Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft op 1 juni 2025 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Verweerder, het UWV, heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit verzoek beslist. Eiseres heeft vervolgens een ingebrekestelling gestuurd, waarna het beroep bij de rechtbank is ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 17 februari 2026 heeft ontvangen en sindsdien de wettelijke beslistermijn van twee weken is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Verweerder geeft aan dat een tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakt. De rechtbank overweegt dat in bijzondere gevallen een langere termijn kan worden vastgesteld, maar deze moet niet onnodig lang zijn.
Gezien de omstandigheden stelt de rechtbank een beslistermijn van twee maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.