Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende op 1 maart 2024 een bezwaar in tegen een besluit van 23 januari 2024 bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat door verweerder zelf is erkend. Eiser stelde een ingebrekestelling en vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, wordt een termijn van twee maanden gehanteerd. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €54 en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiser. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Er is geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.