Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
in aanmerking nemend dat
3 Appointment/Remuneration
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, een beroepsmatig actief veldhockeyspeler, voerde beroep aan tegen de aanslag inkomstenbelasting 2017 en de bijbehorende belastingrente. Hij stelde dat zijn werkzaamheden als ondernemer moesten worden aangemerkt, mede op basis van eerder afgegeven VAR-WUO's en het ontbreken van een gezagsverhouding met [sportclub 1] en [bedrijf 1].
De rechtbank beoordeelde de aard van de arbeidsrelatie en concludeerde dat eiser verplicht was persoonlijk arbeid te verrichten onder gezag van de werkgever, hetgeen kenmerkend is voor een dienstbetrekking. De overeenkomsten en de aard van de sportactiviteiten wezen op een gezagsverhouding, ondanks contractuele bepalingen die dit ontkenden.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor absorptie van loon in winst uit onderneming, omdat de inkomsten uit dienstbetrekking het grootste deel van zijn inkomen uitmaakten. Het beroep op vertrouwen in eerder afgegeven VAR-WUO's faalde omdat voor 2017 geen geldige VAR-verklaring bestond en de feitelijke situatie was gewijzigd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2017 wordt gehandhaafd.