ECLI:NL:RBMNE:2026:3014
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Willemse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WIA-uitkering wegens ontbreken nieuw gebleken feiten
Eiseres, die sinds september 2020 ziek is uitgevallen, verzocht het UWV om herziening van het besluit van december 2021 waarbij haar WIA-uitkering werd beëindigd. Het UWV wees dit verzoek in augustus 2025 af, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen het bestreden besluit van januari 2026.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig is verlopen, ondanks het ontbreken van een spreekuurcontact. De beoordeling richtte zich op de vraag of er sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden sinds het eerdere besluit. Hoewel er nieuwe medische inzichten zijn over het postcovidsyndroom, betreffen deze het ziektebeeld in algemene zin en niet de specifieke belastbaarheid van eiseres per datum in geding.
De rechtbank volgt de uitleg van de verzekeringsarts dat deze nieuwe inzichten geen aanleiding geven tot herziening van het besluit. Ook het aangevoerde onzorgvuldigheidsverweer faalt omdat eiseres destijds geen bezwaar heeft gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van het herzieningsverzoek WIA is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.