ECLI:NL:RBNHO:2020:11434
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag NOW wegens ZW-uitkering als loon uit vroegere dienstbetrekking
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in loonkosten op grond van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiseres geen loonkosten had in de relevante maanden. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en eiseres ging in beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Ziektewet-uitkering (ZW-uitkering) die eiseres als eigenrisicodrager na beëindiging van een dienstbetrekking betaalt, kan worden aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarvoor een NOW-subsidie kan worden aangevraagd. Verweerder stelde dat deze ZW-uitkeringen loon uit vroegere dienstbetrekking zijn, omdat zij niet gerelateerd zijn aan actuele arbeid, maar aan eerder verrichte arbeid.
De rechtbank onderschreef het standpunt van verweerder, verwijzend naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad en de Centrale Raad van Beroep. Uitkeringen die niet een directe beloning vormen voor actuele arbeid, maar voortkomen uit eerder verrichte arbeid, zijn loon uit vroegere dienstbetrekking. De uitzondering die eiseres aanvoerde, geldt slechts voor ZW-uitkeringen naast een lopende dienstbetrekking.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de ZW-uitkering loon uit vroegere dienstbetrekking is en niet in aanmerking komt voor een NOW-subsidie.