Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[gedaagde sub 2]
[gedaagde sub 3]
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer is sinds 2013 in dienst en werd in 2016 arbeidsongeschikt. Na afloop van de wachttijd in 2018 werd het dienstverband slapend. De werknemer vroeg de werkgever om mee te werken aan beëindiging van het dienstverband met toekenning van een transitievergoeding en betaling van achterstallig loon en vakantiedagen.
De werkgever erkende het recht op beëindiging en transitievergoeding maar betwistte de loonvorderingen deels, met name de aanvulling tot 75% van het loon en de loonsverhoging van 1,3%. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende had aangetoond dat hij aan de re-integratieverplichtingen had voldaan, waardoor geen recht bestond op loonaanvulling tot 75%. De loonsverhoging van 1,3% werd afgewezen omdat het loon al hoger was dan het tabelbedrag.
De loonsverhoging van 1% per 1 juli 2018, een deel van het achterstallig loon en de vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen werden toegewezen. De transitievergoeding mag in zes termijnen worden betaald vanwege financiële problemen van de werkgever. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Werkgever moet instemmen met beëindiging slapend dienstverband en betalen transitievergoeding, achterstallig loon en vakantiedagenvergoeding, met gedeeltelijke afwijzing van loonaanvullingen.