Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[werkgever]
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland behandelde een loonvordering van een werkneemster tegen haar werkgever. De werkneemster had werkzaamheden verricht in november 2019, vóór de officiële startdatum van haar arbeidsovereenkomst, en vorderde loon over deze periode, alsmede over uren die zij tijdens haar vakantie in december 2019 had gewerkt. Daarnaast vorderde zij loon over januari 2020, de maand waarin haar dienstverband tijdens de proeftijd eindigde.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst geldig was aangegaan met een startdatum van 1 december 2019 en dat de arbeidsovereenkomst op 21 januari 2020 eindigde door opzegging van de werkneemster binnen de proeftijd. De werkneemster had recht op loon tot en met die datum, verminderd met een negatief verlofsaldo van 93 uur. De vordering tot loonbetaling over de uren die tijdens de vakantie in december 2019 waren gewerkt, werd afgewezen omdat niet was gebleken dat deze werkzaamheden waren opgedragen of overeengekomen.
Voor de gewerkte uren in november 2019 stelde de kantonrechter vast dat de werkneemster op initiatief van de werkgever werkzaamheden had verricht die meer inhielden dan een kennismaking, en dat zij op die grond redelijkerwijs mocht vertrouwen op loonbetaling. De loonvordering over de dagen 14, 15 en 27 november werd toegewezen tegen een forfaitair bedrag van €324, terwijl de vordering over 18 en 26 november werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van werkzaamheden.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon over januari 2020 minus het verlofsaldo, het loon over november 2019, een wettelijke verhoging van 10%, wettelijke rente, en buitengerechtelijke incassokosten van €300. Tevens moest de werkgever binnen 10 dagen een eindafrekening opmaken van het pro rato opgebouwde vakantiegeld. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Werkgever moet loon betalen over gewerkte uren vóór aanvang dienstverband en januari 2020 minus verlofsaldo, maar niet over tijdens vakantie gewerkte uren; tevens moet vakantiegeld pro rato worden afgerekend.