Eiseres diende bezwaar in tegen een besluit van 9 april 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) met betrekking tot de WIA. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat door verweerder zelf is erkend. Eiseres stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen twee weken na ontvangst van een ingebrekestelling moet beslissen, maar gezien de omstandigheden (tekort aan verzekeringsartsen) wordt een termijn van twee maanden passend geacht. Verweerder wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst ook proceskosten toe aan eiseres, inclusief het griffierecht, omdat het beroep gegrond is verklaard. De hogere dwangsomverzoek van eiseres wordt afgewezen.