Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2016 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Buitenland, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
6 augustus 2010 niet meer in Nederland woont en dat het belastbaar inkomen uit werk en inkomen over 2010 € 36.116 bedraagt. Dit bedrag is opgebouwd uit loon van CGI
(€ 49.944), NWW-uitkering (€ 6.538), inkomsten uit PGB (€ 35.797), kosten behorende bij het PGB (€ 35.797), eigenwoningforfait (€ 1.202), betaalde hypotheekrente (€ 19.606) en persoonsgebonden aftrek (€ 1.962). In bezwaar is het standpunt ingenomen dat eiser in de periode tot 6 augustus 2010 € 33.728 aan inkomsten uit PGB heeft genoten.
Geschil9.In geschil is of de aanslag IB/PVV 2010 terecht en tot het juiste bedrag aan eiser is opgelegd.
Op het moment van ontvangst was de aangifte echter juist nog niet ingediend. Eiser had van deze fout in de brief zich bewust moeten zijn. Een beroep hierop door eiser kan hem dan ook niet baten.
Eiser stelt dat recht bestaat op aftrek voor een bedrag van € 154,57 (periode vóór
- Aanpassing in woning in Nederland en in Suriname:
- Betaald aan particuliere zorgverlener in Suriname:
- Aankoop nieuwe schoenen op advies podotherapeut:
- Apothekerskosten / kosten voor homeopathische medicijnen en kosten voor seizoenkleding:
- Kilometerstanden voor vervoer naar specialisten:
- Eiser heeft ter zitting uitdrukkelijk gesteld dat hij en zijn moeder in 2010 niet als fiscaal partner moeten worden aangemerkt. Daarom stelt hij niet langer dat haar zorgkosten bij hem als specifieke zorgkosten in aftrek moeten worden gebracht.
- Eiser heeft diverse zorgkosten gesteld die hij voor zijn moeder zou hebben gemaakt in de periode dat eiser in Suriname woonde. Gelet op de overwegingen hiervoor kunnen de kosten van na 6 augustus 2010 niet in aftrek worden gebracht op de inkomsten uit het PGB van eiser van vóór 6 augustus 2010. Niet aannemelijk is dat ze toerekenbaar zijn aan inkomsten genoten vóór 6 augustus 2010.
- De diverse opgevoerde zorgkosten, te weten: de tandartskosten, de kosten van de radiologie, de aanpassing van de woning, de kosten voor de particuliere zorgverlener in Suriname, de apothekerskosten, de kosten voor homeopathische medicijnen en seizoenskleding, alsmede de vervoerskosten, behoren bij de moeder van eiser. Eiser heeft deze kosten voor de moeder feitelijk voorgeschoten. Het had op de weg van eiser gelegen om deze kosten bij de moeder te verhalen.
- Ten aanzien van de vervoerskosten is niet in geschil dat eiser voor het vervoer van zijn moeder in 2010 gebruik heeft gemaakt van een aan hem ter beschikking gestelde auto van de zaak. Eiser heeft ter zitting aangegeven dat hij hiervoor een bijtelling heeft gekregen en hij daardoor belasting heeft moeten betalen. Eiser stelt zich aldus kennelijk op het standpunt dat de heffing over de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak geheel of gedeeltelijk in aftrek zou moeten worden gebracht. De rechtbank is echter van oordeel dat niet is onderbouwd dat en welk deel van die bijtelling het gevolg is van het vervoer van de moeder van eiser. Nu de auto ook voor andere privédoeleinden kan worden gebruikt heeft eiser geen vervoerskosten aannemelijk gemaakt.
- Voor wat betreft de kosten van aanpassing van de woning in Nederland verwijst de rechtbank naar het hiervoor overwogene.