Werknemer is op 30 juli 2018 in dienst getreden bij werkgever als Operator. Op 28 november 2019 is hij op staande voet ontslagen vanwege een incident op 26 november 2019 waarbij hij zijn leidinggevende in het bijzijn van collega's verbaal agressief benaderde en zijn vriendin zonder toestemming aanwezig was op de werkvloer. Tevens liet werknemer zijn machine onbemand achter.
Werkgever heeft verklaringen van de productiemanager en business controller overgelegd die het agressieve gedrag en de onbevoegde aanwezigheid bevestigen. Werknemer en zijn vriendin ontkennen de ernst van het gedrag, maar erkennen dat er een onaangename situatie was.
De kantonrechter oordeelt dat het gedrag van werknemer, waaronder het schreeuwen en beledigen van de leidinggevende vlak voor diens gezicht, een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. Het verzoek van werknemer tot billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt afgewezen. De proceskosten worden aan werknemer opgelegd.