactie optrad. Deze reactie gaf een positieve indicatie op de aanwezigheid van hennep. Uit de determinatie en de drugstest mag gesteld worden, dat de inbeslaggenomen planten hennepplanten waren van het geslacht Cannabis. Deze plantensoort staat vermeld op lijst Il onderdeel b van de Opiumwet.
Vervolgens heb ik de inhoud van de doorzichtige sealbag op een geijkte tafelweegschaal van het merk Kern met serienummer […] gewogen. Na weging zonder verpakking zag ik dat het totaal nettogewicht van 996,17 gram was aan henneptoppen. [32]
Pv bevindingen – aantreffen hasj [adres] te [plaats]
Op 20 april 2022 werd autobedrijf [bedrijf 2] , gelegen aan de [adres] te [plaats] , doorzocht. Gedurende deze doorzoeking werd een witte plastic tas aangetroffen met daar in een aantal blokken. [33] Na het openmaken van de witte plastic tas rook ik een penetrante hennep lucht. Ik zag dat er 3 hele blokken en twee halve blokken in de plastic zak zaten. Ik onderzocht de aangetroffen hasjblokken ter vaststelling van de plantensoort.
Ik zag aan de kleur en de vorm dat deze de uiterlijke kenmerken hadden met blokken hasjiesh. Tevens rook ik, dat de geur van de aangetroffen hasjiesh blokken, overeenkwam met de kenmerkende geur van hennepplanten. Daarnaast nam ik een monster van resten welke ik aantrof. Ten behoeve van de drugsidentificatie werd tevens gebruik gemaakt van een door de politie Utrecht voorgeschreven drugstestkit van de fabrikant [bedrijf 4] BV. [34]
Ik zag dat tijdens het testen een duidelijke kleurreactie optrad. Deze reactie gaf een positieve indicatie op de aanwezigheid van hennep. Uit de determinatie en de drugstest mag gesteld worden, dat de inbeslaggenomen hasjiesh blokken de hars van hennepplanten waren van het geslacht Cannabis. Deze plantensoort staat vermeld op lijst IIonderdeel b van de Opiumwet.
Vervolgens heb ik de inhoud van de hasjiesh blokken op een geijkte tafelweegschaal van het merk Kern met serienummer […] gewogen. Na weging zonder verpakking zag ik dat het totaal nettogewicht van 398.60 gram was. [35]
Pv onderzoek verdovende middelen
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
Goednummer : PL0900-2020292259-2992523
SIN : AAOQ1383NL
Aantal : 9
Omschrijving : Blokken met bruine substantie
Goednummer : PL0900-2020292259-2992504
SIN : AAOQ1382NL
Aantal : 1
Omschrijving : Blok met witte substantie [36]
Waarnemingen en bevindingen
Goednummer : PL0900-2020292259-2992523
SIN : AAOQ1383NL
Relatie met SIN : AAOV8107NL
Gewicht netto : 8883 gram
Monster A
Spoornummer : PL0900-2020292259-177470
SIN : AAOV8107NL
Relatie met SIN : AAOQ1383NL
Bijzonderheden : indicatie cannabis [37]
Goednummer : PL0900-2020292259-2992504
SIN : AAOQ1382NL
Relatie met SIN : AAPD2799NL
Gewicht netto : 970 gram
Monster B
Spoornummer : PL0900-2020292259-177471
SIN : AAPD2799NL
Relatie met SIN : AAOQ1382NL
Bijzonderheden: indicatie voor cocaïne [38]
Rapport Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) 19 mei 2022
Zaaknummer: 2022.05.19.054 (aanvraag 001)
AAPD2799NL blok, wit, uit 970 gram bevat cocaïne.
Pv bevindingen – verborgen ruimte Peugeot [kenteken]
Op 20 april 2022 werd door mij, tijdens een doorzoeking op de [adres] te [plaats] een Peugeot 308 voorzien van kenteken [kenteken] in beslag genomen. De Peugeot 308 staat sinds 6 oktober 2021 op naam van [bedrijf 2] BV, gelegen aan de [adres] te [plaats] .
