Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 10 februari 2020 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
voor de daarmee verband houdendemethoden van administratieve samenwerking, die zijn vastgesteld met het oog op de toepassing van het stelsel van algemene preferenties (APS) dat de Europese Unie bij Verordening (EU) nr. 978/2012 aan ontwikkelingslanden heeft toegekend. Tevens volgt uit de bewoordingen van artikel 33, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 978/2012 dat voor toepassing van de preferentiële regelingen zowel de oorsprongsregels voor de omschrijving van het begrip producten van oorsprong gelden als de desbetreffende procedures en methoden van administratieve samenwerking die zijn vastgesteld bij de UCDW.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiseres van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 500;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 525;
- draagt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) op het betaalde griffierecht zijnde een bedrag van € 333 aan eiseres te vergoeden.