Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 28 mei 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. Verweerder erkende de overschrijding en de rechtbank stelde vast dat de ingebrekestelling op 27 januari 2026 was ontvangen en dat de wettelijke termijn van twee weken was verstreken.
De rechtbank bepaalde dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen, mede gelet op het tekort aan verzekeringsartsen dat verweerder als reden gaf voor de vertraging. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, is een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Het beroep werd kennelijk gegrond verklaard, waardoor eiseres recht heeft op vergoeding van proceskosten van € 467,- en terugbetaling van het griffierecht van € 54,-. De rechtbank vernietigde het niet tijdig genomen besluit en legde de genoemde verplichtingen op aan verweerder.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twee maanden op voor het alsnog nemen van een besluit, met een dwangsom en proceskostenvergoeding.