Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 6 februari 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar had beslist. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn en gaf aan dat een tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen twee maanden na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens werd een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Het beroep werd kennelijk gegrond verklaard.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 54,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De rechtbank zag geen aanleiding voor een hogere dwangsom en bepaalde dat partijen niet werden uitgenodigd voor een zitting.