ECLI:NL:RBMNE:2026:2176

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
UTR 24/7518
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.A.J. Woutersen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 WpgArt. 25 WpgArt. 8 EVRMArt. 18 WpgArt. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen inzage in politiepersoonsgegevens met zwartgelakte passages

Eisers hebben een verzoek ingediend bij de korpschef van politie om inzage te krijgen in hun persoonsgegevens die door de politie zijn verwerkt, mede vanwege hun aanmelding in 2019 voor de Persoonsgerichte aanpak (PGA). De korpschef heeft inzage gegeven, waarbij sommige passages zwartgelakt zijn omdat deze herleidbaar zijn tot derden. Eisers betwisten de volledigheid van de inzage en de rechtmatigheid van het zwartlakken.

De rechtbank heeft onderzocht of de korpschef een volledige zoekslag heeft gedaan en of de zwartgelakte passages terecht zijn afgeschermd. De korpschef heeft uitgebreid gezocht in diverse politiedatabases en systemen, conform interne richtlijnen, en ook aanvullende inzage verleend na aanvullend besluit. Eisers konden niet aannemelijk maken dat er meer documenten zijn dan die zijn verstrekt. Het systeem Merlin CrisisSuite behoorde niet tot het beheer van de korpschef en behoorde niet tot de zoekslag.

De rechtbank heeft de zwartgelakte passages vergeleken met de ongelakte versies en geoordeeld dat deze terecht zijn afgeschermd op grond van artikel 27 Wpg Pro, omdat deze gegevens de persoonlijke levenssfeer van derden raken. Het inzagerecht is geen absoluut recht en kan worden beperkt ter bescherming van derden. Eisers hebben ook geen recht op schadevergoeding omdat er geen onrechtmatig besluit is genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de korpschef om inzage te geven met zwartgelakte passages wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7518

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers

(gemachtigde: mr. A.C.Z. van Bijsterveld)
en

De korpschef van politie, namens deze, de politiechef van Midden-Nederland

(gemachtigde: mr. P.M.L. van der Schot-Schröder).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eisers aan de korpschef om inzage te krijgen in hun persoonsgegevens die door de politie zijn verwerkt. De korpschef heeft eisers die inzage gegeven. Daarbij zijn een aantal gegevens zwartgelakt omdat dit gegevens van derden betreffen. Eisers zijn het niet eens met de inzage die zij hebben gekregen. Eisers menen dat er meer documenten moeten zijn waarin ze inzage moeten krijgen en dat de politie in meer systemen had moeten zoeken. Daarnaast vinden eisers het onterecht dat er hele documenten zijn zwartgelakt. De rechtbank zal de vraag beantwoorden of de korpschef volledige inzage in de persoonsgegevens van eisers heeft gegeven en of de zwartgelakte passages terecht zijn zwartgelakt omdat dit gegevens van derden betreffen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef volledige inzage heeft gegeven in de door de politie verwerkte persoonsgegevens van eisers en dat in de documenten terecht passages zijn zwartgelakt omdat deze passages gegevens van derden betreffen
.Eisers krijgen geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben een verzoek gedaan bij de korpschef om inzage in hun door de politie verwerkte persoonsgegevens.
2.1.
De korpschef heeft eisers vervolgens inzage gegeven, waarbij in verschillende mutaties passages zijn zwartgelakt omdat het gegevens van derden betreffen (het bestreden besluit).
2.2.
Eisers hebben rechtstreeks beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
Naar aanleiding van het rechtstreekse beroep heeft de korpschef een aanvullend besluit genomen waarin alsnog inzage werd aangeboden in ontbrekende stukken waar eisers ook recht op inzage in hadden. Eisers hebben daarvan gebruik gemaakt en aanvullende inzage gehad.
2.4.
Eisers handhaven naar aanleiding van dat aanvullende besluit hun rechtstreekse beroep. De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de korpschef.
2.6.
De rechtbank heeft de behandeling op zitting geschorst om de korpschef in de gelegenheid te stellen om de ongelakte mutaties over te leggen [1] , zodat de rechtbank kan beoordelen of inzage in de zwartgelakte passages terecht is geweigerd. Eisers hebben de rechtbank toestemming gegeven om kennis te nemen van die ongelakte mutaties.
2.7.
De korpschef heeft de ongelakte mutaties op 16 januari 2026 aangeleverd. De rechtbank heeft daarna op 26 februari 2026 de korpschef verzocht om nog een ongelakte mutatie te overleggen. Dit gaat over de mutatie met nummer [nummer] . Van deze mutatie heeft de rechtbank twee zwartgelakte versies ontvangen, een met opmaakdatum 6 oktober 2018 en een met opmaakdatum 10 april 2019. De rechtbank heeft echter alleen de ongelakte mutatie met opmaakdatum 10 april 2019 ontvangen. De rechtbank heeft de korpschef daarom verzocht om de ongelakte mutatie met opmaakdatum 6 oktober 2018. Op 23 maart 2026 heeft de korpschef gereageerd dat hij alleen de ongelakte mutatie van 10 april 2019 heeft.
2.8.
Partijen hebben niet aangegeven nog behoefte te hebben aan een tweede zitting. De rechtbank sluit daarom het onderzoek.

