ECLI:NL:RBNHO:2016:9942
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Dwangsom wegens niet tijdig beslissen aangemerkt als loon voor loonbelasting
Eiser, een militair ambtenaar werkzaam bij het Ministerie van Defensie, ontving een dwangsom van €100 wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een besluit over zijn dienverplichting. Deze dwangsom werd door de werkgever aan eiser uitbetaald en er werd loonheffing over ingehouden.
Eiser stelde dat de dwangsom niet als loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 moest worden beschouwd, terwijl de Belastingdienst dit wel vond. De rechtbank overwoog dat eiser in een publiekrechtelijke dienstbetrekking staat tot het Ministerie en dat de dwangsom voortvloeit uit zijn rechtspositie als werknemer.
De rechtbank verwees naar relevante jurisprudentie en parlementaire geschiedenis, waarin is vastgesteld dat een dwangsom bedoeld is als prikkel voor bestuursorganen om tijdig te beslissen en niet als vergoeding voor immateriële schade. De dwangsom wordt daarom aangemerkt als loon uit dienstbetrekking.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 28 oktober 2016.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de dwangsom als loon moet worden aangemerkt.