Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 26 februari 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. Verweerder erkende de overschrijding en de rechtbank stelde vast dat eiseres een ingebrekestelling had gestuurd en dat de wettelijke termijn was verstreken.
De rechtbank bepaalde dat verweerder alsnog binnen twee maanden na de uitspraak een besluit moet nemen, mede vanwege het tekort aan verzekeringsartsen dat de vertraging veroorzaakte. Tevens werd een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 467 aan eiseres, omdat zij een professionele gemachtigde had ingeschakeld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het niet tijdig genomen besluit.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 23 juni 2026, zonder zitting, en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twee maanden op voor het alsnog nemen van een besluit met een dwangsom bij overschrijding.