ECLI:NL:GHAMS:2006:AY7517
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- M. Wigleven
- M. Perfors
- Rechtspraak.nl
Erkenning staat in de weg aan gerechtelijke vaststelling vaderschap
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar kind, geboren na ontbinding van het huwelijk met de vader. De vader heeft het kind postnataal erkend.
De moeder voerde aan dat vanwege het nationaliteitsbelang en het feit dat het kind anders staatloos zou blijven, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap noodzakelijk was. Zij stelde dat erkenning onvoldoende was om het kind de Nederlandse nationaliteit te laten verkrijgen. Zowel de vader als de bijzonder curator ondersteunden dit standpunt, evenals de advocaat-generaal die het Openbaar Ministerie vertegenwoordigde.
Het hof oordeelde dat de erkenning van het kind door de vader het vaderschap rechtens al vaststelt en dat artikel 1:207 BW Pro de gerechtelijke vaststelling blokkeert indien het kind al twee ouders heeft. Het nationaliteitsbelang van het kind en verdragsrechtelijke bepalingen konden hieraan niet afdoen. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat erkenning van het kind door de vader het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap blokkeert.