Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft op 31 oktober 2025 een verzoek ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat onbetwist is en door verweerder zelf is erkend.
Eiser heeft vervolgens een ingebrekestelling gestuurd op 2 april 2026, waarna verweerder nog steeds niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Eiser stelde daarom op 15 mei 2026 beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen twee maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen, mede gelet op het tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een dwangsom van €1.442,- heeft toegekend voor de eerdere overschrijding en legt een nieuwe dwangsom van €100,- per dag op voor de termijn die nu nog wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. Daarnaast moet verweerder het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.