ECLI:NL:RBNHO:2020:6162
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen 2013 en 2014 wegens willekeurige toepassing correctiebeleid
Eiser diende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over de jaren 2012 tot en met 2014 aan. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen op wegens vermoedelijke onjuistheden in aftrekposten, waaronder scholingsuitgaven en specifieke zorgkosten.
De rechtbank oordeelde dat voor 2012 de navorderingsaanslag terecht was opgelegd omdat het bedrag hoger was dan de correctiegrens van €450. Voor 2013 en 2014 waren de navorderingsaanslagen lager dan deze grens. Ondanks mogelijke repeterende onjuistheden oordeelde de rechtbank, in lijn met het Hof Amsterdam, dat de navorderingsaanslagen 2013 en 2014 vernietigd moesten worden vanwege willekeurige toepassing van het correctiebeleid door de Belastingdienst.
Eiser slaagde er niet in de gemaakte scholingsuitgaven voor 2012 aannemelijk te maken, waardoor de navorderingsaanslag 2012 gegrond bleef. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten van €1.572.
De rechtbank benadrukte dat de willekeur voortkwam uit onvoldoende instructie en afstemming binnen de Belastingdienst, wat strijdig is met de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het verbod op willekeur. Dit leidde tot een inconsistent en willekeurig correctiebeleid, waardoor navordering bij geringe bedragen niet gerechtvaardigd was.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2012 gegrond, navorderingsaanslagen 2013 en 2014 vernietigd wegens willekeurige toepassing correctiebeleid.