Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juli 2013 in de zaak tussen
de besloten vennootschap [naam 1] B.V., te [woonplaats 1], eiseres
de stichting[naam 2], te [woonplaats 2] (gemachtigde: mr. J. Veltman).
Procesverloop
Overwegingen
“Op 1 april 1984 stond de in bijlage omgeschreven U in eigendom toebehorende kooi in mijn administratie geregistreerd. Een afschrift van de betreffende gegevens gelieve U bijgaand aan te treffen.”In de bijlage genaamd “Registratie als bedoeld in artikel 38, eerste lid en artikel 39 van Pro de Jachtwet” staat vermeld dat de eendenkooi die is gelegen in de gemeente Zijpe, [kadastraal nummer] voor de periode van 1 april 1984 tot 1 april 1989 is geregistreerd en dat daarvoor op 15 maart 1984 een registratiebewijs is afgegeven. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding de inhoud van de brief en de daarbij behorende bijlage voor onjuist te houden. Naar het oordeel van de rechtbank staat dan ook voldoende vast dat de eendenkooi op
1 april 1984 was geregistreerd.
“Bedraagt de waterdiepte overal tenminste 50 cm?”, bevestigend beantwoord. Derde-partij heeft voorts verklaard alle gegevens op het aanvraagformulier naar waarheid te hebben verstrekt.
“De reden voor de aanvraag is het baggeren van de kooiplas om de wettelijke diepte van de kooiplas te realiseren”.
“In ’88 is de plas uitgebaggerd en kreeg zijn oorspronkelijke grootte terug. De plas heeft een diepte van 1 á 1,5 m. In het midden, waar de kraan niet bij kon komen, is de plas 40 cm diep.”
realiserenen daarmee de indruk is gewekt dat op dat moment niet aan de vereiste waterdiepte werd voldaan, acht de rechtbank het aannemelijk(er) dat de ontheffing van het tijdelijke baggerdepot is aangevraagd om het water op diepte te
houden, zoals derde-partij heeft gesteld. De rechtbank acht in dit verband van belang dat derde-partij ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat zij het water van de eendenkooi tussen 1988 en 2009 periodiek heeft gebaggerd om de diepte ervan op het vereiste peil te houden en dat vermoedelijk pas in 2012, toen op grote schaal is gebaggerd, van de in 2009 aangevraagde ontheffing gebruik is gemaakt. Eiseres heeft het door derde-partij gestelde niet weersproken. De rechtbank acht voorts van betekenis dat ter zitting is komen vast te staan dat in de eendenkooi een open wateroppervlakte aanwezig is van 7.000 vierkante meter. Met het overleggen van het beheerplan heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat, afgezet tegen de stelling van derde-partij dat sinds 1988 blijvend onderhoud is verricht, minder dan 200 vierkante meter van de 7.000 in 2009 de vereiste diepte had. Uit het beheerplan blijkt immers niet hoeveel vierkante meter van het water in 1988 niet de vereiste diepte had, maar slechts dat het midden van het water toen onvoldoende diep was. Daarom kan aan het beheerplan niet de betekenis worden gehecht die eiseres daaraan gehecht wenst te zien.
“De voorgestelde wijziging strekt ertoe de mogelijkheid van registratie (…) te beperken tot de als vangmiddel in de zin der wet gebezigde kooien.”In de Memorie van Antwoord bij de Jachtwet (Kamerstukken II, 1975/1976, 13 188, nrs. 6-7, p. 16) staat onder meer:
“De ondergetekenden stellen zich (…) niet langer op het in de memorie van toelichting ingenomen standpunt, dat de registratie zich dient te beperken tot kooien, door middel waarvan daadwerkelijk wordt gevangen. Zij stellen namelijk voor de registratie uit te breiden tot die kooien, die als vangmiddel kunnen worden gebezigd, dat wil zeggen tot die kooien, die volledig ingericht zijn voor de vangst van eenden en op elk moment voor die vangst kunnen worden gebezigd.”
“De voorwaarden waaronder een eendenkooi wordt geregistreerd, komen overeen met de in de (…) Jachtwet neergelegde bepalingen.”
2 januari 1989, voor 1 april te worden ingediend. Registratie kan niet met terugwerkende kracht plaatsvinden. In de onderhavige situatie is de aanvraag voor herregistratie vanaf 1 april 2009 pas op 4 mei 2009 ingediend en daarmee te laat. Ook het primaire besluit I is daardoor te laat genomen.
2 januari 1989 kan, anders dan eiseres heeft betoogd, ook niet worden opgemaakt dat 1 april een datum met een fataal karakter is.
1 april 1984 steeds als zodanig onderhouden is geweest en tot op heden nog steeds als zodanig onderhouden wordt. De eendenkooi is uitsluitend vanwege een administratieve nalatigheid voor een periode van slechts drie maanden na 1 april 2009 niet geregistreerd geweest.