ECLI:NL:RBNHO:2020:4452
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks chronische klachten
Eiser, voormalig machine operator, ontving sinds 2017 een WGA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2018 en bezwaarprocedure stelde de verzekeringsarts dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt is en dat er een kans op verbetering bestaat. De arbeidsdeskundige stelde de arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% vast, waarna de WIA-uitkering per 16 december 2019 werd beëindigd.
Eiser voerde aan dat hij chronische aandoeningen heeft, waaronder diabetes, jicht, fibromyalgie en psychische klachten, en dat herstel onmogelijk is. Hij stelde dat het verbod op verslechtering door bezwaar (reformatio in peius) werd geschonden en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt was op de datum in geding en dat het verbod op reformatio in peius niet was geschonden omdat de uitkering ook zonder bezwaar beëindigd had kunnen worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kan bij verslechtering een nieuwe herbeoordeling aanvragen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.