ECLI:NL:RBNHO:2020:880
Rechtbank Noord-Holland
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beperking kennisneming belastinggegevens op grond van privacybescherming
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2012 en 2013. Verweerder, de inspecteur van de Belastingdienst, had bijlagen overgelegd waarvan delen waren geanonimiseerd vanwege privacybescherming van derden. Eiser stelde beroep in tegen de navorderingsaanslagen en had bezwaar tegen de beperkte kennisneming van bepaalde stukken.
De rechtbank beoordeelde of de beperking van kennisneming op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gerechtvaardigd was. De rechtbank stelde vast dat de weggelaten gegevens persoonsgegevens betroffen zoals namen, adressen, burgerservicenummers en medische gegevens van derden. Het belang van bescherming van deze privacy en persoonlijke levenssfeer woog zwaarder dan het belang van eiser bij volledige openbaarmaking.
Ten aanzien van een memo met zwartgemaakte tekst, onderdeel van een Wob-beslissing van het Ministerie van Financiën, kon verweerder geen ongeanonimiseerde versie overleggen. De rechtbank achtte het verstrekken van deze geanonimiseerde versie geen verzoek tot beperkte kennisneming. De rechtbank besloot daarom de gevraagde beperking van kennisneming te rechtvaardigen en zag geen aanleiding om stukken alleen aan de gemachtigde van eiser beschikbaar te stellen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van persoonsgegevens in de belastingzaak gerechtvaardigd is vanwege het zwaarder wegen van privacybelangen van derden.