ECLI:NL:RBNHO:2018:700
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoekster, huurder van een woning waarin op 5 oktober 2017 een grote hoeveelheid harddrugs en een vuurwapen werden aangetroffen, werd door de burgemeester van Purmerend geconfronteerd met een besluit tot sluiting van haar woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang, gelet op de aangetroffen hoeveelheid drugs die ruim boven de hoeveelheid voor eigen gebruik lag. De beleidsregel van de gemeente, die sluiting voorschrijft bij ernstige gevallen, werd als niet onredelijk beoordeeld.
Echter, de voorzieningenrechter stelde vast dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat niet alle omstandigheden, zoals het ontbreken van overlast, de korte aanwezigheid van de drugs, en de onschuldige positie van verzoekster en haar minderjarige dochter, in samenhang waren beoordeeld. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom een sluiting noodzakelijk was en geen sprake was van een punitieve sanctie.
Verder werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende geconcretiseerd. Gezien de belangen van verzoekster en haar dochter werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en onevenredigheid.