Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met eis in reconventie van [gedaagde] met producties;
- de aanvullende producties van [eiseres] ;
- de pleitnota van [eiseres] ; en
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
Werknemer was van 2009 tot 1 september 2024 in dienst bij werkgever als veiligheidsfunctionaris met een concurrentiebeding dat hem verbood om binnen 12 maanden na einde dienstverband voor een concurrent te werken. Op 1 september 2024 trad werknemer in dienst bij een concurrent, waarna werkgever vorderde dat hij zijn werkzaamheden staakt. Werknemer vorderde schorsing van het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding geldig was, maar dat werknemer waarschijnlijk onbillijk werd benadeeld, zodat het concurrentiebeding in een bodemprocedure vernietigd zal worden. Vooruitlopend daarop werd het concurrentiebeding geschorst, waardoor werknemer zijn werkzaamheden bij de concurrent mocht voortzetten.
De werkgever had onvoldoende belang bij handhaving omdat werknemer geen kennis had van bedrijfsgevoelige informatie die het bedrijfsdebiet aantastte. Ook was niet aannemelijk dat klanten zouden overstappen vanwege werknemer. Werknemer had een zwaarwegend belang bij voortzetting van zijn werkzaamheden, mede vanwege zijn leeftijd en beperkte kansen op de arbeidsmarkt. De vordering tot betaling van een voorschot op boete werd afgewezen. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst zodat werknemer zijn werkzaamheden bij de concurrent mag voortzetten.