ECLI:NL:RBNHO:2020:9270
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van loonheffingen en hypotheekrenteaftrek in belastingaanslag 2018
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018, waarin hij betwist dat de loonheffingen en de hypotheekrenteaftrek correct zijn verwerkt. De voorlopige aanslag was gebaseerd op een onjuist bedrag aan hypotheekrente, namelijk het bedrag van het voorgaande jaar, waardoor eiser nu een bedrag moet bijbetalen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het juiste bedrag aan loonheffingen heeft verrekend, namelijk het bedrag dat daadwerkelijk is ingehouden door zowel eiser's werkgever als het UWV. Het feit dat het UWV zonder toestemming van eiser de loonheffingskorting toepaste, leidt niet tot een onjuiste aanslag, aangezien de aanslag is gebaseerd op de feitelijke inhoudingen.
Ten aanzien van de hypotheekrenteaftrek stelt de rechtbank vast dat eiser het volledige saldo van inkomsten en aftrekposten eigen woning mag meenemen, zoals ook in de definitieve aanslag is gedaan. De voorlopige aanslag was gebaseerd op een te hoog bedrag aan hypotheekrente, maar verweerder mocht bij de definitieve aanslag afwijken van de voorlopige aanslag.
De rechtbank concludeert dat de aanslag correct is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018 wordt ongegrond verklaard.