Werknemer trad in januari 2017 in dienst bij Ebro Diensten en was gedetacheerd bij Detailresult Groep BV. Op 9 februari 2018 werd hij op staande voet ontslagen vanwege een vechtpartij met een collega, waarbij camerabeelden lieten zien dat werknemer de vechtpartij begon door een collega hard te duwen en vervolgens meerdere klappen uitdeelde. Werknemer erkende betrokkenheid maar stelde dat hij uit noodweer handelde.
De kantonrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat sprake was van noodweer en dat het gedrag onacceptabel was, zeker gezien de risicovolle werkomgeving met gladde vloeren en scherpe messen. Van een werknemer mag verwacht worden dat hij zich bewust is van het onacceptabele karakter van dergelijk gedrag.
Werknemer verzocht om vernietiging van het ontslag en toekenning van vergoedingen wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding, maar dit werd afgewezen omdat het ontslag rechtsgeldig was. Het tegenverzoek van werkgever tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend.
De proceskosten werden aan werknemer opgelegd, terwijl de kosten van het tegenverzoek voor rekening van werkgever kwamen. De beschikking werd op 29 mei 2018 door de kantonrechter in het openbaar uitgesproken.