ECLI:NL:RBNHO:2020:8528
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na vernietiging belastingbeschikking en afwijzing immateriële schadevergoeding
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een belastingbeschikking waarin haar verzamelinkomen voor 2014 was vastgesteld. De Belastingdienst heeft deze beschikking later ambtshalve vernietigd. Het geschil betrof de vergoeding van proceskosten voor de bezwaarfase en een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase terecht was geweigerd omdat de gegrondheid van het bezwaar niet het gevolg was van een aan de Belastingdienst te wijten onrechtmatigheid. De stukken die tot vermindering leidden, waren pas in de bezwaarfase overgelegd.
Daarnaast werd het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij een meer dan zeer gering financieel belang had, waardoor de veronderstelling van immateriële schade wegens termijnoverschrijding niet opging.
De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst wel tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter C. Maas op 21 oktober 2020.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking, wijst immateriële schadevergoeding af en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.