Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 19 mei 2025 en stelde dat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. Verweerder erkende de overschrijding en gaf aan dat een tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakte. De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen twee maanden na uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legde een dwangsom van € 100 per dag op, met een maximum van € 15.000, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 467 en het griffierecht van € 54 aan eiser.
De rechtbank sloot aan bij eerdere jurisprudentie en vond de termijn van twee maanden passend gezien de omstandigheden. Het beroep werd gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd. Partijen werden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.