Ik hoorde van [verbalisant 1] dat hij een verborgen ruimte had aangetroffen in de kofferbak van de Peugeot. Ik hoorde dat hij in de verborgen ruimte een tas had aangetroffen met daarin 10 blokken en doosje medicijnen met een etiket op naam van [verdachte] .
[Opmerking rechtbank: op het etiket staat verder de datum van 14-10-2021 en de geboortedatum [1992] .]
Op verzoek heeft [verbalisant 1] alle 10 de blokken op inhoud getest op verdovende middelen. Ik hoorde dat de substantie van de 9 blokken positief getest waren op Hasj. Ik hoorde dat de
substantie van 1 blok positief getest was op cocaïne. [39]
Pv bevindingen – gebruik Peugeot [kenteken]
Op 20 april 2022 werden tijdens een doorzoeking op de [adres] te [plaats] drie mobiele telefoons in beslag genomen. Ik onderzocht van deze drie telefoons de Samsung S9. Op de eerste etage werd in het kantoorgedeelte op het bureau een Samsung Galaxy S9 aangetroffen en in beslag genomen.
Door mijn collega [verbalisant 2] werd er onderzoek gedaan naar wie de eigenaar is van de Samsung S9. Hij verklaart het volgende: "Ik zag dat bij de device user: " [verdachte] " stond. Ik zag dat op de telefoon Whatsapp stond met als user ID nummer [telefoonnummer verdachte] . Ik zag dat onder telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] stond [verdachte] Prive. Ik zag dat het IMEI nummer van de S9 nummer [IMEI nummer] was."
Uit de tap is gebleken dat de S9 met genoemde Imei-nummer voorzien was van een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] . Genoemd telefoonnummer is in gebruik bij [verdachte] (sr).
In dit proces-verbaal wil ik, naar aanleiding van de verborgen ruimte met inhoud die in het voertuig gevonden is, het gebruik van dit voertuig aantonen. Het gaat hierbij om het volgende voertuig: Peugeot 308 voorzien van kenteken: [kenteken] . [40]
Ik zag dat het voertuig sinds 06 oktober 2021 op naam staat van [bedrijf 2] , wat gelieerd kan worden aan [verdachte] sr. en jr. Ik heb hierbij gekeken naar de aanwezige chats in het toestel. Ik zag onderstaande gegevens in de telefoon aan die relevant zijn voor het onderzoek:
Gesprek 1:
Op 16 oktober 2021 omstreeks 12:25 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer verdachte] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer medeverdachte 1] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr. Ik zag dat [medeverdachte 1] jr. de Peugeot gaat halen samen met ene [D] .
Gesprek 2:
Op 21 november 2021 omstreeks 20:45 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer verdachte] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer medeverdachte 1] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr. Ik zag dat [medeverdachte 1] aan [verdachte] Vraagt of de waterpomp van de Peugeot gemaakt kan worden. [41]
Gesprek 3:
Op 29 januari 2022 omstreeks 11:30 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer verdachte] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer medeverdachte 1] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr. Ik zag [medeverdachte 1] aan [verdachte] vraagt of zijn Peugeot die dag gemaakt kan worden. [verdachte] antwoord hier op dat dat maandag gaat gebeuren.
Gesprek 4:
Op 11 februari 2022 omstreeks 16:10 uur vond onderstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer verdachte] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer medeverdachte 1] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr.
Ik zag [medeverdachte 1] opmerkt dat de sleutel van de Peugeot in de zak van [verdachte] zit.. [42]
De verklaring van verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 24 november 2025
Ik was dagelijks in het pand aan de [adres] te [plaats] aanwezig. Ik was daar om mijn zoon te helpen. De Peugeot met kenteken [kenteken] heb ik gekocht voor de zaak.
Over het pokeren
Ik ken [A] al heel lang. Hij wilde iets organiseren. De in het pand aangetroffen pokertafel heb ik destijds samen met [A] naar boven getild en in de ruimte gezet.
