Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[toevoeging verleend onder nummer 4MV5123]
Van der Valk Hotel Hoorn B.V.,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
Prins/Hema)).
Rechtbank Noord-Holland
Een medewerker bediening bij Van der Valk Hotel Hoorn werd op staande voet ontslagen wegens het gratis weggeven van twee buitenlands gedestilleerde drankjes aan gasten van een besloten feest met een open bar. Volgens de werkgever was dit diefstal en een dringende reden voor ontslag. De werknemer stelde dat hij in de veronderstelling verkeerde dat deze drankjes onder het feestarrangement vielen en dat hij geen opzet had tot diefstal.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat de gedraging onvoldoende ernstig was om een dringende reden te vormen. Er was geen sprake van diefstal in juridische zin, de werknemer had geen goederen meegenomen of zichzelf bevoordeeld en had altijd naar behoren gefunctioneerd. De werkgever had een minder ingrijpende maatregel kunnen nemen.
De arbeidsovereenkomst werd daardoor geacht voort te duren tot het einde van de bepaalde tijd, 30 april 2018. De kantonrechter mat de loonvordering tot drie maanden, omdat de werknemer vanaf 5 maart 2018 een nieuwe baan had met gelijk loon. Een vergoeding wegens niet-naleving van de aanzegverplichting werd afgewezen omdat de werknemer al op de hoogte was van het ontslag en tijdig een nieuwe baan had gezocht.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van loon over de periode 8 januari tot 8 april 2018, met wettelijke verhoging en rente, en tot betaling van proceskosten. Het verzoek om terugkeer op de werkvloer werd afgewezen vanwege het einde van de arbeidsovereenkomst.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de loonbetaling gematigd tot drie maanden.