Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling van 24 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van het geschil
e-mail op zijn beurt op 11 december 2019 door aan [eiseres] en [B] . Er staat dan al een afspraak ingepland bij de notaris op 23 december 2019.
Dit is erg complex en ze vragen dit op heel korte termijn (23 December) te ondertekenen.
Beste [D (voornaam)] en [C (voornaam)] ,
Artikel 1. Koop- verkoop en levering
- [A (voornaam)] aangegeven dat hij zich niet juist behandeld voelt door [gedaagde] sinds 2015.
- [gedaagde] is van mening dat er geen belangenverstrengeling heeft plaatsgehad omdat
- [H (voornaam)] verteld dat de aandeelhoudersovereenkomst destijds door hem opgesteld inderdaad een heel bijzonder stuk is waarin alles 3-dubbel is dichtgetimmerd in opdracht van [C (voornaam)] en [D (voornaam)] , maar met goede intenties.
- [A (voornaam)] vraagt hoe ze hem afgelopen December hebben kunnen adviseren tegen
- per direct een extra fee in 2020 van € 100.000,- toe te kennen;
- per 1 januari 2021 jaarlijks een dividend uit te keren ter hoogte van 8% van het resultaat van het vorige boekjaar;
- de achtergestelde leningen (ieder nog € 350.000,-) uit te betalen in 36 maanden, te beginnen in januari 2021;
- toe te zeggen dat hun agio bij het overlijden van [A] en [B] ineens wordt uitgekeerd aan de erfgenamen.
Koop en verkoop aandelen
4.De beoordeling
- [onderneming 2] heeft [gedaagde] opdracht gegeven tot het opstellen van de overeenkomst waarin de afspraken worden vastgelegd en waarbij [eiseres] ook partij is.
- [gedaagde] heeft in het kader van deze werkzaamheden voor de waardebepaling van de aandelen per 1 januari 2019 valuator [I] van [onderneming 7] uit [plaats 3] aangedragen.
- Zodra [D] de stukken van [gedaagde] doorstuurt aan [eiseres] meldt [A] zich bij [gedaagde] met een verzoek om informatie en zijn vragen te beantwoorden.
- Het was voor [gedaagde] kenbaar dat [eiseres] op [gedaagde] vertrouwde voor informatie. [gedaagde] wist ook dat [eiseres] geen andere adviseur had.
- [gedaagde] wist al geruime tijd sinds 2018 dat er contracten voor de aandelenoverdracht moesten worden opgesteld. Dit heeft uiteindelijk anderhalf jaar geduurd tot december 2019. Ook wist [gedaagde] in 2018 dat [eiseres] en [B] mee moesten doen en zij wist ook dat de contracten voor 1 januari 2020 moesten worden getekend in verband met het fiscale voordeel voor [C] , zoals zij zelf had geadviseerd.
- De druk op [eiseres] om te tekenen kwam vanuit de opdrachtgevers [C] en [D] . Zo heeft [C] op 17 december 2019 in een telefoongesprek bij [A] geverifieerd of hij wel de contracten ging tekenen. Op aangeven van [A] dat hij [gedaagde] vragen heeft gesteld en daarop eerst antwoord wilde voordat hij beslist, heeft [C] laten weten dat als [eiseres] niet tekent, hij alles af zou blazen. [gedaagde] was hiervan op de hoogte vóór het tekenen van de SHA 2019 door [eiseres] op 23 december 2019.
- Uit de antwoorden van [gedaagde] in de mail van 7 februari 2020 blijkt ook van de nadelige gevolgen voor [eiseres] . Zo wijst [gedaagde] erop dat zolang de earn-out-regeling van tien jaar loopt, in combinatie met de omstandigheid dat de leningen van [onderneming 4] niet zijn afbetaald, [onderneming 2] zeggenschap behoudt. Ook geldt in het geval dat [eiseres] stopt de bad leaver-regeling. Dat betekent dat [eiseres] bij haar vertrek haar aandelen moet aanbieden tegen de intrinsieke waarde, verminderd met 50%. De andere aandeelhouders hoeven dan niet te kopen. Ook is in dat geval de achtergestelde lening niet opeisbaar.
- [eiseres] treedt vervolgens in contact met haar compagnons om aanvullende afspraken te maken over haar situatie, waarin zij door de SHA 2019 in is beland te veranderen. [gedaagde] is betrokken. Dat leidt alsnog tot onderhandelingen in oktober 2020 tussen partijen.
ISG/De bank) volgt dat het leerstuk van kansschade ook kan worden toegepast als het van het gedrag van de benadeelde partij afhankelijk is of de kans op een beter resultaat zich zou hebben verwezenlijkt. [13]
€ 191.053,43 toewijsbaar is aan schade.