Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb
Samenvatting
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 januari 2026 gegrond;
- vernietigt het besluit van 30 januari 2026 voor zover dat betrekking heeft op de intrekking over de periode van 1 juni 2024 tot en met 11 november 2024, de terugvordering (als geheel) en de boete (als geheel);
- herroept het besluit van 8 juli 2025 voor zover dat betrekking heeft op de intrekking over de periode van 1 juni 2024 tot en met 11 november 2024;
- herroept het besluit van 20 augustus 2025 wat betreft de boete;
- bepaalt dat de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar tegen het besluit van 20 augustus 2025 neemt voor zover het de terugvordering betreft, met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;
- bepaalt dat de Svb het griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoedt;
- veroordeelt de Svb tot betaling van € 3.200,- aan proceskosten aan eiseres.