Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De belangrijke feiten
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak gaat het om de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van een minderjarige geboren in 2012. De vader had verzocht om de hoofdverblijfplaats bij hem in België vast te stellen, maar heeft nagelaten bewijs te leveren van terugverhuizing met de dochter. De moeder verzocht voorwaardelijk om vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar.
De rechtbank heeft eerder tussenbeschikkingen gegeven en de beslissing aangehouden in afwachting van nadere informatie van de vader. Na het uitblijven van deze informatie concludeert de rechtbank dat de vader niet met de minderjarige is terugverhuisd naar België. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de vader af en stelt de hoofdverblijfplaats met ingang van 1 januari 2026 vast bij de moeder.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. Dit is in het belang van de minderjarige, die al lange tijd in onzekerheid verkeert over haar woonplaats en school. De beslissing is genomen door drie kinderrechters en is in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij de moeder met ingang van 1 januari 2026.