Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 11 september 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar had beslist. Verweerder erkende de overschrijding en de rechtbank constateerde dat de ingebrekestelling op 9 april 2026 was ontvangen en dat de wettelijke termijn van twee weken was verstreken.
De rechtbank baseert zich op de artikelen 6:2, 6:12, 7:1, 4:17 en 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en stelt vast dat verweerder een dwangsom van € 1.442,- moet betalen voor de overschrijding. Daarnaast moet verweerder binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit nemen, een termijn die de rechtbank passend acht gezien het tekort aan verzekeringsartsen.
Verder bepaalt de rechtbank dat voor elke dag dat verweerder de nieuwe beslistermijn overschrijdt een dwangsom van € 100,- geldt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 54,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet een dwangsom betalen en binnen twee maanden alsnog een besluit nemen.