ECLI:NL:HR:1997:AA3258
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van overdrachtsbelasting bij berekening recht van schenking
In deze zaak stond centraal de vraag hoe bij de berekening van het recht van schenking rekening moet worden gehouden met de reeds betaalde overdrachtsbelasting over de koopsom van een woonhuis dat onder gebruiksvoorbehoud werd verkocht en gedeeltelijk werd kwijtgescholden als schenking.
De belanghebbenden, kinderen van de verkoper, ontvingen een aanslag in het recht van schenking die zij betwistten. Het Hof vernietigde de aanslag en bracht deze terug tot nihil, stellende dat de reeds betaalde overdrachtsbelasting volledig in mindering moest worden gebracht op het schenkingsrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het samenstel van verkoop en gedeeltelijke kwijtschelding niet als schenking in de zin van artikel 24 lid 3 en Pro artikel 33 lid 2 van Pro de Successiewet moet worden gezien. De Hoge Raad stelde vast dat alleen artikel 24 lid 5 van Pro toepassing is, waardoor slechts de overdrachtsbelasting over het bedrag boven de vrijstelling in mindering mag worden gebracht op het schenkingsrecht.
Hierdoor werd het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het griffierecht terugbetaald wordt aan de Staatssecretaris van Financiën.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van de Inspecteur en vernietigt het arrest van het Hof dat de aanslag in het recht van schenking had verminderd tot nihil.