Pv bevindingen – beoordeling overtreding Wet op de kansspelen
Op 20 april 2022 omstreeks 21: 35 uur hebben wij ondersteuning verleend aan de politie Midden Nederland bij een strafrechtelijk onderzoek op het adres [adres] , [plaats] . Doel van dit proces-verbaal is om op te beoordelen of er ter plaatse sprake is van overtreding van de Wet op de kansspelen (Hierna: Wok).
4 Onderzoek
Na binnenkomst zag ik dat er achter in het pand een trap naar boven gesitueerd was. Middels deze trap betrad ik de hoger gelegen ruimtes. Het bovengedeelte bestond uit drie verschillende ruimtes. Ik betrad de eerste ruimte (hierna: ruimte 1). Ik zag dat er in deze ruimte aan de linkerzijde na binnenkomst een zogenaamde pokertafel stond en dat er tegenover de ingang een bar was gesitueerd. Ik zag dat er één man aan de pokertafel zat en dat er twee mannen aan de bar en nog eens twee mannen op een stoel, aan de linkerzijde vanaf de ingang naast de bar zaten. Tevens zag ik dat er één vrouw achter de bar stond. Aan de linkerzijde achter de bar was een doorgang naar een tweede ruimte (hierna: ruimte 2) welke was ingericht als kantoor. Ik zag na binnenkomst van ruimte 2, dat er aan de rechterzijde een bureau met daarop een computerscherm stond en aan de linkerzijde zag ik een bank tegen de wand staan. Op een stoel achter het bureau zat een vrouw en op de bank aan de linkerzijde zaten twee mannen. Aan de rechter achterzijde van ruimte 2 was een doorgang naar een halletje waar een trap naar beneden was gesitueerd. In het halletje tegenover ruimte 2 was een doorgang naar een derde ruimte (hierna: ruimte 3) die werd gebruikt als opslag.
Ruimte 1
Wij verbalisanten hebben ons onderzoek gericht op ruimte 1 alwaar de pokertafel stond. [43]
Wij zagen dat:
  • er op de tafel negen genummerde spelersplaatsen waren;
  • er aan deze tafel kennelijk een spel met kaarten werd gespeeld:
  • bij drie spelersplaatsen twee speelkaarten gesloten lagen, deze kaarten waren op dat moment niet zichtbaar voor de andere spelers;
  • er in de tafel een zogenaamde fichebak met daarin verschillende kleuren fiches en een tweetal doosjes van kaartendecks lagen;
  • één van de doosjes van kaartendecks leeg was;
  • er meerdere gesloten speelkaarten in het midden van de tafel lagen;
  • er tussen spelersplaats 1 en 2 twee notitieblokjes lagen.
  • op de tafel een zogenaamde dealer button lag. Een dealer button geeft de plaats van de dealer aan bij een roulerende dealer of de positie van de small blind (links naast de dealerbutton) en de big blind (links naast de spelersplaats met de small blind) bij een vaste dealer. De small en de big blind zijn verplichte inzetten bij poker.
4.2
Ruimte 2
In ruimte 2 hebben wij op een kabelgoot tegen de wand een whiteboard aangetroffen. Op dit whiteboard stond de volgende tekst:
"Elke woensdag Satellite toernooi €10,= Tot max 10.00 uur!!!"
Een satellite toernooi is een toernooi waarmee je je kan plaatsen voor een toernooi met een
grotere buy-in.
5 Beoordeling poker
Het is ons ambtshalve bekend dat de wijze waarop de in paragraaf 4 beschreven kaarten, fiches en dealerbutton op de aangetroffen pokertafel lagen, overeenkomt met de wijze waarop het spel poker wordt gespeeld. Aan de hand van de wijze waarop de hiervoor beschreven fiches op de rand van het spelersvlak bij de spelersplaatsen waren geplaatst, maken wij op dat er kort voor ons moment van binnentreden nog acht spelers aan het pokerspel deelnamen en dat er sprake was van een vaste dealer die achter de fichebak zat.
Door de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit is op basis van artikel 27 h van de Wok en het besluit casinospelen 1996 uitsluitend een vergunning voor het aanbieden van casinospelen (waaronder poker) verleend aan Holland Casino. De in dit verslag beschreven locatie is geen vestiging van Holland Casino.. [45]
Pv bevindingen – onderzoek Samsung S9
Op woensdag 20 april 2022 werden tijdens een doorzoeking op de [adres] te [plaats] drie mobiele telefoons in beslag genomen. Op de eerste etage werd in het kantoorgedeelte op het bureau een Samsung Galaxy S9 aangetroffen en in beslag genomen.
