Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de brief van 6 juni 2014 van mr. Mensink
- de incidentele conclusie inzake het toepasselijk recht van [gedaagde]
- de conclusie van antwoord in het incident van E&V.
2.Het geschil
3.De vordering in het incident
primairte bepalen dat op de door E&V ingestelde vorderingen Nederlands recht van toepassing is;
subsidiair,voor zover de rechtbank van oordeel is dat op de door E&V ingestelde vordering Oostenrijks recht van toepassing is, te bepalen dat op de vraag of tussen E&V en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen op grond van artikel 8 lid 2 EVO Pro danwel artikel 10 lid 2 Rome Pro I-Vo Nederlands recht van toepassing is;
4.De beoordeling
5.De beslissing
12 november 2014voor het nemen van een conclusie van antwoord door [gedaagde],