ECLI:NL:RBMNE:2026:4857
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt dwangsom vast wegens niet tijdig beslissen op bezwaar en legt termijn voor beslissing op
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 4 augustus 2025, ingediend op 2 september 2025. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat ook door verweerder is erkend. Eiser heeft vervolgens een ingebrekestelling gestuurd op 10 maart 2026, waarna twee weken zijn verstreken zonder beslissing. Hierop heeft eiser op 13 april 2026 beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in gebreke is gebleven en dat de maximale dwangsom van €1.442,- verschuldigd is voor de periode van 42 dagen dat de beslissing te laat is genomen. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, legt de rechtbank een termijn van twee maanden op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen, rekening houdend met het tekort aan verzekeringsartsen.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt een dwangsom van €100,- geldt, met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €54,- en een proceskostenvergoeding van €467,- aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een dwangsom vast en legt een termijn van twee maanden op voor het alsnog nemen van een besluit.