Onderzoek:
Ik zag onderstaande gegevens in de telefoon staan die relevant zijn voor het onderzoek:
Gesprek 1:
Op 15 september 2021 omstreeks 22:15 uur vond bovenstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] . [46]
15 september 2021 was op een woensdag. Ik zag dat het gesprek gaat over het gokken op die avond, hoeveel personen er nog aanwezig zijn en dat er achter wordt gegokt. Ik zag het volgende gesprek:
- [verdachte] : Nou hoe loop die
- [medeverdachte 1] : achter ben gestopt
- [verdachte] : Is iedereen klaar
- [medeverdachte 1] : nee 5 man denk [F] zo weg gaat
- [verdachte] : Klote tafel
- [verdachte] : Brombeer zeker al weg (zo werd een van de aangetroffen pokeraars genoemd)
- [medeverdachte 1] : ja allang wij ook nu weg
- [verdachte] : Ok
Gesprek 2:
Op 20 oktober 2021 omstreeks 20:30 uur vond bovenstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer verdachte] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer medeverdachte 1] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr.
20 oktober 2021 was op een woensdag. Ik zag dat het gesprek gaat over gokken op die avond, ik zag dat er 'iets' onder tafel aangepakt moet worden. [47]
Gesprek 3:
Op 27 januari 2022 omstreeks 17:45 uur vond bovenstaand whatsappgesprek plaats tussen het nummer [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer medeverdachte 1] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer verdachte] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] sr, het nummer eindigend op [telefoonnummer medeverdachte 1] blijkt uit onderzoek in gebruik te zijn bij [verdachte] jr.
27januari 2022 was op een donderdag. Er wordt echter gesproken over 'gister'. 1k zag dat er wordt gesproken over het volgende:
- Ze hebben met twee man gezeten.
- Stond meer dan 120 k op tafel.
- Gisteren liep het uit de hand. [48]
Pv verhoor verdachte [medeverdachte 3]
Op 21 april 2022 verhoorde ik op de locatie [adres] , [plaats] de verdachte:
Achternaam : [medeverdachte 3]
Voornamen : [voornamen]
Geboren : [1958]
Je bent aangehouden, omdat jij bent aangetroffen als deelnemer aan een verboden kansspel. [49]
V: Wat voor soort kansspelen doe je?
A: Alleen pokeren.
V: Waar doe je dat?
A: Alleen op deze locatie. [50]
(de rechtbank begrijpt aan de [adres] te [plaats] )
V: Hoe ben je te weten gekomen dat er op deze avond op de [adres] in [plaats]
een kansspel werd georganiseerd?
A: Dat is elke woensdag.
V: Wat voor soort pokerspel/toernooi betrof het? (Rebuy, Freeze Out, Semi Freeze Out)
A: Vaak een rebuy
V: Wat zijn de kosten voor een re-buy?
A: Als je een toernooi van 50 doet, dan verdubbel je.
V: Hoeveel re-buys mogen er bij dit spel/toernooi worden gedaan?
A: 1
V: Is er bij de cashgames sprake van een fee of vergoeding voor de organisatie?
A: Ja., 20% of 25% van de inzet. We krijgen ook eten en drinken van de organisatie.
V: Op welke wijze kan er bij de cashgames worden ingezet? (Bijv. met geld, waardefiches, puntenfiches, etc.)
A: Waardefiches [51]
V: Heeft de organisator een goede reputatie in de pokerwereld?
A: hij doet het netjes maar in de pokerwereld weet ik niet. Hij pokert wel graag. [A] is de organisator. De garage is van [verdachte] . [verdachte] doet ook vaak mee maar [A] huurt de ruimte van [verdachte] . De jonge [medeverdachte 1] , zoon van de oude [verdachte] doet nooit mee.
V: Wie organiseerde deze bijeenkomst (/toernooi)?
