Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil2. In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2018.
- De WOZ-beschikking is niet deugdelijk gemotiveerd;
- Artikel 6 juncto Pro bijlage 4 van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (hierna: Uitvoeringsregeling) dienen onverbindend te worden verklaard;
- In de bezwaarfase is ten onrechte niet gehoord;
- In de bezwaarfase zijn de gevraagde stukken ten onrechte niet toegezonden;
- In de beroepsfase zijn niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd;
- Het waarderapport dat verweerder heeft overgelegd dient tardief te worden verklaard;
- Het waarderapport dat verweerder heeft overgelegd ligt niet ten grondslag aan de WOZ-beschikking en mist daardoor betekenis voor de vraag of deze in overeenstemming met de wettelijke voorschriften is genomen;
- Een vergelijking met slechts één vergelijkingsobject gelegen in een andere woonkern is onvoldoende als onderbouwing van de waarde;
- Gelet op de WOZ-waarden van vergelijkbare objecten is de waarde te hoog vastgesteld;
- De waarde dient te worden verminderd tot € 330.000.
Motivering, hoorplicht en het ter beschikking stellen van stukken
Eiser heeft zich in het bezwaarschrift van 1 maart 2019 op het standpunt gesteld zich niet te kunnen verenigen met de vastgestelde waarde van de woning doch bij gebrek aan motivering van de WOZ-beschikking het bezwaar niet te kunnen toelichten en verzocht de motivering van de WOZ-beschikking toe te zenden. Eiser heeft er daarbij onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1316 (het black-boxarrest) op gewezen dat verweerder inzicht dient te geven in de gegevens die bij de waardevaststelling zijn gebruikt alsmede in overwegingen die tot de waardevaststelling hebben geleid. Eiser heeft vervolgens verzocht om de objectkenmerken die aan de woning zijn toegekend, om de grondstaffel van het waardegebied van de woning, om de kubieke meterprijzen van het type woning dat bij de waardebepaling is gebruikt, om de waarde van de dakkapellen en de vierkantemeterprijzen voor bergingen voor het waardegebied van de woning die bij de waardebepaling van de woning zijn gebruikt, alsmede de zogenaamde KOUDVL-factoren, voorzien van inzicht in en onderbouwing van de gehanteerde kwalificatie. Eiser heeft niet expliciet verzocht te worden gehoord. Verweerder heeft bij de ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift van 5 maart 2019 een taxatieverslag meegezonden met daarin vermeld de oppervlakte- en inhoudsmaten van (de onderdelen van) de woning en die van de vergelijkingsobjecten [b] en [e] te Vogelenzang en [d] te Overveen, de WOZ-waarden naar waardepeildata 1 januari 2017 en 1 januari 2018, de verkoopprijzen en de verkoopdata. Eiser heeft de gronden van het bezwaar niet aangevuld. In de uitspraak op bezwaar van 27 december 2019 heeft verweerder verwezen naar het reeds verstrekte taxatieverslag en te kennen gegeven de overige gevraagde gegevens niet te zullen verstrekken. Verweerder heeft ter toelichting opgemerkt dat met het toezenden van het taxatieverslag is voldaan aan de verplichting tot motivering van de WOZ-beschikking, en dat in bezwaar geen wettelijke plicht bestaat tot toezending van informatie, maar alleen een inzagerecht waarvan eiser geen gebruik heeft kunnen maken omdat hij niet heeft verzocht om te worden gehoord.