Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[F](hierna: [F] )
[G] (hierna: [G] )
[H] (hierna: [H] )
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, exploitant van een eenmanszaak die taalcursussen aanbiedt, kreeg naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd voor de jaren 2009 tot en met 2013, inclusief boeten en heffingsrente. De Belastingdienst stelde dat freelance docenten in dienstbetrekking werkten, terwijl eiseres dit betwistte. De rechtbank oordeelde dat het hebben van een eigen onderneming niet uitsluit dat er sprake is van dienstbetrekking, en dat de docenten [D] en [H] als werknemers moeten worden gezien.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en bevestigde de toepassing van het eindheffingsregime (artikel 31 Wet Pro LB) door de Belastingdienst, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij de loonheffingen kon verhalen. Verder werd geoordeeld dat de naheffingsaanslagen niet mochten worden opgelegd voor zover de vergoedingen reeds in de inkomstenbelasting waren betrokken. De rechtbank matigde de boeten vanwege overschrijding van de redelijke termijn en bevestigde het gebruik van het anoniementarief en het niet toepassen van loonheffingskortingen vanwege het ontbreken van schriftelijke verzoeken.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, en bepaalde dat de naheffingsaanslagen en boeten verminderd moesten worden tot respectievelijk € 8.494 en € 613 voor 2009, en € 15.295 en € 1.080 voor 2010-2013. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen en boeten worden verminderd en de beroepen van eiseres worden gegrond verklaard.