Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De belangrijke feiten
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 23 december 2025 een eindbeschikking gedaan met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van een minderjarige, geboren in 2012. De vader, geregistreerd in België, had de rechtbank gevraagd om de hoofdverblijfplaats van zijn dochter bij hem vast te stellen. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat de vader niet met de dochter is terugverhuisd naar Nederland en heeft daarom de hoofdverblijfplaats van de minderjarige met ingang van 1 januari 2026 bij de moeder vastgesteld. De rechtbank heeft eerder in deze zaak tussenbeschikkingen gegeven op 17 oktober en 21 november 2025, maar de vader heeft nagelaten om de gevraagde bewijsstukken van terugverhuizing over te leggen. De rechtbank heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de minderjarige direct duidelijkheid heeft over haar woonplaats. De vader's verzoek om de hoofdverblijfplaats bij hem in België vast te stellen is afgewezen, en de rechtbank heeft benadrukt dat het in het belang van de minderjarige is dat er snel duidelijkheid komt over haar woonsituatie. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.