A: [A]
V: Wordt er met een vaste dealer gespeeld?
A: Ja.
A: Indische meisje. [E] . [52]
Pv verhoor verdachte [medeverdachte 4]
Op 21 april 2022 verhoorden wij op de locatie [adres] , [plaats] de verdachte:
Achternaam : [medeverdachte 4]
Voornamen : [voornamen]
Geboren : [1976]
Je bent aangehouden, omdat jij bent aangetroffen als deelnemer aan een verboden kansspel. [53]
V: Waar doe je dat?
A: In het casino in Utrecht of bij [verdachte] in de Garage.
V: Hoe vaak spelen ze daar ongeveer?
A: Volgens mij 1 keer in de week dacht ik.
V: Met wie doe je dat?
A: Er zijn bijna altijd dezelfde mensen.
V: Ken je die mensen bij naam?
A: Ja [F] , [verdachte] , [G] een Chinese jongen, [E] de dealster, [H] , [A] en een
andere man van wie ik de naam niet weet.
V: Welk kansspel speelde je daar?
A: Poker, Texas Hold'em
V: Betrof dit een cash game of een soort toernooi?
A: Ja een cash game
V: Moest je je inkopen?
A: Ja
V: Voor wat voor bedrag? [54]
A: 50 100 net wat je wilt.
V: Hoe en aan wie moet deze entry-fee betaald worden?
A: Aan [A] , Cash of voor sommige jongens schrijft hij het ook op.
V: Op welke wijze kan er bij de cashgames worden ingezet? (Bijv. met geld,
waardfiches, puntenfiches, etc.)
A: Met Fiches, de Fiches vertegenwoordigen een waarde het staat op de fiche wat de
waarde is. 100 is het maximale wat er op staat, die vertegenwoordigd dan 100 euro.
V: Wie organiseerde deze bijeenkomst (/toernooi)?
A: [A]
V: Wordt er met een vaste dealer gespeeld?
A: Ja, die jonge dame [E] . Die is er meestal. [55]
Bewijsmiddelen [56] parketnummer 16/200441-22
De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 24 november 2025
Het klopt dat er 1.480 gram aan henneptoppen op 23 mei 2017 in mijn woning aan de [adres] in [woonplaats] lagen.
[adres] te [plaats]
Pv doorzoeking ter inbeslagneming
Op 23 mei 2017 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in een bedrijfspand, gelegen aan de [adres] , [plaats] . Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
- Eén kartonnen doos met daarin een plastic zak met (vermoedelijk) gedroogde henneptoppen. Deze werd aangetroffen in de personenauto met het kenteken [kenteken] . De personenauto stond in de loods met andere personenauto's. [57]
Kennisgeving van inbeslagneming
Inbeslagname
Plaats [plaats]
Adres [adres]
Datum 23-05-2017
Reden Tijdens de doorzoeking aan de [adres] te [plaats] Vermoedelijk soft(drugs) (henneptoppen) aangetroffen in een personenauto met kenteken [kenteken]
Beslagene [verdachte] , geboren op [1964] te [geboorteplaats] .
Omschrijving in beslag genomen goed
IBC-code/Voorwerpnummer POS055.02.01.001 / MDRAA17006_394521 [58]
Pv verstrekking gevorderde gegevens
Op 7 april 2017 heeft de officier van justitie […] , op grond van art. 126nd lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, van een derde, te weten Belastingdienst (iCOV), gevorderd dat deze gegevens verstrekt omtrent een persoon. Door de bovengenoemde derde zijn gegevens verstrekt omtrent inkomensgegevens van [verdachte] en omzetgegevens van zijn eenmanszaak. [59]
12.1
Voertuigen in bezit
Kenteken merk/type ingangsdatum aansprakelijke
[kenteken] BMW 325I U9 17-10-2016 [60]
Pv onderzoek verdovende middelen
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
(...)
Goednummer : PL0900-2017087282-1981563
SIN : AAKV5085NL
Aantal/eenheid : 420 g
inhoud : Plastic zak met groen, gedroogd plantdelen. 340 gram bruto,
Bijzonderheden : Pos055.02.01.001/mdraa17006_394521 1 gesealde z gedr hennep [61] (...)
