ECLI:NL:RBNHO:2019:1720
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-toepassing omzetbelastingvrijstelling voor bedrijfstakpensioenfonds wegens onvoldoende beleggingsrisico en overheidstoezicht
Eiseres, een bedrijfstakpensioenfonds, maakte aanspraak op vrijstelling van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, letter i, ten derde, van de Wet OB, stellende dat zij vergelijkbaar is met instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s).
De rechtbank beoordeelde of eiseres voldeed aan de vier cumulatieve criteria die het Europees Hof van Justitie heeft gesteld: financiering door pensioenontvangers, risicospreiding, het dragen van beleggingsrisico door leden, en bijzonder overheidstoezicht. Hoewel aan de eerste twee criteria was voldaan, concludeerde de rechtbank dat het beleggingsrisico voor de deelnemers niet van voldoende betekenis was om gelijk te staan aan dat van icbe-deelnemers. Dit werd onderbouwd met het pensioenreglement waarin pensioenaanspraken kunnen worden verminderd, maar afstempeling nog nooit heeft plaatsgevonden, en toeslagverlening voorwaardelijk is en uit beleggingsrendement wordt gefinancierd.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiseres niet onder bijzonder overheidstoezicht valt dat vergelijkbaar is met dat van icbe’s, omdat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd welke specifieke regels van toepassing zijn en hoe deze vergelijkbaar zijn met de icbe-regelgeving.
Het verzoek om prejudiciële vragen aan het HvJ EU werd afgewezen omdat de jurisprudentie al voldoende duidelijkheid biedt. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van het bedrijfstakpensioenfonds wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft in stand.