ECLI:NL:RBMNE:2026:4807
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over te late beslissing herbeoordeling WIA-aanvraag en dwangsom
Eiseres, de Willibrord Stichting, heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een werknemer op grond van de WIA. De aanvraag werd ingediend op 18 december 2025 en ontvangen op 23 december 2025. Verweerder erkende de te late beslissing en ontving een ingebrekestelling op 19 februari 2026, waarna eiseres op 16 maart 2026 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de dwangsom niet formeel heeft vastgesteld en legt deze daarom zelf vast op het maximale bedrag van €1.442,- voor 42 dagen te late beslissing. Daarnaast wordt verweerder opgedragen binnen vier maanden na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, een termijn die aansluit bij eerdere jurisprudentie en rekening houdt met het tekort aan verzekeringsartsen.
Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van €100,- worden betaald, met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €397,- en een proceskostenvergoeding van €467,- aan eiseres. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en stelt een termijn van vier maanden voor de beslissing op de WIA-herbeoordeling.