Softdrugs
Door ons werd het volgende waargenomen en bevonden.
(...)
Betreft onderzoek aan SIN : AAKV5085NL
De genoemde plantdelen, waaraan de hars niet was onttrokken, werden door ons herkend als materiaal van het geslacht Cannabis, beter bekend als hennep.
Netto hoeveelheid: 420 g
Gedroogd: Ja
Getest met: MMC Cannabis [62]
Uitslag test
De test gaf een reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish, vermeld op lijst II van de Opiumwet.
Pv van verhoor getuige
Op 21 juni 2017 verhoorden wij in [plaats] de getuige
Voornamen : [voornamen]
Achternaam : [getuige 1]
Geboortedatum : [1967]
De getuige verklaarde: [63]
V: Wie is de eigenaar van het pand aan de [adres] te [plaats] ?
A: Dat ben ik.
V: Sinds wanneer verhuurt u het pand aan de [adres] te [plaats] ?
A: Sinds twee jaar
V: Sinds wanneer huurt [verdachte] de [adres] te [plaats] ?
A: 24 september 2016
V: Wie was de huurder van het pand aan de [adres] te [plaats] op dinsdag 23 mei 2017?
A: [verdachte]
V: Wie Is de huidige huurder van de [adres] te [plaats] ?
A: [verdachte] . [64]
[adres] te [plaats]
Pv observatie donderdag 20 april 2017
Wij hebben op donderdag 20 april 2017, tussen 16.00 uur en 16.44 uur en tussen 20.00 uur en 22.00 uur geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen, bevindingen gedaan en/of handelingen verricht: [65]
20.48
uur Ik zag dat [verdachte] uit de richting van de woning kwam lopen en als bestuurder in de BMW [kenteken] stapte en wegreed.
20.52
uur Ik zag dat de BMW [kenteken] het pad opreed gelegen tussen de percelen [adres] te [plaats]
21.22
uur Ik zag dat de BMW [kenteken] op het pand stond, gelegen tussen de percelen [adres] te [plaats] . [66]
Pv van doorzoeking ter inbeslagneming
Op 23 mei 2017 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in bedrijfspand, gelegen aan de [adres] te [plaats] . [67]
Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen
Een plastic tas van de Hoogvliet met daarin een bruine vierkante plak, vermoedelijk hasj/henneptoppen. Deze werd gevonden in een roze koffer, in ruimte 07 (drooghok) deze ruimte bevond zich binnen het bedrijfspand aan de [adres] te [plaats] . [68]
Een plastic tas van de Hoogvliet met daarin een vierkante plak, vermoedelijk hasj/henneptoppen. Deze werd tevens gevonden in de roze koffer, in ruimte 07 (drooghok), deze ruimte bevond zich binnen het bedrijfspand aan de [adres] te [plaats] . [69]
Pv bevindingen – onderzoek hennep
Op 23 mei 2017 werd ik verzocht ter plaatse te gaan op de [adres] te [plaats] . Vanuit mijn rol als taakaccenthouder hennep binnen het district Zeist/Bunnik/Leusden/Woudenberg betrad ik
het pand op genoemd adres. Ik zag dat het pand een bedrijfspand was dat ogenschijnlijk leegstond. Ik zag dat het pand een grotere ruimte en diverse kleinere ruimtes bevatte.
Ruimte 2 - bewerkingsruimte
In deze ruimte zag ik de volgende aan hennepgerelateerde goederen staan:
- één gebruikt en zeer vervuild koolstoffilter
- één op het koolstoffilter aangesloten lucht aan-/afzuigsysteem
- één weegschaal met hennepresten
- diverse knipschaartjes in - vermoedelijk - slaolie
- één zak met hennepgruis/ -afval
- diverse luchtverversers
Ik zag dat de ruimte een bureau bevatte waarop onder andere de weegschaal en de knipschaartjes stonden. Ik vermoedde dat in deze ruimte een bewerking van onderdelen van hennepplanten plaats vond en dat deze bewerkingen al geruime tijd plaatsvonden. Ik vermoedde dit omdat ik zag dat het koolstoffilter zeer vervuild was en er een dikke laag met hennepresten op de wieltjes van de in de kamer geplaatste bureaustoel zat.
