Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft op 21 mei 2025 een verzoek om herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat ook door verweerder is erkend. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 3 december 2025 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiser op 16 februari 2026 beroep instelde.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, acht de rechtbank deze termijn passend. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 54,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiser, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.