ECLI:NL:RBMNE:2025:793
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij voortzetting ZW-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering van een werknemer ongewijzigd voort te zetten. Na een Eerstejaars Ziektewet beoordeling werd vastgesteld dat de werknemer niet kan werken, waarop het primaire besluit van 30 oktober 2023 de voortzetting van de uitkering bevestigde. Eiseres maakte bezwaar, dat op 29 mei 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en sloot het onderzoek zonder zitting. De kernvraag was of eiseres procesbelang had bij haar beroep. Volgens recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep levert het enkel niet toekennen van een vergoeding van bezwaarkosten geen zelfstandig procesbelang op, tenzij het bestuursorgaan het besluit in bezwaar herroept zonder vergoeding toe te kennen of de hoogte van de vergoeding in geschil is.
Eiseres stelde dat haar bezwaar ten onrechte ongegrond was verklaard en dat het primaire besluit had moeten worden herroepen vanwege gewijzigde omstandigheden bij de werknemer. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres feitelijk alleen belang had bij vergoeding van haar proceskosten, terwijl zij inhoudelijk instemde met het UWV. Het primaire besluit was niet herroepen en er was geen geschil over een vergoeding. Daarom ontbrak procesbelang.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk op de zaak in. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Wolbrink op 14 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.