Ik zag op de grond in deze ruimte een kartonnen doos staan. Ik bekeek deze doos en zag aan de onderzijde een label geplakt zitten. Ik zag op dit label onder andere de tekst " [B] [adres] [plaats] " staan.
Ruimte 3 - opslagruimte A
In deze ruimte zag ik de volgende aan hennepgerelateerde goederen staan:
- 51 droognetten met hierop hennepresten
- diverse sealbags
- zeef met hierop hennepresten
- blauwe ton met daarin hennepresten [70]
Ruimte 4 - opslagruimte B
In deze ruimte zag ik de volgende aan hennepgerelateerde goederen staan:
- 6 transformatoren
- één vacuümpers
- 9 niet aangesloten assimilatielampen
Ruimte 5 - opslagruimte C
In deze ruimte zag ik de volgende aan hennepgerelateerde goederen staan:
- één cannacutter
Ruimte 6 - opslagruimte D
In deze ruimte zag ik de volgende aan hennepgerelateerde goederen staan:
- één vacuümpers
- 16 transformatoren
- 20 armaturen
- 4 lucht aan-/afzuiginstallaties
- meerdere elektriciteitssnoeren
- één schakelbord
- één snelheidsregelaar
- meerdere afzuigslangen en koppelstukken
- één koolstoffilter
- één dompelpomp
- meerdere tuinslangen
- één verwarmingselement
- meerdere rollen vijverfolie
- twee flacons groeimiddelen
- één watervat
- één weegschaal
- één zeef
- diverse potten met potgrondresten
Ik zag dat een gedeelte van de armaturen een laag stof bevatte en dat een ander gedeelte nog nieuw in verpakking zat. Ik zag dat de vier lucht aan-/afzuiginstallaties omwikkeld waren in verpakkingsmateriaal. Ik zag alle aangetroffen transformatoren gebruikte transformatoren waren. Ik zag dat het schakelbord en de snelheidsregelaar gebruikt waren. Ik zag hennepresten in de aangetroffen zeef. Gelet op bovenstaande bevindingen vermoedde ik dat een gedeelte van de aangetroffen goederen gebruikt zijn geweest bij eerdere hennepkwekerijen.
Vaststelling hennep
Ik herkende de aangetroffen hennepresten op de genoemde goederen als zodanig vanwege mijn kennis en ervaring, opgedaan bij de ontmanteling van eerder aangetroffen hennepkwekerijen. Ik testte tevens een monster van de aangetroffen hennepresten met de daartoe bestemde henneptest voorzien van batchnummer 132051 011. De test gaf een positieve uitslag, indicatief voor de aanwezigheid van THC in het geteste monster. [71]
Pv onderzoek verdovende middelen
Op 21 juni 2017 werd door de Forensische Opsporing een onderzoek ingesteld in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. Het onderzoek vond plaats aan een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen die aan ons ter beschikking werd gesteld door Sporenbeheer van de Forensische Opsporing. Deze partij was inbeslaggenomen tijdens een onderzoek ingevolge de Opiumwet op het adres [adres] , [plaats] .
Goednummer : PL0900-2017087282-1969533
SIN : AAJY2602NL
Inhoud : totaal 929 gram hennep
Bijzonderheden : bruine plak
Goednummer : PL0900-2017087282-1969541
SIN : AAJY2601NL [72] Inhoud : Totaal 1515 gram Hash
Bijzonderheden : 2 plakken/ 1 plak rood ingepakt/ 1 plak zwart verpakt.
Betreft onderzoek aan SIN : AAJY2602NL
De test gaf een reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish, vermeld op lijst II van de Opiumwet.
Betreft onderzoek aan SIN : AAJY2601NL
De test gaf een reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish, vermeld op lijst II van de Opiumwet. [73]
Pv van verhoor getuige
Op 14 juni 2017 verhoorde ik de getuige
Voornamen : [voornamen]
Achternaam : [getuige 2]
Geboortedatum : [1961]
De getuige verklaarde: [74]
V: Wat zijn de activiteiten van uw bedrijf?