Achtergrond van de zaak

3. Eisers hebben zowel in hun schriftelijke stukken als op de zitting aangegeven dat zij graag inzage willen in hun door de politie verwerkte persoonsgegevens omdat zij in 2019 door de gemeente zijn aangemeld voor een Persoonsgerichte aanpak (PGA). Eisers willen graag weten waarom zij daarvoor door de gemeente zijn aangemeld en hebben daarom eerder ook een inzageverzoek in hun persoonsgegevens bij de gemeente gedaan. In die procedure heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) uitspraak gedaan en geoordeeld dat de verwerking van eisers persoonsgegevens in het kader van de aanmelding van de gemeente voor de PGA rechtmatig was. [2] Dat betekent ook dat die vraag in deze zaak niet ter discussie staat.
3.1.
Eisers hebben het vermoeden dat de PGA is gestart op basis van stukken die de politie naar de gemeente heeft gestuurd. De rechtbank stelt vast dat uit de uitspraak van de Afdeling [3] blijkt dat de gemeente in samenspraak met de politie de PGA is gestart. Omdat eisers op de zitting hebben aangegeven nog steeds niet te weten waarom de PGA voor hun is gestart, willen zij inzage in hun, door de politie verwerkte, persoonsgegevens. Dat zal de rechtbank hierna behandelen.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft de korpschef volledige inzage gegeven?
4. Eisers stellen dat de korpschef geen volledige inzage heeft gegeven in hun, door de politie verwerkte, persoonsgegevens. Volgens eisers moeten er meer documenten zijn dan waar zij bij de twee inzagemomenten inzage in hebben gekregen. Eisers vermoeden vooral dat er documenten moeten zijn vanuit de politie over waarom zij voor de PGA zijn aangemeld. Ook hebben eisers alleen maar inzage gekregen in e-mails van 2023 tot en met 2025, maar eisers zijn juist ook op zoek naar e-mails vanaf 2018 omdat eisers in 2019 zijn aangemeld voor de PGA. Eisers trekken dus de zoekslag van de korpschef in twijfel. Daarnaast vinden eisers dat de korpschef ook in het zogeheten ‘Merlin CrisisSuite’ systeem had moeten zoeken.
4.1.
De korpschef stelt kort gezegd dat zijn zoekslag wel volledig is geweest en eisers inzage hebben gekregen in al hun, door de politie verwerkte, persoonsgegevens.
4.2.
De rechtbank oordeelt dat de zoekslag van de korpschef voldoende is geweest en dat eisers inzage hebben gekregen in alle documenten waarin hun persoonsgegevens door de politie zijn verwerkt. Voor dat oordeel is het volgende van belang.
4.3.
Eisers doen een verzoek tot inzage op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). In dat soort zaken geldt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer bij hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt, is om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, dat document toch onder het bestuursorgaan berust. [4]
4.4.
De korpschef heeft in dat kader toegelicht hoe en in welke systemen hij naar eisers persoonsgegevens heeft gezocht. De korpschef heeft gezocht conform de interne (en landelijke) werkinstructie ‘Handleiding Rechten van Betrokkene’. Hierin staat stapsgewijs beschreven welke handelingen moeten worden verricht vanaf de indiening van een verzoek tot en met het afsluiten van het dossier. In de zoekslagen naar de persoonsgegevens van eisers zijn (in ieder geval) de navolgende systemen bevraagd: BVI-IB (EUC, NL-SIS-I I, SLTD, SMV, BEST-MTRGL, BLUESPOT, DRONES, GM, NDS, OPPEnS, PSHV, SKDB, VERONA), DIAS (was LU RIS), BVH, BlueSpot Monitor, Landelijke Service Module, Summ-IT en Blueview. De korpschef heeft naast de bovengenoemde zoekslag ook betrokken politiemedewerkers (zoals een zogeheten poortwachter die toegang heeft tot verwijderde gegevens) en de teamchef van het wijkteam waar eisers wonen, benaderd. De desbetreffende teamchef heeft ook nog binnen de politieorganisatie gezocht naar stukken en vragen uitgezet. Daarnaast heeft de korpschef tijdens de zitting toegelicht dat er nog een extra zoekslag heeft plaatsgevonden naar e-mails ouder dan 2023 waarbij ook een privacy expert is geraadpleegd. Uit die zoekslag is gebleken dat er geen mails meer te vinden zijn van voor 2023 waarin eisers persoonsgegevens zijn verwerkt, behalve mails die eisers zelf naar de politie hebben gestuurd en waar zij dus al zelf inzage in hebben.
4.5.
Op basis van bovengenoemde zoekslag vindt de rechtbank het niet ongeloofwaardig voorkomen dat de korpschef inzage heeft gegeven in alle door de politie verwerkte persoonsgegevens van eisers. De rechtbank volgt de korpschef in zijn standpunt dat er niet meer documenten zijn dan wat er nu naar boven is gekomen. Eisers hebben zowel in hun schriftelijke stukken als tijdens de zitting niet aannemelijk gemaakt dat er meer documenten zijn die niet in deze zoekslag naar boven zijn gekomen en waar eisers persoonsgegevens wel in zijn verwerkt. Eisers hebben dit op de zitting wel een aantal keer gesteld, maar hebben niet concreet aannemelijk gemaakt om welke documenten het dan gaat en waarom die documenten er wel zouden moeten zijn.
4.6.
Verder kon de korpschef ook niet zoeken in het systeem Merlin CrisisSuite omdat de korpschef heeft toegelicht dat hij dat systeem niet beheert en dus ook geen verwerkingsverantwoordelijke is voor dat systeem. De korpschef hoefde daarin dus niet te zoeken. [5] Eisers hebben daarbij niet betwist dat Merlin CrisisSuite geen politiesysteem is.
4.7.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Zijn de passages in de mutaties terecht zwartgelakt?
5. Eisers stellen verder dat er bij de inzagemomenten vier mutaties zaten die volledig waren zwartgelakt. [6] Eisers zijn het daar niet mee eens en vinden dat hierdoor de inzage niet volledig is geweest. Tijdens de zitting hebben eisers voor het eerst gesteld dat er meer mutaties volledig zijn zwartgelakt.
5.1.
De korpschef stelt dat de passages in de vier mutaties en ook in de overige mutaties in het inzagedossier allemaal terecht zijn zwartgelakt omdat deze passages herleidbaar zijn tot derden. De grondslag voor het lakken van die passages is artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wpg. Inzage in deze passages kan namelijk de persoonlijke levenssfeer van derden raken. Het verstrekken van deze gegevens van derden zou het vertrouwen van de burger in de politie kunnen raken en de bereidheid om in de toekomst een melding of aangifte te doen, kunnen doen afnemen.
5.2.
De rechtbank heeft het ongelakte inzagedossier ontvangen van de korpschef. Daarbij zaten ook de ongelakte versies van de vier volledig zwartgelakte mutaties. De rechtbank heeft de zwartgelakte versies van die mutaties bekeken en vergeleken met de ongelakte versies. Daarnaast heeft de rechtbank ook kennisgenomen van de rest van het inzagedossier en de zwartgelakte versies van de andere mutaties vergeleken met de niet zwartgelakte versies.
5.3.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef inzage in de zwartgelakte passages terecht heeft geweigerd op grond van artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wpg. De gegevens die onder de zwartgelakte passages staan, zijn namelijk allemaal te herleiden tot derden en raken daarmee hun persoonlijke levenssfeer.
5.4.
Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 25 van Pro de Wpg [7] (het inzagerecht) blijkt dat mede met het oog op het recht op eerbiediging van het privéleven uit artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in de Wpg een recht op kennisneming is opgenomen. Het inzagerecht is echter geen absoluut recht. Het recht op inzage ziet op inzage in persoonsgegevens van eisers en niet op die van anderen. [8]
5.5.
Omdat het inzagerecht dus geen absoluut recht is, kan inzage dus ook worden geweigerd als dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is, bijvoorbeeld
ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. Daarvan is in dit geval dus sprake. Uit de zwartgelakte passages, ook uit die van de door eisers aangehaalde vier mutaties, is af te leiden om welke derden dit gaat. De rechtbank heeft overigens weliswaar een alinea van een van de vier mutaties niet kunnen controleren omdat die mutatie op een latere datum is aangepast en er alleen een niet zwartgelakte versie van de aangepaste mutatie is zonder die ene alinea (dit betreft de ongelakte mutatie van 10 april 2019 zoals uitgelegd in overweging 2.7). Gelet op de tientallen mutaties die de rechtbank heeft gecontroleerd en waarin telkens de passages terecht zijn zwartgelakt omdat het gegevens van derden betreffen, acht de rechtbank het zeer aannemelijk dat ook in deze ene alinea de passage terecht is zwartgelakt. Overigens heeft de rechtbank wel de andere twee pagina’s van deze mutatie helemaal gecontroleerd en daarin was elke passage terecht zwartgelakt.
5.6.
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat de passages terecht zijn zwartgelakt.
5.7.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Overige beroepsgronden
6. Ten slotte stellen eisers nog dat de korpschef geen hoor en wederhoor heeft toegepast en dat zij schade hebben geleden omdat zij geen volledige inzage hebben gekregen. Die schade bestaat onder meer uit de waardevermindering van hun koopwoning. Tijdens de zitting hebben eisers aangegeven dat ze hun eerdere beroep op artikel 18 van Pro de Wpg laten vallen.
6.1.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef aan zijn wettelijke verplichtingen heeft voldaan en daarnaast verschillende malen contact heeft gezocht met eisers. Daarnaast wijst de rechtbank eisers verzoek om schadevergoeding af omdat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit van de korpschef.
6.2.
Deze beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers volledige inzage hebben gekregen in hun door de korpschef verwerkte persoonsgegevens. Dat betekent ook dat de korpschef terecht de passages in het inzagedossier heeft zwartgelakt en eisers in die passages dus geen inzage krijgen. Omdat het beroep ongegrond is, krijgen eisers het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.J. Woutersen, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Molenaar, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026.
De griffier is verhinderd om
deze uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5497.
3.Uitspraak van de Afdeling van 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5497, r.o. 21.
4.Uitspraak van de Afdeling van 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4945, r.o. 7.1.
5.Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2941, r.o. 5.5.
6.Dat zijn de mutaties met de volgende nummers: PL0900-2018060167-1, PL0900-2018287709-1, PL0900-2019085745-1, PL0900-2020421231-1.
7.Kamerstukken II 2005/06, 30 327, nr. 3, blz. 83.
8.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1735, r.o. 5.1-5.2.