A: Ik verhuur panden.
V: Bent u de eigenaar van het pand aan de [adres] te [plaats] ?
A: Ja.
V: Even voor de duidelijkheid. U heeft het pand in januari 2014 verhuurd aan [verdachte] ? [75] A: Ja, en in december 2016 is hij eruit gegaan en vertrokken naar [plaats] , maar omdat hij te laat was met het opzeggen van de huur is de huur nog een jaar door gelopen.
V: Aan wie verhuurde u het pand aan de [adres] te [plaats] op dinsdag 23 mei 2017?
A: Ja, dat kun je ook op de afschriften zien. Hij heeft voor de maand juni nog niet betaald. De huur moet altijd via internetbankieren worden betaald.
V: Is deze persoon nog steeds huurder van de [adres] te [plaats] ?
A: Ja, tot het eind van het jaar. [76]
Verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris op 18 januari 2024Er zijn in de loods spullen voor een hennepkwekerij aangetroffen.Ik heb die wel eens zien staan in een ander deel van de schuur, naast het kantoor.
Waren die spullen van u?Nee, [verdachte] had gezegd dat iemand die even mocht stallen.
Lagen de spullen voor de hennepkwekerij in één van de twee hokken die u huurde?Nee, ergens anders. Ik weet zeker dat de spullen niet van [verdachte] waren. Hij zei ook dat hij gezeik had gekregen doordat hij anderen had geholpen.
U heeft bij de politie gezegd dat u iemand heeft geholpen met de spullen voor de hennepkwekerij.Het was ‘s avonds. [verdachte] was er niet, hij belde mij of ik kon helpen om de deur open te doen en de spullen binnen te zetten. Hij kende de jongen zelf ook niet. De volgende ochtend zag hij pas wat er allemaal stond. Hij was er doodziek van. [77]

Voetnoten

1.Vanwege de omvang van het dossier zijn de bewijsmiddelen ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis opgenomen in bijlage II, die aan dit vonnis is gehecht. De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben.
2.Vanwege de omvang van het dossier zijn de bewijsmiddelen ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis opgenomen in bijlage II, die aan dit vonnis is gehecht. De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben.
4.Pagina 38.
5.Pagina 44.
6.Pagina 43.
7.Pagina 59.
8.Pagina 61.
9.Pagina 107.
10.Pagina 108.
11.Pagina 109.
12.Pagina 450.
13.Pagina 110.
14.Pagina 111.
15.Pagina 131.
16.Pagina 132.
17.Pagina 133.
18.Pagina 134.
19.Pagina 158.
20.Pagina 160.
21.Pagina 148.
22.Pagina 149.
23.Pagina 150.
24.Pagina 165.
25.Pagina 166.
26.Pagina 167.
27.Pagina 168.
28.Pagina 67.
29.Pagina 68.
30.Pagina 80.
31.Pagina 81.
32.Pagina 82.
33.Pagina 83.
34.Pagina 84.
35.Pagina 85.
36.Pagina 290.
37.Pagina 291.
38.Pagina 292.
39.Pagina 245.
40.Pagina 287.
41.Pagina 288.
42.Pagina 289.
43.Pagina 342.
44.Pagina 343.
45.Pagina 345.
46.Pagina 301.
47.Pagina 302.
48.Pagina 303.
49.Pagina 200.
50.Pagina 202.
51.Pagina 203.
52.Pagina 204.
53.Pagina 206.
54.Pagina 209.
55.Pagina 210.
57.Pagina 141.
58.Pagina 1055.
59.Pagina 1356.
60.Pagina 1365.
61.Pagina 617.
62.Pagina 619.
63.Pagina 402.
64.Pagina 403.
65.Pagina 613.
66.Pagina 614.
67.Pagina 181.
68.Pagina 182.
69.Pagina 183.
70.Pagina 188.
71.Pagina 189.
72.Pagina 197.
73.Pagina 198.
74.Pagina 383.
75.Pagina 384.
76.Pagina 385.
77.Losbladig, blad 4.